Diagnostiek VH Week 4 Movie Gait Viervoetige gebruiken hun 4 ledematen om hun lichaamsgewicht tijdens gaan en lopen te verplaatsen. Hun wervelkolom vertoont een C-curve, hierdoor ligt het zwaartepunt voor hun heupgewrichten. Gedurende deze quadrupel gang functioneren de achterste ledemate n als voortstuwende kracht. Deze functie wordt mogelijk gemaakt door de anatomische flexie van de heupen, knieën en enkels. Ze worden nog versterkt door de musculaire structuur, welke gebouwd is op het voorwaarts bewegen. De anatomische structuur van de vo orste ledematen is recht, omdat ze moeten werken als stabilisatoren. Als viervoetige tijdelijk proberen om rechtop te lopen, wordt er grote krachtinspanning gevraagd van de achterste ledematen om deze houding te handhaven. Daar in tegen is de bipedalegang voor het normaal menselijk individu zonder moeite uitvoerbaar vanwege de anatomische S-vorm van de wervelkolom. De lumbale en cervicale lordose zorgen ervoor dat de romp zich boven de benen bevindt. Het zwaartepunt komt hierdoor recht boven de extremiteiten. In rechtop staande houding passeert de zwaartelijn het oor, het schoudergewricht, het bekken en passeert lichtjes voor de knie en enkelgewricht. Deze biomechanisch gezien efficiënte positie heeft slechts weinig dynamische spierkracht nodig om het lichaam rechtop te houden. Het bi pedaal gaan kan omschreven worden als een serie ritmische alternerende bewegingen van de extremiteiten en de romp, welke resulteren in het naar voren brengen van het zwaartepunt. Al deze locomotorische bewegingen zijn zo goed ingesteld dat de complexiteit van balans, coördinatie, krachten en tegenkrachten nauwelijks merkbaar zijn.Onder gait-cycle verstaan we de activiteit welke plaatsvindt tussen het neerplaatsen van de hiel (heel strike) en de daarop volgende heel strike van dezelfde voet. Een volledige gait- cycle bestaat uit een steunfase (stance phase) en een zwaaifase (swing phase).Stance phase begint met het plaatsen van de hiel op de grond en eindigt als de tenen van hetzelfde been van de grond komen (toe off). Deze stance phase kan men onderverdelen in
3 afzonderlijke fase:
- Shock absorbation phase, is de fase gedurende de welke gewicht wordt geplaatst
- Mid-stance-phase, hier komt het grootste gewicht op het steunbeen. Dit is de fase
- Push-off phase, duurt van heel off tot toe off.
op het voorste been en de neerwaartse beweging van het lichaamszwaartepunt af geremd wordt. Deze fase duurt van heel strike tot foot flat.
tussen foot flat en heel off.
Deze 3 verschillende fasen worden gescheiden door 4 momenten:
- Heel strike, dit is het moment dat de hiel de grond raakt.
- Foot flat, hierbij raakt de zool van de voet de grond.
- Heel off, de hiel verliest op dit moment contact met de grond.
- Toe off, de teen verliest contact met de grond.
De swing phase begint als de steunfase eindigt en is de periode tussen toe off en heel strike
van dezelfde voet. We kunnen de swing phase verdelen in 2 fasen:
- Acceleration, de versnelling
- Deceleration, de vertraging
Ze worden van elkaar gescheiden door de mid swing, namelijk het moment dat beide voeten zich onder het lichaam bevinden, de hielen naast elkaar.De double support is de fase waarin beide voeten gelijktijdig contact hebben met de grond.Deze fase treedt op tussen heel off en toe off van de ene voet en heel strike en foot flat van 1 / 2
de andere voet. De tijdsduur hiervan is direct gerelateerd aan de snelheid hiervan. Als de snelheid wordt verhoogd verminderd de tijd van de double support en omgekeerd ook. De normale snelheid voor mannen bedraagt ongeveer 96 stappen per minuut. De afwezigheid van dubbele steun onderscheid lopen van gaan. Ook weer bij de gemiddelde mannelijke volwassenen begint dit bij een snelheid van 140 stappen per minuut. De double support wordt hier vervangen door een zweeffase. De periode van double support is ongeveer 15% en dit bij een normale ga snelheid van 96 stappen per minuut.De normale gait-cycle begint bij heel strike 0% bij 15% krijgen we foot flat bij 45% begint heel off en bij 60% toe off, hier begint dan de swing phase welke duurt tot 100%.Het ritmisch op en neer beweging van het lichaam is een belangrijk kenmerk van voortbewegen. Deze bewegingen betreffen een verplaatsing van het zwaartepunt in het verticale vlak. De lijn die door het zwaartepunt beschreven wordt tijdens het voortbewegen, is ligt golvend. Bij een normale verticale verplaatsing ligt deze rond de 5 cm. Dit is gerelateerd aan de snelheid, dus hoe hoger de snelheid van voortbewegen, hoe groter de verticale verplaatsing, hoe groter het energie verbruik. Naast de verticale verplaatsing is er ook een laterale verplaatsing van het zwaartepunt. Het zwaartepunt beschrijft een golvende beweging van links naar rechts in overeenstemming met het linker of rechter been dat belast wordt. Deze laterale en verticale verplaatsing hebben dezelfde grootte, ze vormen een mooie 8 en is 25 cm2.Deze laterale verplaatsing is grotendeels afhankelijk van de breedte van de loopbasis. Als we een lijn zouden trekken door de opeenvolgende middelpunten van de heel strike van elke voet, dan zou de afstand tussen beide parallellen lijnen liggen tussen de 5 en 10 cm. Bij een verbreding van dit loop spoor wordt ook de laterale verplaatsing van de bekken groter.Normaal roteert de bekken naar rechts voor en dan naar links voor. Om het neer voren brengen van het been te vergemakkelijken. De uitslag hiervan is 4 graden aan iedere zijde, dus in totaal 8 graden. In samenspel met de bekken rotatie vindt er ook een atriale rotatie plaats in het been. De uitslag hiervan is afhankelijk van de snelheid van voortbewegen. Bij een normale snelheid ligt de totale rotatie op 22 graden. Bij het stijgen van de snelheid kan dit oplopen tot zo’n 31 graden. Deze totale actiale rotatie wordt als volgt verdeeld:
1. Bekkenrotatie: 4 graden
2. Femurrotatie: 9 graden
3. Tibiarotatie: 9 graden
Hier kunnen wij nog aan toevoegen dat de voorvoet naar eversie gaat gedurende het 1 e 3e van de steunfase en naar inversie gedurende de rest van de stand fase. De totale beweging van de eversie en inversie ligt rond de 6 graden.Het bekken zakt ten opzichte van de horizontale lijn. Eerst rond het eerste steunbeen, daarna rond het ander steunbeen. Deze bewegingsuitslag zal normaal nooit meer dan 5 graden bedragen.
- / 2