Diagnostische vaardigheden
FSWE-MO015
Naam:
Studentnummer:
Inleverdatum:
Tutor:
Pedagogische
Wetenschappen:
Orthopedagogiek Erasmus Universiteit Rotterdam 2019-
2020 1 / 3
- | P a g e 2 / 3
Onderzoeksstrategie
Vraagstelling en klachtenanalyse:
Personalia J, is op het moment van de intake 7 jaar en 3 maanden. Haar gezin is samengesteld uit: Moeder (Nederlandse) Vader (geboren in Suriname), J en K. (zoon, 3 jaar). Beide ouders hebben gezag over J. Oma, die ook vaak oppaste, is vorig jaar plots overleden. J. volgt regulier basisonderwijs en is van groep 1, 2 doorgestroomd naar groep 3. De hulpverlening wordt verzorgd door een praktijk voor orthopedagogiek te Rotterdam, die specialistische GGZ voor Kind & Jeugd aanbiedt, na doorverwijzing door de huisarts.Klacht en hulpvraag Doorverwijzing: De huisarts heeft J. doorverwezen, omdat J. niet goed mee komt op school, druk gedrag thuis en op school laat zien en moeite heeft met luisteren.Leerkracht/schoolsituatie Ouders geven aan dat het op school erg onrustig is. Er zijn grote klassen en er is regelmatig wisseling van leerkrachten. Er zijn, volgens ouders, veel prikkels in de klas, wat er voor zorgt dat J. moeite heeft om zich te concentreren. Ouders geven aan dat J. geen klik heeft met de leerkracht. Connectie en duidelijkheid is belangrijk voor J. en die krijgt zij nu niet. Vorig jaar had ze wel een goede connectie met de juf en liet J. minder probleemgedrag zien. J. geeft nu aan dat school stom is, maar gaat niet met tegenzin naar school. Vorig jaar had ze heel veel plezier in school. J. heeft een achterstand in lezen en rekenen. De oude juf maakte rekenen visueel en hierdoor snapte J. de opdrachten. De leerkracht geeft aan dat J. vaak haar weektaak niet af heeft of een andere opdracht heeft gemaakt dan de taak was. De leerkracht ervaart hyperactiviteit/aandachttekort en pro-sociaal gedrag als klinisch.Thuissituatie Er is een intact gezin van 4. Moeder en vader werken allebei. Vader werkt fulltime bij de politie en moeder werkt twee dagen in de week als verkoopmedewerkster. Hierdoor kan J.niet altijd worden opgehaald uit school. J. gaat op wisselende dagen naar de BSO of bij een vriendinnetje spelen. Voorheen haalde oma J. dan op, maar oma is vorig jaar overleden. Soms hoort moeder nog indirect dingen van J. die met de crematie te maken hebben.J is erg bewegelijk en snel afgeleid. J. heeft moeite met het opvolgen van instructies, waardoor moeder deze, naar eigen zeggen, eindeloos moet herhalen. Vader denkt
- | P a g e
- / 3