• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

ECONOMIE TW 4 H2 H18 -H12

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

ECONOMIE TW 4 – H2 / H18 (-H12)

Domein D – markten Betalingsbereidheid, dit is de maximale prijs die iemand bereid is te betalen voor een product/ dienst. Het verschil tussen de te betalen prijs en de betalingsbereidheid heet het consumentensurplus, dit kan je onthouden omdat dit het verschil is voor consumenten.

1.Teken de vraag- en aanbodlijn in de grafiek 2.Bereken de evenwichtsprijs door Qa = Qv en teken hier een hulplijn vanaf de prijs-as 3.Door de evenwichtshoeveelheid te weten vul je de evenwichtsprijs in bij Qa of Qv 4.Bereken bij welke prijs de vraag en aanbod 0 zijn (snijpunt met y-as)

5.Bereken: basis x hoogte x 0,5

Marktevenwicht is wanneer vraag en aanbod gelijk aan elkaar zijn. Evenwichtsprijs is de prijs die tot stand komt wanneer de gevraagde hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid. Evenwichtshoeveelheid is de hoeveelheid die de aanbieders aanbieden en die de vragers vragen bij de evenwichtsprijs.Omzet is p x q  p is de prijs q is de hoeveelheid/ afzet.De verschuiving langs de vraaglijn wordt veroorzaakt door de prijs.

De lijn verschuift naar links of naar rechts als gevolg van:

Behoeften: als meer/ minder het willen

Aantal consumenten: wanneer het aantal consumenten toeneemt, heb je meer

vragers bij dezelfde prijs, heb je meer omzet. Kan ook andersom.

Inkomen: lager inkomen, lagere vraag bij dezelfde prijs. Kan ook andersom.

Prijs van andere goederen: denk aan substitutie of complementaire goederen.

Dit kan je aangeven met elasticiteiten, dit is de mate waarin iets veranderd. De algemene formule hiervoor is procentueleveranderingvanhetgevolg(G) procentueleveranderingvandeoorzaak(O) . Bij prijselasticiteit is de prijsverandering de oorzaak en de verandering van de gevraagde hoeveelheid het gevolg. Bij inkomenselasticiteit is de inkomensverandering de oorzaak en de verandering van de gevraagde hoeveelheid het gevolg. De uitkomst van deze breuk krijgt een naam en dit heet een elasticiteitwaarde. Wanneer E = 0 is het volkomen inelastisch. Wanneer -1 < E < 0 en 0 < E < 1 is het relatief inelastisch. Wanneer E < -1 en E > 1 is het relatief elastisch. Wanneer E  - oneindig en E  oneindig is volkomen elastisch.Een substitutiegoed is een goed dat in plaats van een ander goed gebruikt kan worden.Wanneer de prijs hiervan verhoogd wordt, stijgt de afzet van het ene goed en daalt die van het substitutiegoed, en andersom. Een complementair goed is een goed dat een ander goed aanvult. Wanneer dus de afzet van het ene goed stijgt, zal die van het andere goed ook stijgen. 1 / 2

ECONOMIE TW 4 – H2 / H18 (-H12)

Marginale kosten zijn de extra kosten bij uitbreiding van de productie met één eenheid.Marginale opbrengsten zijn de extra opbrengsten bij uitbreiding van de productie met één eenheid. Dus hiermee kan je berekenen wat je extra kosten of opbrengsten zijn van de productie van één eenheid.

Twee situaties:

1.De marginale kosten zijn lager dan de marginale opbrengsten, hierdoor is er een winstgevende uitbreiding van de productie van één eenheid.

2.De marginale kosten zijn hoger dan de marginale opbrengsten, hierdoor is er een verliesgevende uitbreiding van de productie van één eenheid.Kosten kan je onderverdelen in twee categorieën: constante (= vaste) en variabele kosten.Constante kosten zijn kosten die ongeacht de productieomvang altijd hetzelfde blijven.Variabele kosten zijn kosten die variëren met de productiegrootte, hoe meer je produceert hoe meer variabele kosten je hebt.Winst is het verschil tussen de verkoopopbrengsten (= omzet) en de productiekosten. Er is dus alleen winst als het uitkomt op een positief getal, dus moeten de totale opbrengsten hoger zijn dan de totale kosten. Wanneer dit niet het geval is en de uitkomst negatief is, is er sprake van verlies.

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

ECONOMIE TW 4 – H2 / H18 (-H12) Domein D – markten Betalingsbereidheid, dit is de maximale prijs die iemand bereid is te betalen voor een product/ dienst. Het verschil tussen de te betalen prij...

Unlock Now
$ 1.00