DUITS ZWAKKE WERKWOORDEN
Zwakke werkwoorden Het zwakke werkwoord – Hoofdregel met voorbeeld ‘machen’ Tegenwoordige tijd Stam + uitgang Verleden tijd Stam + uitgang Ik maakIch mache Ik maakte Ich machte Jij maaktDu machst Jij maakte Du machtest Hij/zij/het maakt Er/sie/es macht Hij/zij/het maakte Er/sie/es machte Wij makenWir machen Wij maakten Wir machten Jullie maken Ihr macht Jullie maakten Ihr machtet U maaktSie machen U maakte Sie machten Zij makenSie machen Zij maakten Sie machten Ezelsbruggetje = est.tenten
Voltooid deelwoord: ge+stam+t
Als de stam eindigt op -d of -t. uitzonderingen gelden voor melden, atmen, regnen, öffnen, rechnen, zeichnen, begegnen.Ik meld Ich melde Ik meldde Ich meldete Jij meldt Du meldest Jij meldde Du meldetest Hij/zij/het meldt Er/sie/es meldet Hij/zij/het meldde Er/sie/es/man meldete Wij melden Wir melden Wij meldden Wir meldetet Jullie melden Ihr meldet Jullie meldden Ihr meldeten U meldt Sie melden U meldde Sie meldeten Zij melden Sie melden Zij meldden Sie meldeten
Voltooid deelwoord hoofdregel: ge+stam+t
Uitzondering 1: werkwoorden met stam op -d/-t: ge+stam+t Uitzondering 2: alle werkwoorden op -ieren krijgen geen “ge”: studiert, gratuliert, spaziert.Uitzondering 3: werkwoorden als “verkaufen”: verkauft (meestel in Nederlands ook zonder “ge”) Gebiedende wijs (bij een dringende wens, dringend verzoek, opdracht of bevel
Tegen 1 persoon: STAM van werkwoord.
Tegen meer personen: VORM VAN “ihr”
- / 1