Economie uitwerking leerdoelen hoofdstuk 6 -Paragraaf 6.1 Je kunt in eigen woorden uitleggen wat een consument en producent zijn en wat het verschil is tussen beide.Consument = iemand die goederen en diensten koopt om daarmee in zijn behoeften te kunnen voorzien Producent = particulier bedrijf of de overheid die goederen en diensten produceert Je kunt in eigen woorden uitleggen wat het verschil is tussen goederen en diensten en wat het verschil is tussen beide.Goederen = tastbare of stoffelijke producten, bv. Smartphone, boek, plant Diensten = niet-tastbare of onsterfelijke producten, bv. Autorijles, knipbeurt, huisartsbezoek Je kunt in eigen woorden uitleggen waarom dat er in de economie vaak gewerkt wordt met economische modellen.Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, waarmee je voorspellingen, analyses en beslissingen kan nemen/maken.Je kunt in eigen woorden uitleggen wat een vraaglijn is en wat een vraagfunctie is.Vraaglijn = lijn die bij iedere prijs (p), aangeeft hoeveel stuks (Q) de consumenten bij die prijs willen kopen Vraagfunctie = hierin wordt de vraag weergegeven wordt (Qv = …P + …) Je kunt in eigen woorden uitleggen waarom er bij een vraaglijn sprake is van een negatief verband en kun je benomen op welke twee manieren je dit terug ziet komen.Stijgt de prijs, dan daalt de vraag Daalt de prijs, dan stijgt de vraag
Te zien door: in vraagfunctie staat voor P
vraaglijn loopt naar beneden Je kunt in eigen woorden uitleggen wat er gebeurd wordt met de betalingdbreidheid.De prijs die vragers maximaal bereid zijn te betalen voor een product Je kunt in eigen woorden uitleggen wat een aanbodlijn is en wat een aanbodfunctie is.Aanbodlijn = lijn die bij iedere prijs (p) aangeeft hoeveel stuks (Qv) de producenten bij die prijs willen verkopen Aanbodfunctie = hierin wordt de aanbodlijn weergegeven (Qa = …P + …) 1 / 2
Je kunt in eigen woorden uitleggen waarom er bij een aanbodlijn sprake is van een positief verband en kun je benoemen op welke twee manieren je dit ziet terugkomen.Stijgt de prijs, dan stijgt het aanbod Daalt de prijs, dan daalt het aanbod
Te zien door: in de aanbodfunctie staat geen minteken voor de p
de aanbodlijn loopt altijd naar boven Je kunt in eigen woorden uitleggen wat er bedoeld wordt met de leveringsbereidheid.Leveringsbereidheid = de prijs die aanbieders minimaal voor hun product vragen Je kunt een vraag en aanbodlijn tekenen in een grafiek 1. Je hebt een vraagfunctie 2. Je zoekt twee punten van de vraaglijn door P=0 en Qv = 0 in te vullen 3. Je tekent een grafiek met Qv op de x-as en P op de y-as en kiest juiste getallen 4. Je vult de punten in Je trekt een lijn tussen beide punten Je kunt in eigen woorden uitleggen wat een marktevenwicht is.De plaats waar de vraag en aanbodlijn elkaar kruisen Je kunt in eigen woorden uitleggen wat een evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid zijn.Evenwichtsprijs = de prijs (in het marktevenwicht) waarbij er net zoveel gevraagd als aangeboden wordt Evenwichtshoeveelheid = de gevraagde en aangeboden hoeveelheid (in het marktevenwicht) bij de evenwichtsprijs Je kunt de evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid berekenen.1. Qa = Qv 2. Hieruit komt een p -> evenwichtsprijs 3. Deze p invullen in zowel Qv-functie als Qa-functie 4. Komt er dezelfde q uit? Dan heb je het goed gedaan! -> de evenwichtshoeveelheid Je kunt de omzet berekenen.Verkoopprijs (p) x afzet/hoeveelheid (q) = omzet je kunt herkennen wanneer er sprake is van een vraag- of aanbodoverschot.Vraagoverschot = er wordt meer gevraagd dan de producenten kunnen aanbieden. Dit zorgt ervoor dat producenten een hogere prijs kunnen vragen
- / 2