BLOK 1
DOKTERSASSISTENTE
22-02-2022 / LES 1
TRIAGE
Triage= het sorteren van klachten en beoordelen inurgenties (geen diagnose stellen!)
3 fases in het intakegesprek:
•intakefase •triage •advies / actie
Intakefase:
- NAW-gegevens + waar is die persoon?
- ABCD(E)-check.
- Toestandsbeeld van de patiënt helder krijgen.
- Wat is de hulpvraag? Wat wilt u dat we doen?
- Hoofd- en bijzaken registreren en filteren.
- Patiënt zelf aan de telefoon krijgen.
ABCD(E):
A = Airway / Luchtwegen:
•Kan de patiënt nog spreken?•Is er sprake van acute heesheid?•Kwijlen? → spoed! (kan epiglottitis zijn → ontstokenstrotklepje) •Bijgeluiden hoorbaar?•Heeft de patiënt zich verslikt?•Letsel in het aangezicht of halsgebied?
•Bij baby’s tot 1 jaar: neusje vrij?
B = Breathing / Ademhaling:
•Spiertrekkingen; alle spieren gebruiken om ademte kunnen halen.•Ademt de patiënt nog?•Hoe snel is de ademhaling?•Wat is de lichaamskleur?•Kan de patiënt nog normaal spreken?•Piepende ademhaling? Hoorbare ademhaling?
C = Circulation / Circulatie:
•Wat is de huidskleur?•Vegetatieve verschijnselen? → Zweten, misselijkheid,angstig, koorts, etc.•Is er vochtverlies?•Is er bloedverlies?•Kan de persoon zelf op zijn benen staan?•Wanneer is er voor het laatst geplast? 1 / 4
D = Disabilities / Bewustzijnsverlies •Glasgow Coma Scale •CVA → Cardio Vasculair Accident E = Exposure / Environnement •Paniek, geweldsdreiging of omgevingsfactoren, bijv.verdrinking, suicide, koolmonoxidevergiftiging.
Fase 1 afronden: Wat weet je nu?
•Is het acuut?•Is het een trauma of non-trauma
Fase 2 - triage:
•Juiste ingangsklacht pakken.•Vragen stellen tot je een ja krijgt.•Dat is je urgentie.•Temperatuur?
Urgentiecodes:
•UO= Resuscitatie / Reanimatie:
Tenminste 1 van de vitale functies is uitgevallen. Direct melden bij de arts. Inzet ambulance en de arts gaat er ook naar toe.
•U1= Levensbedreigend:
Vitale functies zijn in gevaar, bijvoorbeeld door shock of bewusteloosheid. Direct melden bij de arts. Inzet ambulance en de arts gaat er ook naar toe.
•U2= Spoed:
Bedreiging vitale functies. Cliënt/patiënt moet binnen het uur gezien worden.
•U3= Dringend:
Reële kans op schade/humane redenen. Klachten moeten binnen 2-4 uur beoordeeld worden.
•U4= Niet dringend:
Verwaarloosbare kans op schade. Geen tijdsdruk. Afspraak/beeldbellen binnen een etmaal (24 uur).
•U5= Advies:
Geen kans op schade. Afspraak volgende werkdag. Voorlichting + advies → SOEP registratie. Geen triagecriteria.
Alarmsignalen die urgentie-verhogend zijn:
•Tweede keer contact binnen 24 uur over dezelfdeklacht.•Hevige pijn, angst of onrust.•Snelle verslechtering van de conditie.•Niet-pluisgevoel bij de assistent. 2 / 4
Verslaglegging - SOEP:
S= Subjectief:
Alles wat de patiënt je vertelt is subjectief. Je hele triage zet je neer bij de S.
O= Onderzoek / Objectief:
Alles wat meetbaar is, wat je ziet/ruikt/hoort.
E= Episode:
Samenvatting in 1 woord van je S. Bijvoorbeeld buikpijn, hoofdpijn, keelpijn, etc.
P= Plan:
Wat ga je doen? Afspraken die gemaakt zijn. Advies en voorlichting en je vangnet beschrijf je hier.
Risicogroepen die urgentie-verhogend zijn:
•Ouderen 70+ •Baby’s (onder de 3 maanden) •Zwangeren •Chronisch zieken •Verminderde weerstand (bijvoorbeeld door chemo oftransplantatie) •Recente operatie of opname •Inconsistent verhaal
3 vitale organen van de mens:
•Hart, longen en hersenen.
5 vitale functies:
•Ademhaling (saturatiemeter) •Circulatie (bloeddruk meten) •Bewustzijn (aanspreken + bovenstaande) •Pijn (pijnladder / schaal 0-10) •Temperatuur (thermometer)
7 facetten van het triagegesprek:
- NAW-check.
- ABCDE-check.
- Reden van het contact en de hulpvraag vaststellen.
- Ingangsklacht vaststellen.
- Urgentie bepalen.
- Het bepalen en organiseren van een vervolgactie.
- Resultaten afstemmen met de beller.
Afsluiten van het gesprek:
•Doel; patiënt is tevreden met het gesprek.•Afstemmen; probeer tot een compromis te komen.•Kunt u verder met dit advies? Heeft u nog vragen?•Zorg dat de patiënt weet wanneer hij/zij terug kanbellen →vangnet.•Hoe groter jouw vangnet, hoe groter jouw onzekerheid.Tip: laat deze mensen langskomen! 3 / 4
08-03-2022 / LES 2
SPIJSVERTERING
De spijsvertering bestaat uit:
Het hele proces van de spijsvertering duurt ongeveer 24-48 uur.
Taken spijsverteringskanaal:
•Vertering: Bewerken van voedsel zodat het in bloedkan worden opgenomen.
•Resorptie: Opname van voedingsstoffen.
•Verwijderen van onverteerbare en onverteerde voedselresten.
De route van het voedsel:
Mond → keelholte → slokdarm → maag → dunne darm → dikke darm → anus.
Mond:
• Gebit • Tong • Speekselklieren (ondertongspeekselklieren, oorspeekselklieren en onderkaakspeekselklieren)
Keelholte / Farynx:
Werkt mee bij het slikken dmv strottenklepje.
De keelholte behoort tot 2 orgaanstelsels:
• Spijsvertering • Ademhaling
Slokdarm / Oesophagus:
Via de slokdarm vertrekt het voedsel naar de maag.• Deels door de zwaartekracht, maar ook door het samentrekken van de slokdarmwand (peristaltische beweging)
- / 4