1
Embryologie - ontwikkelingsafwijkingen Congenitaal = aangeboren -somie = afwijking in het aantal van een chromosoom A… = afwezigheid Micro = klein Hypo = onderontwikkeld Atresie = niet sterk ontwikkeld / verkleind Mono = één Poly = meerdere
Inleiding
- Thalidomide
Geneesmiddel voor vrouwen tegen:
ochtendmisselijkheid / slapeloosheid / last van zwangerschapskwalen > Malformaties bij ongeboren nakomeling > korte armen = Focomelie > bovenste lidmaten niet genoeg ontwikkeld
- Congenitale navelbreuk
Tijden de ontwikkeling van het embryo:
Lever op bepaald moment sterk toenemen > niet in proportie met lichaam > Darmlussen door navel naar buiten sijpelen > als dit blijvend is > Pathalogische/congenitale navelbreuk > normaal verdwijnt dit, doordat het organisme weer groeit > Fysiologische navelbreuk
- Teratogene ontwikkeling
Ontwikkeling die afwijkt van de normale ontwikkeling van het organisme > meeste teratogene effecten door toeval > niet altijd door bepaald geneesmiddelen Bv. Siamese tweeling (vergroeing
- (Abnormale) bevruchting - delaminatie
- Aneuplodie
Afwijking in de chromosomenset > Alles 3x (>3N) > 3 ipv. 2 > trisomie afwijking in het aantal van een chromosoom > 1 ipv. 2 > monosomie afwijking in het aantal van een chromosoom 1 / 4
2
- Afwijking in:
Autosomen Allosomen = seks chromosomen
- Polyspermie
Triploïde zygote doordat er 2 spermacellen in de eicel zijn binnen gedrongen ipv. 1 spermacel > Niet levensvatbaar > embryonale sterfte
-
- Euploidie
- Eenvoudig > haloïde
- Dubbel > diploïdie
- Driedubbel > triploïdie/polyploïdie
Hier gaat het om een cel met een volledige set chromosomen.
> dit kan veroorzaakt worden door polyspermie
- Choromosomale afwijkingen
- Non-disjunctie
Tijdens meiotische deling
- Meiose I : Monosomie > 0N in geslachtscel ipv.
1N
- Meiose II : Trisomie > 2N in geslachtscel ipv.
1N Bij vrouw vaak door lange duur met pauzes in de ovogenese
- Edwards syndroom
Het Edwards syndroom wordt veroorzaakt door een trisomie van het chromosoom 18. Hier zijn er allerhande malformatie en deze malformaties gaan we zien bij de organogenese.
- Hoefijzernier: de twee nieren zijn aan de
caudale pool niet gescheiden van elkaar.
- Hartafwijkingen
- Oorafwijkingen: is zeer typisch
- Een te korte kaak
- Een verkeerde stand van de onderste
ledematen.
- / 4
3
- Patau syndroom
Het Patau syndroom is een trisomie van het chromosoom 13.
- Kleft palat: gespleten gehemelte dit is één
van de meeste voorkomende geboorteafwijkingen bij de mens en dit kan je dus ook krijgen bij dit syndroom
Coloboma iridis: Bij de iris gaat er vanonder een
zwarte balk voorkomen. Dit komt omdat oorspronkelijk de iris niet gesloten is en deze pas gaat sluiten bij verdere ontwikkeling.
10 Translocatie trisomie Stukje (van een chromosoom extra) opgelakt op een bepaald chromosoom > 1 e stukje langer dan de andere
11 Hermafrodiet Een hermaphrodiet is een organisme waar er zowel een testis als een ovarium aanwezig is. De gonaden zijn dus van beide geslachten aanwezig.
12 Pseudo-hermafrodiet Afwijking in allosomen (seks chromosomen) Bv. gonaden van de een, secundaire kenmerken van de ander > onderontwikkelde genitalia
Bij een pseudo-hermaphrodiet ga je zien dat de gonaden van één geslacht aanwezig is en
- 3 / 4
4
dat de uitwendige geslachtskenmerken van het andere geslacht zijn.
13 Klinefelter syndroom/XXY syndroom
Klinefelter syndroom: Hier heb je een XXY
chromosomenset. Hier is er duidelijk een penis aanwezig en ook de testes, maar deze zijn onderontwikkeld. Dit komt door de hoge productie van oestrogenen doordat er twee X’en aanwezig zijn en je krijgt ook borstontwikkeling. De zaken die dus worden geregeld door testosteron, voorbeeld ontwikkeling van behaardheid, worden onderdrukt.
Bij een lapjeskater kan het zijn dat dit de oorzaak is van het XXY chromosoom, maar dit is niet altijd zo. Soms krijgt men dit ook bij XY door een mutatie (in de huid) in het gen dat instaat voor de kleur zodat bepaalde delen van de vacht anders kleuren dan andere.
Of het kan gaan om een chimeer waarbij slechts 1 van de embryo's zich volledig ontwikkeld heeft maar delen van het ander embryo heeft overgenomen. Bij deze afwijkingen zijn de katers dan niet steriel. Deze aandoeningen zijn echter (nog) zeldzamer dan een chromosomale afwijking XXY
14 Turner/XO syndroom
Turner syndroom: Dit is een X0 syndroom, dit is dus
een monosomie. Het gaat hierbij over vrouwelijke individuen die een X-chromosoom te kort hebben. Door een tekort aan het tweede X-chromosoom kunnen we een tekort krijgen aan vrouwelijke geslachtskenmerken. We hebben natuurlijk wel de uitwendige geslachtskenmerken zoals vagina en vulva, maar we hebben geen borstontwikkeling en dergelijke.
15 Diplopagus Soorten verbindingen bij versmolten tweelingen (=
diplopagus):
- / 4