Oefententamen Ethiek in sociaal werk Jacquelien Rothfusz
9789043042642
5 e editie 2024 50 veel voorkomende tentamenvragen (meerkeuze) met antwoorden 1 / 3
Inhoud Hoofdstuk 1: Ethiek en sociaal werk.........................................................3 Hoofdstuk 2: Professionele waarden........................................................3 Hoofdstuk 3: Ethiek in de praktijk............................................................4 Hoofdstuk 4: De rol van macht en verantwoordelijkheid..........................4 Hoofdstuk 5: De cliënt centraal................................................................5 Hoofdstuk 6: Reflectie en intervisie..........................................................5 Extra vragen (BELANGRIJK TENTAMEN!!) .................................................6 Hoofdstuk 7: Normen en waarden in de praktijk......................................7 Hoofdstuk 8: Professionele autonomie en grenzen..................................7 Hoofdstuk 9: Ethisch stappenplan............................................................8 Hoofdstuk 10: Ethische dilemma’s in samenwerking...............................9 Hoofdstuk 11: Cultuur en diversiteit in ethiek..........................................9 Hoofdstuk 12: Verantwoording afleggen................................................10 Hoofdstuk 13: Macht en afhankelijkheid................................................11 Hoofdstuk 14: Vertrouwen en vertrouwelijkheid.....................................11 Hoofdstuk 15: Zelfzorg en ethiek...........................................................12 Hoofdstuk 16: Ethiek en beleid..............................................................12 2 / 3
Hoofdstuk 1: Ethiek en sociaal werk
1.Wat is ethiek in de context van sociaal werk?
a) Het toepassen van wetten en regels.
b) Het reflecteren op goed en kwaad in professioneel handelen.
c) Het controleren van sociale voorzieningen.
d) Het implementeren van managementtheorieën.
Antwoord: b
2.Welke van de volgende is géén kenmerk van ethisch handelen in sociaal werk?
a) Het respecteren van de autonomie van de cliënt.
b) Het nastreven van eigen belangen boven die van de cliënt.
c) Het streven naar rechtvaardigheid.
d) Het bevorderen van het welzijn van de cliënt.
Antwoord: b
3.Welke stroming binnen de ethiek legt de nadruk op de intenties achter het handelen?
a) Deugdethiek
b) Gevolgenethiek
c) Plichtethiek
d) Situationele ethiek
Antwoord: c
Hoofdstuk 2: Professionele waarden
4.Welke kernwaarde wordt beschouwd als essentieel in sociaal werk?
a) Autonomie
b) Winstmaximalisatie
c) Loyaliteit naar de organisatie
d) Concurrentie
Antwoord: a
5.Wat betekent 'respect voor de waardigheid van de mens'?
a) De cliënt zoveel mogelijk laten beslissen over zijn eigen leven.
b) Alleen handelen volgens regels en wetten.
c) Vermijden van kritiek op de cliënt.
d) Het bepalen van wat goed is voor de cliënt.
Antwoord: a
6.Wat is een belangrijk doel van morele reflectie in sociaal werk?
- / 3