• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Economie samenvatting Katern 1 Schaarste en ruil

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Economie samenvatting Katern 1 Schaarste en ruil 1.1Keuzes maken Tijd is beperkt en daardoor schaars. Niet alleen tijd is schaars maar ook geld. Overal waar keuzes gemaakt moeten worden over de inzet van middelen, is sprake van schaarste. Mensen hebben verschillende prioriteiten en motieven.

Behoeftes:

Basisbehoeften of primaire behoeften, Hierbij moet je denken aan een dak boven je hoofd, voedsel en kleding.Secundaire behoeften, dit zijn behoeften die pas van belang worden als de primaire behoeften zijn vervuld. Hierbij kun je

onderscheid maken in:

-Normale behoeften , net uitsteken boven het bestaansminimum, bijv. sporten en in de buurt van school wonen.-Luxe behoeften, ver uitsteken boven het bestaansminimum, bijv. merkkleding, sportwagen.Statusgoederen = Producten waarmee je kunt voorzien in de behoefte aan erkenning, waardering en het je onderscheiden van andere. (Mensen die goederen kopen om hun luxe behoeften te vervullen, willen met die goederen laten zien wat ze bereikt hebben.De hoeveelheid geld waarover je in een bepaalde periode kunt beschikken is je budget. Om te bepalen of je budget genoeg is om alle uitgaven te kunnen betalen is het handig om alle verwachte inkomsten en uitgaven in een begroting te zetten. Hierdoor kun je zien of je geld te kort komt of overhoudt. Kom je geld te kort dan heb je een budgettair probleem. ---- > doormiddel van bezuinigen kan je verlagen in je uitgaves.

In een begroting kun je uitgaven in categorieën onderverdelen:

Dagelijkse uitgaven, uitgaven die te maken hebben met de kosten van levensonderhoud, zoals eten en drinken, huishoudelijke artikelen en persoonlijke verzorging.Vaste uitgaven, uitgaven die iedere periode terugkomen, zoals gas en elektra, woonlasten, abonnementen en verzekeringen.Incidentele uitgaven, uitgaven die af en toe voorkomen, zoals de aanschaf van kleding, huishoudelijke apparaten of vakanties.

1.2Besteding van je budget Opofferingskosten = alle middelen die opgeofferd moeten worden om iets te verkrijgen. (Ga je werken of ga je uit? Als je uitgaat kun je geen geld verdienen. Het kost je geld. Als je toch uitgaat, offer je het geld op wat je mogelijk had kunnen verdienen en maak je extra kosten door uit te gaan.) 1 / 3

Om inzichtelijk te maken op welke manieren je geld alternatief kunt aanwenden, kun je gebruik maken van een budgetlijn. = Een lijn die de grenzen van je budget toont en toont het verband tussen iemands inkomen en bestedingsopties.Alle mogelijke combinaties van beide producten die je kunt kopen met je budget = budgetset.

1.3Het meten van je koopkracht Prijzen veranderen regelmatig. Om die verandering te kunnen vergelijken, gebruik je indexcijfers = een getal dat aangeeft hoeveel een bepaalde waarde in een periode is veranderd ten opzichte van een afgesproken periode.

Formule: Waarde in een bepaald jaar/ waarde van het basisjaar

x 100 Indexcijfers geven je een goed overzicht van de ontwikkeling van een waarde over eem lange periode.Stijgen of dalen de prijzen van goederen, dan heeft dat invloed op wat je kunt kopen. Koopkracht = de hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.-Inflatie = het stijgen van de gemiddelde prijzen van goederen -Deflatie = het dalen van de gemiddelde prijzen van goederen en diensten (Inflatie heeft direct invloed op je koopkracht; die neemt dan af. Je koopkracht blijft behouden als het inkomen van mensen even hard stijgt als de prijzen.) Inflatie zorgt ervoor dat mensen hun geld blijven uitgeven, als ze wachten met de aankoop van producten, worden die duurder. Bij deflatie zullen consumenten mogelijk hun aankopen uitstellen, omdat deze in de toekomst goedkoper worden.Nominaal inkomen = het inkomen dat je in euro’s verdiend.Reëel inkomen = het nominaal inkomen gecorrigeerd voor de inflatie.Het reëel inkomen geeft aan hoeveel goederen je kunt kopen met je nominale inkomen. Het reëel inkomen is hetzelfde als je koopkracht.

Formule: Procentuele reëel inkomen = procentuele verandering

nominaal inkomen - procentuele verandering prijs Indexcijfer reëel inkomen = Indexcijfer nominaal inkomen/ Indexcijfer van de prijs x 100 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de instantie die in Nederland de ontwikkeling voor onder andere prijzen bijhoudt. Één keer per maand publiceert het CBS informatie over de consumentenprijsindex (CPI). -- > inflatie of deflatie voor een jaar 2 / 3

Consumentenprijsindex = de prijsontwikkeling van goederen en diensten die huishoudens in Nederland aanschaffen.

Boodschappenmandje: De prijsverandering van een heel pakket goederen

en diensten, bijv. boodschappen, huur, energie, brandstof, schoolgeld en verzekeringen.(De berekening van de CPI kun je vergelijken met het berekenen van een rapportcijfer. Omdat niet iedere toets even zwaar meetelt bij het berekenen van je rapportcijfer, houd je rekening met het gewicht van iedere toets, en reken je een gewogen gemiddelde uit.)

Formule: Som van (wegingsfactor per artikelgroep x indexcijfer

per artikelgroep) / Som van de wegingsfactoren 1.4Arbeidsdeling en specialisatie Er is een onderscheidt tussen een productie en consumptie. Productie = het maken van goederen en het leveren van diensten. (Bedrijven kopen hiervoor grondstoffen en hulpstoffen in en verwerken deze tijdens het productieproces tot eindproduct. --- > consumenten zijn eindgebruikers van deze eindproducten.) Consumptie = de uitgaven die door gezinshuishoudens worden gedaan aan goederen en diensten.Gezinshuishoudens voorzien in hun behoeften door het consumeren van goederen en diensten, die geproduceerd worden door bedrijf huishoudens. Voor het produceren van deze goederen zijn

productiefactoren nodig: Natuur, kapitaal, arbeid en ondernemerschap.

Natuur, levert de grond, natuurlijke grondstoffen en energie Kapitaal, bestaat uit kapitaal in de vorm van gebouwen en machines Arbeid, is de inspanning van mensen Ondernemerschap , is het initiatief om bovenstaande productiefactoren met elkaar te combineren Bedrijven beschikken zelf niet over productiefactoren; ze moeten deze aanschaffen of inhuren. Ze nemen bijvoorbeeld werknemers in dienst om over de productiefactor arbeid te beschikken. In ruil daarvoor ontvangen werknemers loon en daarmee beschikken zij weer over de middelen om de goederen te kopen om in hun behoeften te voorzien. Hiermee is een systeem van ruil ontstaan. Op dezelfde manier maken bedrijven ook gebruik van de

andere productiefactoren: kapitaal en natuur. Dit doen ze door te investeren.

Zo kopen bedrijven kapitaalgoederen zoals machine of bedrijfspand als ze denken dat ze met deze investering op een later moment geld te kunnen verdienen.

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured step-by-step guides that made learning easy. Such an superb resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Economie samenvatting Katern 1 Schaarste en ruil 1.1Keuzes maken Tijd is beperkt en daardoor schaars. Niet alleen tijd is schaars maar ook geld. Overal waar keuzes gemaakt moeten worden over de inz...

Unlock Now
$ 1.00