Pincode TF 6 de editie, Welvaart en groei (vwo) – antwoorden
© Noordhoff Uitgevers bv 1 Hoofdstuk 1 Welvaart en groei
1.1 Productie, toegevoegde waarde en inkomen
- a De waarde van de productie is gelijk aan de toegevoegde waarde. Er zijn broden
geproduceerd die voor € 7.000 verkocht worden. Dit is de waarde van de productie. Elk bedrijf in de keten heeft waarde toegevoegd. Als de toegevoegde waarde van elk bedrijf wordt opgeteld is het totaal ook € 7.000.b Er ontstaan dubbeltellingen als je bij de berekening van de toegevoegde waarde de omzet van de bedrijven bij elkaar optelt. De waarde van de ingekochte goederen is al opgenomen in de toegevoegde waarde van het bedrijf dat de ingekochte goederen geleverd heeft. Als je bij het berekenen van de toegevoegde waarde van het bedrijf dat de goederen en diensten ingekocht heeft de waarde van omzet tot de toegevoegde waarde rekent zijn de ingekochte goederen twee keer in de berekening van de toegevoegde waarde meegenomen.
- a Andere voorbeelden van producten die ingekocht worden door de broodfabriek zijn:
Verpakkingsmateriaal, energie, water.b Voorbeelden van diensten die door de broodfabriek worden ingekocht zijn: verzekeringen, beveiliging, diensten van een accountant, diensten van een belastingadviseur.c Een supermarkt voegt waarde toe, omdat een supermarkt de producten voor een lagere prijs inkoopt dan de prijs waarvoor de supermarkt producten verkoopt en voegt daardoor waarde toe Of: de supermarkt voegt waarde toe omdat consumenten op een plek veel verschillende producten kunnen kopen. Gemak, veel keuze.
- We meten de productiewaarde van een bedrijf in euro’s en niet in aantallen producten,
omdat je in euro’s de verschillende producten onder een noemer brengt en bij elkaar kunt optellen.
4 Tabel 1 Invloed op de toegevoegde waarde Actie Toegevoegde waarde neemt toe/ neemt af / geen invloed FrieslandCampina verhoogt de prijzen van babymelk Neemt toe Apple besteedt de assemblage van mobile telefoons uit aan een bedrijf in China Neemt af Albert Heijn verhoogt het uurloon van de kassières.Blijft gelijk Mars koopt een extra grote hoeveelheid suiker in en krijgt van de leverancier 3% korting Neemt toe Schoenenfabrikant van Bommel gaat voortaan in eigen winkels schoenen verkopen.Neemt toe
- a inkoopwaarde van de verkochte producten van supermarkten in de eerste vijf maanden
van 2015 = 75% van € 14,2 miljard = 0,75 x € 14,2 miljard = € 10,65 miljard.b Waarde van de ingekochte diensten in de eerste vijf maanden van 2015 = 4% van € 14,2 miljard = 0,04 x € 14,2 = € 568 miljoen.c Toegevoegde waarde van de supermarkten in de eerste vijf maanden van 2015 = Omzet - inkopen = € 14,2 miljard – (€ 10,65 miljard + € 0,568 miljard) = € 2,982 miljard = € 14,2 miljard – € 11,218 miljard = € 2,982 miljard.
- a De netto toegevoegde waarde verandert niet als de lonen van de werknemers vehoogd
worden. Het verschil tussen de omzet en de waarde van de ingekochte goederen verandert niet door de verhoging van de lonen. De winst zal dalen.b De bruto toegevoegde waarde neemt toe als inkopers van een onderneming korting krijgen van hun leveranciers, omdat door de korting de waarde van de ingekochte goederen en 1 / 4
Pincode TF 6 de editie, Welvaart en groei (vwo) – antwoorden
© Noordhoff Uitgevers bv 2 diensten daalt.c De stelling: ‘Als bedrijven meer investeren in scholing en opleiding van werknemers is dit gunstig voor de inkomensvorming in Nederland, klopt. Bedrijven kunnen dan betere producten en diensten produceren. Hiervoor kunnen ze hogere prijzen vragen waardoor de netto toegevoegde waarde van bedrijven stijgt en de primaire inkomens toenemen.
- a Bruto toegevoegde waarde Catente = omzet – inkopen = € 20 miljoen – (€ 3 miljoen + €2
miljoen + € 2) = € 20 miljoen – € 7 miljoen = € 13 miljoen.
NB: Het omzetbedrag is inclusief de afschrijvingen.
b Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen = € 13 miljoen – €
- miljoen = € 11 miljoen.
- winst = 6 miljoen + 0,5 miljoen + 1 miljoen + 3,5 miljoen = € 11 miljoen.
c Netto toegevoegde waarde = de beloningen van de productiefactoren = loon + pacht + rente
d De toegevoegde waarde van Catente is niet gelijk aan de winst van Catente, omdat d e toegevoegde waarde naast winst ook bestaat uit loon, pacht en interest.
- a Primair inkomen = loon + pacht + rente + winst = loon € 54.000 (voor arbeid) + huur €
12.000 (natuur) + rente € 2.400 (kapitaal) + winst € 38.000 (ondernemerschap) = € 106.400 totaal.b Afschrijving hoort wel bij de toegevoegde waarde van een bedrijf, maar leidt niet tot inkomen. Afschrijvingen geven de waardevermindering van de duurzame productiemiddelen weer en moeten betaald worden uit het verschil tussen de omzet en de ingekochte goederen en diensten en hoort daarom wel bij de bruto toegevoegde waarde. Het is geen onderdeel van de netto toegevoegde waarde, omdat het niet uitgekeerd wordt aan de bezitters van de productiefactoren. De afschrijving blijft in de onderneming en wordt gebruikt om versleten kapitaalgoederen te vervangen.c primair inkomen = netto toegevoegde waarde = € 106.400.Bruto toegevoegde waarde = netto toegevoegde waarde + afschrijvingen = € 106.400 + €
5.000 = € 111.400.
9
10 a Als er 2000 agenten worden aangenomen, neemt de netto toegevoegde waarde van de overheid toe. Afgesproken is dat de productie van de overheid gelijk aan de door de overheid betaalde lonen. Als het aantal agenten toeneemt, moet de overheid meer loon betalen en stijgt de netto toegevoegde waarde.b Het gegeven dat ontbreekt in de bron als je de toename van de productie van de overheid moet berekenen is het gemiddelde loon van de agenten.c Bij de productie van de overheid is er geen sprake is van een marktprijs omdat de meeste producten die de overheid produceert, zoals wegen, veiligheid en het landsbestuur, worden niet individueel verkocht en zijn voor iedereen te gebruiken. Bovendien is de prijs van een door de overheid geleverd individueel goed vaak lager dan de marktwaarde.
11 a Objectieve methode: de productie van bedrijven en overheid bij elkaar op tellen.Productie van bedrijven = omzet – inkopen en diensten van derden = € 900 miljard – € 280 miljard = € 620 miljard. NB: het bedrag van de productie van bedrijven is bruto en dus 2 / 4
Pincode TF 6 de editie, Welvaart en groei (vwo) – antwoorden
© Noordhoff Uitgevers bv 3 inclusief de afschrijvingen. Bruto productie van bedrijven = € 620 miljard.Productie van overheid = Salarissen betaald door de overheid = € 63 miljard. NB: dit bedrag is netto. Netto productie van overheid = € 63 miljard.Bruto productie van overheid = netto productie van overheid + afschrijvingen van overheid.Bruto productie van overheid = € 63 miljard + € 22 miljard = € 85 miljard.Bruto binnenlands product (bbp) = bruto productie bedrijven + bruto productie overheid.Bruto binnenlands product (bbp) = € 620 miljard + € 85 miljard = € 705 miljard.
b Subjectieve methode: de inkomens bij elkaar optellen.
Netto binnenlands product = loon bedrijven + loon overheid + pacht + rente + winst.Netto binnenlands product = 283 + 63 + 80 + 166 = € 592 miljard.Bruto binnenlands product = netto binnenlands product + afschrijvingen = Bruto binnenlands product = € 592 miljard + (€ 22 miljard + € 91 miljard) = € 705 miljard.c Bij de objectieve methode wordt de waarde van de productie berekend. Omdat de waarde van de productie gelijk is aan het primaire inkomen kan het bbp berekend worden door de primaire inkomens op te tellen. Omdat inkomens besteed worden kan het bbp ook bere kend worden door de bestedingen op te tellen.
12 a FOUT IN BRON: ‘ingekochte diensten’ moet zijn: ‘ingekochte diensten + afschrijvingen’.In de overige kosten (4%) zitten de afschrijvingen en de ingekochte diensten.Overige kosten = 0,04 x 14,2 miljard = 0,568 miljard.Overige kosten = afschrijvingen + ingekochte diensten Ingekochte diensten = € 0,568 miljard – € 0,071 miljard = € 0,497 miljard.Bruto toegevoegde waarde = omzet – inkopen goederen – ingekochte diensten.Bruto toegevoegde waarde = € 14,2 miljard – € 10,65 miljard – € 0,497 miljard = € 3,053 miljard.Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde - afschrijvingen.Netto toegevoegde waarde = € 3,053 miljard – € 0,071 miljard = € 2,982 miljard.
b Primair inkomen: Loon 13%, huur 4%, rente 1% en winst 3%. Totaal 21%.
Primaire inkomen is 21% van € 14,2 miljard = 0,21 x € 14,2 miljard = € 2,982 miljard.c De bijdrage van de supermarkt aan het netto nationaal product bestaat uit de netto toegevoegde waarde van de supermarkt. Dit is € 2,982 miljard.
13 Primair inkomen Secundair inkomen Overdrachts- inkomen Jan krijgt een salarisspecificatie met daarop het bruto en het nettoloon x x De familie Klein ontvangt € 480 kinderbijslag x x De supermarkt heeft het salaris van € 300 naar de bankrekening van de medewerker.x x Pieter heeft € 100 betaald voor een parkeerboete.
Samir ontvangt € 83 zorgtoeslag per maand.x x
14 a Het percentage van de overheidsuitgaven dat uit overdrachtsinkomens bestaat (2014) = uitkeringen / totale uitgaven x 100% = 143,359 miljard / 306,527 miljard x 100% = 46,8%.Het percentage van de overheidsuitgaven dat uit overdrachtsinkomens bestaat (2015) = uitkeringen / totale uitgaven x 100% = 2015: 146,403 miljard / 304,420 miljard x 100% =
48,1%.
b Een bezuiniging door de overheid heeft een kleinere daling van de overheidsuitgaven tot gevolg, omdat als de overheid minder uitgeeft, bezuinigt, er banen bij de overheid verloren kunnen gaan. Meer mensen worden werkloos en krijgen een uitkering. Doordat het aantal uitkeringen toeneemt nemen de overheidsuitgaven ook weer toe.
15 a Als de overheid om de extra bestedingen aan zorg en onderwijs te betalen de belastingen 3 / 4
Pincode TF 6 de editie, Welvaart en groei (vwo) – antwoorden
© Noordhoff Uitgevers bv 4 verhoogt, daalt het besteedbaar inkomen en is de stelling juist.b De stelling `In Nederland zijn de ontvangen primaire inkomens altijd hoger dan de secundaire inkomens’ is niet juist. Mensen die een uitkering ontvangen, bijvoorbeeld omdat ze werkloos zijn, ontvangen geen primair inkomen maar krijgen wel een secundair inkomen.c De tegenprestatie bij primair inkomen, bestaat uit het beschikbaar stellen van de productiefactoren aan bedrijven en de overheid.
Integratieopdracht 16 a Bruto toegevoegde waarde van ‘Holland Rubberboot’ over 2016 = Omzet – inkoop grondstoffen – diensten van derden.Bruto toegevoegde waarde van ‘Holland Rubberboot’ over 2016 = € 7.500.000 – € 1.800.000
– € 12.500 = € 5.687.500.
Netto toegevoegde waarde = Bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen.Netto toegevoegde waarde = € 5.687.500 - € 500.000 = € 5.187.500.b Voorbeelden van diensten van derden, zijn: diensten van een accountant, bankdiensten, diensten van een reclamebureau.c De kunststoffen die ‘Holland Rubberboot’ bv ingekocht heeft behoren tot de productiefactor kapitaal. De kunststoffen zijn (vlottend) kapitaal, omdat de kunststoffen al een bewerking ondergaan hebben.d De bijdrage aan het netto binnenlands product van Nederland is gelijk aan de netto toegevoegde waarde van ‘Holland Rubberboot’ en is gelijk aan € 5.187.500.e De bijdrage van ‘Holland Rubberboot’ aan het netto binnenlands product is gelijk aan de bijdrage aan het netto binnenlands inkomen van Nederland, omdat de netto toegevoegde waarde de waarde is die “Holland Rubberboot bv” toevoegt door het gebruiken van productiefactoren. De toegevoegde waarde komt daardoor terecht bij de eigenaren van de productiefactoren. De beloning van de productiefactoren is inkomen voor de eigenaren. Dit is ook de bijdrage van het bedrijf aan het netto binnenlands inkomen.f Netto winst = omzet – loon – pacht – rente = 100% – 77% – 2% – 12% = 9%.Netto winstbedrag = 9% van € 5.187.500 = 0,09 x € 5.187.500 = € 466.875.
Herhalingsopdrachten
- a Uit de bron kun je niet afleiden dat de netto toegevoegde waarde van Apple in het 2e
kwartaal is toegenomen, omdat er geen gegevens zijn over de waarde van de ingekochte goederen en diensten door Apple in het tweede kwartaal.b Het is zeer waarschijnlijk dat de toegevoegde waarde van Apple in het tweede kwartaal wel is toegenomen, omdat als de omzet stijgt doordat er meer telefoons verkocht worden ook de waarde van de ingekochte goederen zal toenemen. Zolang de waarde van de ingekochte goederen en diensten in verhouding even veel stijgt als de omzet zal de toegevoegde waarde ook toenemen.c Als Apple besluit om de prijs van telefoons te verhogen en dat ondanks de prijsverhoging het aantal verkochte telefoons hetzelfde blijft, dan zal de toegevoegde waarde toenemen. Door de prijsverhoging van telefoons zal de omzet toenemen maar omdat door de prijsverhoging de waarde van de ingekochte goederen en diensten niet verandert, zal de toegevoegde waarde stijgen.d De bijdrage van Apple aan het Amerikaanse bbp is hoger dan € 10,7 miljard. In de bijdrage zit ook het loon, de rente en pacht die Apple betaald heeft en de afschrijvingen.
- a De beloning voor de productiefactor ondernemerschap van Sanoma in 2015 is nul. De
eigenaren/ondernemer ontvangen geen inkomen omdat er verlies is gemaakt.b Sanoma zal in 2015 wel een positieve bijdrage geleverd hebben aan het bbp van Nederland, omdat Sanoma in 2015 wel loon, rente en pacht betaald zal hebben. Deze betalingen dragen positief bij aan het bbp van Nederland.c Als Sanoma besluit om te reorganiseren en een aantal werknemers ontslaat, dan zal h et primair inkomen dat met de productiefactor arbeid verdiend wordt afnemen. De beloningen voor de productiefactor kapitaal en natuur zal hetzelfde blijven.
- a De omvang van het bbp in een land berekenen met de objectieve methode : toegevoegde
- / 4