• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Diagnostische testen kunnen onderscheiden wie ene bepaalde psychische ziekte heeft en wie

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Chapter 1: Looking at abnormality

Psychopathologie = studie van abnormale psychologie Mentale stoornissen  verzameling van problemen in denken of cognitie, in emotieregulatie of reageren op emoties, en in sociaal gedrag Definitie Abnormaal  Psychische ziekte ͯ Diagnostische testen kunnen onderscheiden wie ene bepaalde psychische ziekte heeft en wie niet  Statistische afwijking  Overtreden culturele normen  4 D’s

Of bepaald gedrag/gedachten abnormaal is, hangt ook af van de context, de cultuur waarin het gedrag plaatsvind en of het dáár abnormaal is of niet. Culturele relativisme is de visie dat er geen standaard norm is voor abnormaal, maar dat het dus ligt aan de cultuur.

Invloed van cultuur en geslacht op expressie en behandeling abnormaal gedrag:

  • Het kan de manier waarop het geuit wordt veranderen (of iemand zich Jezus of Mohammed
  • voelt)

  • Het kan de bereidheid om bepaalde gedragingen of gedachten toe te laten beinvloeden
  • De acceptatie van verschillende behandelmethoden kan beinvloed worden
  • d’s van abnormaliteit
  • Dysfunction  interfereert met iemands vermogen om aan dagelijks leven deel te nemen
  • Distress  veroorzaakt fysieke of emotionele pijn
  • Deviance  resulterend in oordelen aangaande abnormaliteit
  • Dangerousness  gevaar voor jezelf of voor een ander
  • Theorieën voor uitleggen abnormaal gedrag in de geschiedenis

  • Biological theories  abnormaal gedrag is vergelijkbaar met lichamelijke ziektes, veroorzaakt
  • door “storingen” in systemen van het lichaam. Voor herstel moet de lichamelijke gezondheid hersteld worden.

  • Supernatural theories  abnormaal gedrag is een gevolg van bovennatuurlijke interventie,
  • vloeken, demonen of persoonlijke zondes. Herstel kan door religieuze rituelen, exorcisme, confessies, en boetedoening.

  • Psychological theories  abnormaal gedrag is een gevolg van trauma’s of stress. Herstel door
  • rust, relaxatie, verandering van omgeving, en ‘kruiden medicijnen’.Mental hygiene movement  18 e en 19 e eeuw waarin de groei van meer humane behandelingen kwamen voor mentale ziektes. Leider van moral treatment was Philippe Pinel

  • / 4

Chapter 2: Theories and treatment of abnormality

3 algemene benaderingen voor begrijpen van psychische stoornissen:

  • Socioculturele benadering  gevolg van omgevingsfactoren en culturele normen
  • Biologische benadering  gevolg van abnormale genen of neurobiologische dysfunctie
  • Psychologische benadering  gevolg van denkprocessen, persoonlijkheidsstijlen, en
  • conditionering

Biologische benadering

Hersenen:

 Achter hersenen (kleine hersenen)

ͯ Medulla: reguleert onbewuste handelingen als ademen en reflexen

ͯ Pons: betrokken bij slaap en arousal

ͯ Reticulaire formatie: netwerk van neuronen, reguleren arousal en aandacht naar stimuli

ͯ Cerebellum: betrokken bij de coördinatie van bewegingen en balans

 Midden hersenen ͯ Superior & inferior colliculus: geven sensorische informatie door en reguleren beweging

ͯ Substantia nigra: reguleert responsen op beloning

 Voor hersenen (grote hersenen)

ͯ Cerebrale cortex: buitenste laag van cerebrum, betrokken bij geavanceerde

gedachteprocessen

ͯ Subcorticale structuren: liggen onder de cortex

 Thalamus: stuurt inkomende informatie van zintuigen naar het cerebrum

 Hypothalamus: reguleert eten, drinken en seksueel gedrag, betrokken bij basis emoties

- Hypofyse: nauw verbonden met hypothalamus, is hormoonklier

 Limbisch systeem: set van structuren die instinctieve gedragingen reguleren

- Amygdala: betrokken bij emoties

- Hippocampus: geheugen

Biochemische onbalans  Het brein heeft bepaalde chemische stoffen nodig om goed te kunnen werken: hormonen en neurotransmitters  Neurotransmitters ͯ Dragen impulsen over van de ene neuron naar de andere neuron in de synapsspleet 2 / 4

ͯ De neurotransmitter wordt losgelaten in de synapsspleet, ze binden dan aan receptoren. Dit kan aan receptoren van het presynaptisch membraan zijn  heropname. Of aan het postsynaptisch membraan ͯ Degradatie is wanneer het post-synaptisch membraan enzymen afgeeft die de neurotransmitter afbreken.ͯ Heropname en degradatie kan de hoeveelheid neurotransmitter in de synaps beïnvloeden

ͯ Aantal neurotransmitters:

 Serotonine  speelt een rol in emoties en in dysfunctionele gedragingen  Dopamine  speelt een rol in ervaring van beloningen, wordt beïnvloed door bijv.alcohol, speelt een rol bij controleren van spieren  Norepinephrine  productie alleen in hersenstam, te weinig  depressiever  GABA  inhibeert de acties van andere neurotransmitters  Endocrien systeem  hormonen ͯ Hormonen vervoeren ‘berichten’ door het lichaam en beïnvloeden stemming/energieniveau/reactie op stress ͯ Hypofyse is het belangrijkst, die produceert de meeste hormonen, maar er zijn nog meer klieren Genetische afwijkingen  Polygenetisch proces  er zijn meerdere foutieve genen nodig die bijdragen aan een stoornis Biologische behandelingen  Medicatie ͯ Antipsychotica  verminderen van psychotische symptomen ͯ Antidepressiva  verminderen van depressieve symptomen  SSRI’s  beïnvloeding serotonine  SNRI’s  beïnvloeding serotonine én norepinephrine ͯ Lithium  stemmingsstabilisator bij bipolaire stoornis ͯ Anticonvulsants  behandeling manie, minder bijwerkingen dan lithium ͯ Antianxiety  tegen angst  eerst barbituraten, maar erg verslavend en levensgevaarlijk  benzodiazepines, nog steeds erg verslavend, maar niet meer heel gevaarlijk  Hersenstimulatietechnieken ͯ ECT  effectief voor depressie, wordt epileptische aanval opgewekt ͯ Repetitive transcranial magnetic stimulation (rTMS) ͯ Deep brain stimulation  met elektroden die IN het brein worden geplaatst  Psychochirurgie ͯ Vanaf 1950 is dit sterk afgenomen, wordt amper nog toegepast Psychologische benadering Gedragsbenaderingen  Focussen op de invloed van beloning en straf op gedrag  Soorten leren ͯ Klassieke conditionering  met pavlov, ͯ Operante conditionering  Thorndike, Skinner, bekrachtigingen/straf ͯ Modeling  het leren van gedrag door naar anderen te kijken ͯ Observationeel leren  zien dat iemand anders een beloning krijgt voor bepaald gedrag  Behandelingen ͯ Focussen op de beloningen/straffen die bijdragen aan bepaald gedrag ͯ Systematische desensitisatietherapie 3 / 4

 Cliënt leert eerst relaxatietechnieken, stelt een lijst op van beangstigende dingen en gaat die lijst dan stap voor stap af, waarbij hij zichzelf rustig houdt door die relaxatie Cognitieve benaderingen  Focussen op de invloed van gedachten op ons gedrag  Behandelingen ͯ Helpen clienten inzicht te krijgen en het uitdagen van hun negatieve gedachten ͯ Helpen bedenken van effectieve vaardigheden ͯ Vaak combinatie in CGT Psychodynamische benaderingen  Suggereren dat al het gedrag, gedachten en emoties worden beïnvloed door onbewuste processen  Freud mijn zijn id (max pleasure, min pain), ego(aan wensen en behoeftes voldoen) en superego (opslagruimte voor regels)  Verdedigingsmechanismen  Psychoseksuele fasen ͯ Orale fase  0-18 mnd, stimulatie mond ͯ Anale fase  18 mnd – 3 jr, stimulatie anus ͯ Fallische fase  3 -6 jr, stimulatie genitaliën  Oedipuscomplex  jongens raken geïnteresseerd in moeder en haten vader  Electra complex  meisjes hopen dat ze een penis krijgen ͯ Latente fase  6 – 12 jr, drives onderdrukt, meer sociaal ͯ Genitale fase  12+  Psychodynamische therapie ͯ Doel: herkennen van slechte copingstrategieën en de bronnen van hun onbewuste conflicten

ͯ Methode van vrije associatie: zeggen wat er direct in je opkomt,

 weerstand zou een aanwijzing izjn van een conflict ͯ transference  client reageert op de persoon alsof het een belangrijk persoon uit vroegere ontwikkeling is ͯ Catharsis  uiting van emoties verbonden aan herinneringen of conflicten Humanistische benaderingen  Gebaseerd op de aanname dat men een aangeboren capaciteit heeft voor goedheid en een vol leven. En dat je zonder druk van anderen goed zou ontwikkelen en een goed mens wordt  Behandelingen ͯ Doel: helpen cliënten van het vinden van hun grootste potentie door self-exploratie ͯ Client-centered therapy  therapeut als helper ipv authoriteit ͯ Hoofdstrategie = reflectie  therapeut reflecteert alleen, geeft geen interpretaties Familiesysteem benaderingen  Zien de familie als een complex interpersoonlijk systeem  Zien de stoornis van iemand als iets wat ook de rest van de familie beïnvloedt of waar de familie juist invloed op heeft (BARBARAAAAAAAA) Third-wave benaderingen  Focus op emotieregulatie  Combinatie van cognitieve, gedragstherapie en mindfulness  Dialectische gedragstherapie  hoe ga je met negatieve emoties om en hoe hou je impulsieve handelingen tegen

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Chapter 1: Looking at abnormality Psychopathologie = studie van abnormale psychologie Mentale stoornissen  verzameling van problemen in denken of cognitie, in emotieregulatie of reageren op emot...

Unlock Now
$ 1.00