- / 3
Dit voorbeeldtentamen bestaat uit 36 multiple-choice vragen. Het echte tentamen zal uit 60 vragen bestaan. De vragen van het voorbeeldtentamen zijn representatief voor die van het echte tentamen.
Elke vraag heeft een gelijk gewicht in de beoordeling.
De norm van het echte tentamen is: voldoende vanaf 38 vragen goed.
De vergelijkbare norm van dit voorbeeldtentamen zou zijn: voldoende van 23 goed.
Succes! 2 / 3
- Welke van onderstaande beweringen is juist?
a.Wetenschap houdt zich middels de wetenschappelijke methode slechts bezig met "zichtbare" zaken.b.Geloof houdt zich op een niet-wetenschappelijke manier slechts bezig met "onzichtbare" zaken.c.a en b zijn juist.d.a en b zijn onjuist.
- Een goede test van een hypothese moet aan twee voorwaarden / condities voldoen.
- 1) Als [H of IC of EA] dan P
- 1) Als [H en IC en EA] dan P
- 1) Als [H en/of IC en/of EA] dan P
- 1) Als [H en IC en EA] dan P
Welke twee voorwaarden / condities zijn dat?
2) Als [niet-H of IC of EA] dan zeer waarschijnlijk niet P
2) Als [niet-H en IC en EA] dan zeer waarschijnlijk niet P
2) Als [niet-H en/of IC en/of EA] dan zeer waarschijnlijk niet P
2) Als [niet-H of IC of EA] dan zeer waarschijnlijk niet P
- Wanneer er een wetenschappelijke rechtvaardiging bestaat voor een bepaald geloof
- / 3
betekent dit dat a.dit geloof gebaseerd is op een gecontroleerd laboratorium onderzoek.b.dit geloof gebaseerd is op de juiste toepassing van de wetenschappelijke methode.c.dit geloof betrekking heeft op "zichtbare" zaken.d.Alle bovenstaande opties zijn juist.