Lesgeven Didactiek: onderdeel van onderwijskunde waarin bestudeerd wordt hoe je het beste les kan geven.Een goede les -Plezierig ( bied leuke uitdagende dingen aan) -Geeft leerresultaat ( techniek en plezier gaan samen) leer een goede balans -Is veilig en geeft de paardensporter vertrouwen Vaardigheden instructeur -Motorische -Cognitieve -Sociaal affectieve Motorische vaardigheden Gaat vooral om eigenrijvaardigheid -Demonstreren en aanvoelen -Inleven -Geaccepteerd worden -Motiveren Demonstreren en aanvoelen Je kan een goede duidelijke uitleg geven over hoe een oefening uit te voeren maar soms lukt het niet om dat correct uit te voeren. Het kan helpen als je het zelf voor doet. Dan kunnen ze zien wat er wordt bedoeld. En aanvoelen voor de instructeur helpt door daarna betere aanwijzingen te geven Inleven Omdat je zelf ook heb moeten oefenen om bepaalde dingen onder de knie te krijgen , kun je je inleven in het leerproces van de paardensporter. Je weet uit ervaring hoe het voelt en hoe je dus ook het beste kan helpen Geaccepteerd worden Als je zelf goed kunt rijden heeft dat voordeel bij je lesgeven. Als je bijvoorbeeld jong bent of weinig ervaring hebt met lesgeven kun je doordat je goed kan rijden toch respect afdwingen Motiveren Paardensporters kijken tegen jou als instructeur op. Jouw goede vaardigheid kan motiverend werken.Cognitieve vaardigheden
Als instructeur heb je kennis en inzicht nodig als het gaat om:
-Rijtechnische kennis -Voltige techniek -Kennis van het paard -Kennis over oefeningen -Kennis over aanwijzingen die je moet geven -Kennis over doelgroepen -Kennis over juiste manier van communiceren 1 / 2
Dit doe je door zelf te blijven sporten en op de hoogte te zijn van ontwikkelingen in de sport.Sociaal affectieve vaardigheden -Echtheid -Inlevingsvermogen -Interesse -Zelfpresentatie Echtheid Kom echt over en niet gemaakt Inlevingsvermogen Als je zelf al hoger rijd moet je je wel kunnen verplaatsen in iemand die dit nog niet kan. Je moet het sport gedrag van je leerlingen kunnen inschatten Interesse Je moet open staan voor vragen en aanvoelen wat de paardensporters willen. Je moet interesse tonen, belangstelling hebben, vragen stellen en luisteren. Bij vage vragen vraag door.Zelf presentatie Manier waarop je jezelf presenteert is belangrijk. Hoe je bent wat je uitstraalt en wat jke draagt
Vragen die je jezelf stelt voorafgaand aan een les:
-waar moet ik beginnen (beginsituatie) -wat wil ik bereiken (doelstelling) -hoe ga ik de les geven (onderwijsleersituatie, de les) -heb ik mijn doel bereikt (evaluatie) beginsituatie dit heeft te maken met niveau wat voor paard Het is hun motivatie, maar ook wat voor weer het woord in welke bak kun je terecht welke materialen zijn er Stel jezelf de volgende vraag -aan welke ruiters en paarden moet ik lesgeven -wat moet ik zelf weten of kunnen om de les te geven -onder welke omstandigheden moet ik les geven Paardensporters en paarden Je kunt onderscheid maken in algemene gegevens en niveau algemene gegevens zijn privé of groepsles gemiddelde leeftijd en wat is hun doel.
Niveau is onderscheid in:
-motorische beginniveau van de paardensporters (de bewegingsvaardigheden en bewegings eigenschappen) -Cognitief beginniveau (zoals inzicht en kennis) -sociaal affectief beginniveau (de sfeer en sportiviteit) -opleidingsniveau van het paard
- / 2