DISAGNOSTIEK van allerdaagse klachten oefenvragen oefentoets tentamen 1 / 3
DISAGNOSTIEK van allerdaagse klachten oefenvragen oefentoets tentamen 95 oefenvragen – alle antwoorden apart..............................................................................................................................3 20 open vragen – antw. volgende pag...................................................................................................................................3 Inleiding in de diagnostiek van alledaagse klachten............................................................................................................3 Het biopsychosociaal model en klinisch redeneren.............................................................................................................3 Diagnostisch denken en gespreksvoering............................................................................................................................3 Praktische toepassing en casusanalyse.................................................................................................................................3 25 meerkeuze vragen.............................................................................................................................................................5 Interpretatie van klachten....................................................................................................................................................5 Communicatie en consultvoering........................................................................................................................................5 Diagnostische framing en hypothesevorming......................................................................................................................6 Rol van emoties en overtuigingen.......................................................................................................................................6 Complexiteit van chronische klachten.................................................................................................................................6 Besluitvorming en risico-inschatting...................................................................................................................................7 Context en zingeving...........................................................................................................................................................7 Interdisciplinaire samenwerking en verwijzen.....................................................................................................................8 20 waar/niet waar vragen....................................................................................................................................................10 Cognitieve mechanismen en klinisch redeneren................................................................................................................10 Diagnostische onzekerheid en risicoperceptie...................................................................................................................10 Tijd als diagnostisch instrument........................................................................................................................................10 Patiëntcontext en zorgrelatie..............................................................................................................................................10 20 fill in the blank vragen...................................................................................................................................................12 Redeneerstrategieën in de spreekkamer.............................................................................................................................12 Klachten en hun betekenisgeving......................................................................................................................................12 Klinische besluitvorming onder onzekerheid.....................................................................................................................12 Tijd en follow-up in de diagnostiek...................................................................................................................................12 50 kernbegrippen.................................................................................................................................................................14 Top 20 leerdoelen.................................................................................................................................................................16 Extra’s studiegroep>>>.......................................................................................................................................................18 2 / 3
DISAGNOSTIEK van allerdaagse klachten oefenvragen oefentoets tentamen 95 oefenvragen – alle antwoorden apart 20 open vragen – antw. volgende pag.Inleiding in de diagnostiek van alledaagse klachten 1.Wat wordt bedoeld met ‘alledaagse klachten’ en waarom is het belangrijk om deze serieus te nemen in de huisartsenpraktijk?
2.Welke rol speelt onzekerheid in het diagnostisch proces bij alledaagse klachten?
3.Beschrijf het verschil tussen een ziekte, een aandoening en een klacht.
4.Leg uit hoe het begrip ‘pluis/niet-pluis gevoel’ een rol speelt bij het klinisch redeneren.
5.Waarom is het belangrijk om ‘niet-medische’ factoren mee te nemen in de anamnese?Het biopsychosociaal model en klinisch redeneren 6.Leg uit wat het biopsychosociaal model inhoudt en hoe het van toepassing is op alledaagse klachten.
7.Geef een voorbeeld van een klacht waarbij biologische, psychologische én sociale factoren samen invloed hebben op het klachtenbeeld.
8.Wat is het risico van een puur biomedische benadering bij klachten zonder duidelijke oorzaak?
9.Hoe helpt het model van Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) bij het begrijpen van aspecifieke klachten?
10.Welke rol spelen stress en copingmechanismen bij het ontstaan en in stand houden van lichamelijke klachten?Diagnostisch denken en gespreksvoering 11.Wat wordt bedoeld met ‘diagnostisch script’ en hoe ontwikkelt een arts dit?
12.Leg uit wat ‘anchoring’ en ‘confirmation bias’ zijn en hoe deze denkfouten het diagnostisch proces kunnen beïnvloeden.
13.Waarom is het belangrijk om bij het consult aandacht te besteden aan de hulpvraag en verwachtingen van de patiënt?
14.Beschrijf de structuur van een goed diagnostisch gesprek volgens het boek.
15.Wat is het verschil tussen verklaren en geruststellen in de huisartspraktijk?Praktische toepassing en casusanalyse 16.Stel: een patiënt komt met moeheidsklachten zonder duidelijke medische oorzaak. Hoe ga je diagnostisch te werk volgens het boek?
17.Welke factoren beïnvloeden of je besluit tot aanvullend onderzoek of juist niet?
18.Waarom is ‘watchful waiting’ soms een verantwoorde keuze bij alledaagse klachten?
19.Hoe kun je het vertrouwen van de patiënt behouden als je geen duidelijke oorzaak voor de klachten kunt geven?
20.Beschrijf hoe je samen met een patiënt tot een werkbare hypothese of verklaring kunt komen bij langdurige klachten.
- / 3