ETOS ASSISTENT DROGIST
MODULE 1.1: DROGIST EN ZELFZORG
Geneesmiddelenwet (2007):
-Zelfzorgeneesmiddelen bij apotheek en drogist hebben een adviesplicht -Alleen assistent-drogisten en drogisten mogen adviseren 1865: ook drogisten mogen naast de apotheek geneesmiddelen leveren. 75% van zelfzorgmiddelen wordt verkocht in drogisterij nu. Sinds 2002 mogen ze verkocht worden door zelfbediening onder toezicht van apotheker of drogist (=zelfselectie). Er zijn 1980 apotheken in NL en 2350 drogisterijen.UR= uitsluitend recept; door arts of specialist voorgeschreven, kun je ophalen bij de apotheek of sommige dingen zijn te koop bij drogist
Zelfzorgeneesmiddelen: verkregen zonder recept
-UA: uitsluitend apotheek
-UAD: uitsluitend apotheek en drogist; grootste groep, wel advies
beschikbaar van goede kwaliteit gegeven door (assistent) drogist (tenzij klant dit niet wil)
-AV: algemene verkoop; geen advies nodig, overal verkocht
Fabrikant moet zelf AV aanvragen, anders valt het standaard onder UAD.Zelfzorg: zorg die een persoon op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid besteedt aan gezondheidsklachten. Er is een verplichting tot zelfzorgvoorlichting bij verkoop van zelfzorggeneesmiddelen (vooral over veilig gebruik) CBG (college ter beoordeling van geneesmiddelen): bepaalt afleverstatus > op basis van veiligheidsrisico (bv paracetamol 20 stuks AV, vanaf 50 stuks UAD, nog groter UA)
Aanmerking voor AV:
1.Met werkzame stof is minstens 5 jaar ervaring opgedaan in VS of gemeenschap zonder dat het op recept verkrijgbaar is 2.Risico op schade is verwaarloosbaar 3.Geen aanwijzingen voor abnormaal gebruik 4.Eenheden per verpakking is beperkt 5.Verpakking en bijsluiter waarschuwen voor risicovolle situaties 6.Beschikbaarheid van mondeling advies van apotheker/drogist is niet noodzakelijk ! Zelfzorggeneesmiddelen voor kinderen vallen bijna nooit onder AV !Veilig wanneer gebruikt volgens bijsluiter: problemen bij verkeerd gebruik, misbruik, combinatie met andere geneesmiddelen.Verantwoorde zorg= meest geschikte middel aangeboden, op de hoogte van gebruik, bijwerkingen, andere maatregelen om klacht te genezen, bij aanhoudende klachten contact met huisarts.Dus: 1) verkopen van juiste geneesmiddel, 2) voorlichting over gebruik > taak in nuldelijnszorg (voor HA bezoek, preventieve zorg) CBG : toetst op kwaliteit, veiligheid, werkzaamheid. 1 / 5
RVG = register verpakte geneesmiddelen Homeopatische geneesmiddelen alleen getoetst op veiligheid en kwaliteit en niet op werkzaamheid !
RVH: registratie voor homeopatische geneesmiddelen
> indicatie op RVH is verboden sinds 2012 want werkzaamheid is niet wetenschappelijk/klinisch aangetoond.TKG: traditioneel kruidengeneesmiddel; gebaseerd op traditioneel gebruik dus er mag een indicatie opstaan, maar er is geen klinisch bewijs (wel RVG registratie van homeopathie)
Verantwoordelijke zorg (artikel 62, lid 2):
-Toezicht drogist op UAD geneesmiddelen en advisering door (assistent) drogist -Alleen drogist/assistent mag advies geven -Advies verplicht tenzij klant dit niet wil, als klant niet vraagt om advies moet eerst gevraagd worden of klant echt geen informatie wil!Terhandstellen: presenteren van geneesmiddelen zodat klant keuze kan maken, geven van voorlichting, afrekenen en overhandigen van geneesmiddel, verlenen van nazorg (toezicht van drogist) Reclame voor zelfzorgeneesmiddelen mag maar heeft strenge voorwaarden door de KOAG. Ze moeten bijvoorbeeld worden getoetst aan SmPC-tekst (officiële bijsluiter tekst).CBD (centraal bureau drogisterijbedrijven) zorgt voor nascholing en certificering. Ze zorgen ook voor de regels en normen.Zelfzorgproducten: alleen dat op eigen iniatief en voor eigen rekening kan worden gekocht om gezondheidsklachten vast te stellen, bestrijden en voorkomen. > niet hetzelfde als zelfzorggeneesmiddelen -Reguliere zelfzorggeneesmiddelen zoals paracetamol -Homeopatische zelfzorggeneesmiddelen -Fytotherapeutische zelfzorggeneesmiddelen -Diagnostica -Anticonceptie -Lichaamshygiëne -Pleisters en verband -Vitamines en mineralen
Generiek middel: zelfde naam als de werkzame stof (bv paracetamol)
Elk geneesmiddel heeft een SmPC tekst = summary of product characteristics / SPC. Deze staat in registratiedossier van geneesmiddel en wordt door CBG goedgekeurd. Het gebruik van zelfzorgstandaarden en adviesstandaarden zijn verplicht. (door CBD) De bijsluiter wordt opgesteld aan de hand van de SmPC. De SmPC is uitgebreider en bevat info over farmacokinetische (opname en distributieons lichaam van medicatie) eigenschappen.Een buitenlandse bijsluiter mag alleen als de gegevens identiek zijn aan originele tekst. Er mag verwezen worden naar andere sterkte/toediening en adressen in bijsluiter. Wat niet mag: vermelden adressen op verpakking en drogisten.-Bijwerkingen op aard en frequentie gesorteerd, bijsluiter is verplicht, tenzij alle info op de verpakking staat.
-Ook moet er braille aanwezig zijn: naam, sterkte,
toedieningsvorm
Inhoud:
-Naam 2 / 5
-Samenstelling en concentratie -Toedieningsvorm en inhoud -Producent en registratienummer Bijsluiter Wat is dit middel en waarvoor wordt het gebruikt?Werking en waarop het berust. Dan de geneesmiddelengroep. Dan de therapeutische indicaties; bij welke aandoeningen het toegepast kan worden Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?Contra-indicaties, waarschuwingen, zwangerschap en borstvoeding, invloed op rijvaardigheid (versuffing), wisselwerkingen met andere medicatie/alcohol, hulpstoffen kunnen ook risico’s hebben Hoe gebruikt u dit middel?Aanbevolen, effectieve dosering, maximale dosering.
Toedieningsinterval: tijd tussen 2 innames
Toedieningsfrequentie: hoe vaak per 24 uur iets mag worden ingenomen
Overdosering: teveel middel ingenomen, welke schade en met wie contact
opnemen Vergeten in te nemen Mogelijke bijwerkingen Ongewenste effecten. Kan verschillen met langdurig gebruik.Hoe bewaart u dit middel?Uiterste houdbaarheidsdatum en aanwijzingen voor bewaren.
Hoog: buiten bereik kinderen
Donker: ontleding door licht voorkomen
Droog: bederven kan door vocht
Koel: warmte kan geneesmiddelen ontleden
Inhoud van verpakking en overige informatie Welke stoffen + hulpstoffen, hoe ziet het eruit en hoeveel zit in verpakking en overige info (naam fabrikant etc, goedkeurigsdatum van bijsluiter) Zelfzorgproducten die geen geneesmiddel zijn: maaltijdvervangers, voedingssupplementen etc. ze hebben een functie op de gezondheid verbeteren of behouden. Populairst zijn multivitaminen die door de helft gebruikt worden van de consumenten, vooral om de weerstand te verhogen. !foliumzuur voor zwangeren 400 microgram !
Gezondheidsfunctie: in stand houden of bevorderen van goede gezondheid
Geneesmiddelen: het behandelen, genezen of voorkomen van ziekten
Vitamines Zie hiernaast de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid
! let op: geen onderscheid tussen geslacht/leeftijd etc
Toedieningsvorm Plaatselijke toediening: lokaal / topicaal: op de plek aangebracht waar het zijn werking heeft -Huid: vaak lokaal behandeld, kinderen hun huid laten stoffen beter door en hebben sneller bijwerkingen door systemische opname -Slijmvliezen: door een spoeling, spray of druppels 3 / 5
-Inhalatie: via de luchtwegen geïnhaleerd
Systemische toediening: het geneesmiddel komt op de gewenste plek via de bloedbaan.
-Oraal: door de mond, meest gebruikelijke manier
-Rectaal: via het rectum/endeldarm ingebracht. De lever kan niet eerst de stof afbreken dus het is effectief, ook als oraal niet kan door misselijkheid bijvoorbeeld. Maar opnemen van stof uit zetpil gaat minder makkelijk en goed dan in de dunne darm, daardoor hogere dosering nodig!!!!
-Vaginaal: kunnen rubber van condooms aantasten tot 2 dagen na gebruik!
-Transdermaal: via de huid opgenomen in het bloed
-Parenteraal: buiten maag-darmkanaal om via een direct infuus
Gecombineerd: lokaal en systemisch, zoals maagtabletten, soms ook onbedoeld
Huid:
-TTS-pleister: transdermaal therapeutisch systeem. Gedoseerde afgifte, nauwkeurig afgegeven aan bloed
-Balsem: dikvloeibare massa van harsen in olie, zalfachtig
-Creme: olie-in-water of andersom. Bevat een emulgator. Water-in-olie is vetter want vet- molecuul zit aan de buitenkant. Olie-in-water zit het water-molecuul aan de buitenkant en is met water af te spoelen.
-Gel: geleiachtig op basis van verdikkingsmiddel
-Linement: dun en gemakkelijk op te brengen zalf
-Pasta: meer dan 50% vaste stof
-Strooipoeder
-Zalf: vetmengsel waarin geneesmiddel is opgelost, lost niet op in water
Slijmvliezen -Gorgeldrank/mondspoeling -Druppels. Denebulisator = knijpflesje Mond
-Bruistablet: koolzuurgas zorgt voor bruising. Mensen met hoge bloeddruk moeten
voorzichtig zijn want er zit veel natrium in.
-Capsule: stof omgeven door gelatinelaagje wat oplost in maagsap.
-Dragee: tablet voorzien van suikerlaken die beschermen tegen lucht en vocht
-Poeder: verdeeld=vermengd met vulstof en verpakt in kleine zakjes
-Granules: fijne korrels
-Smelttablet
-Pil: zijn eigenlijk ouderwets van droppoeder
-Tablet: samengeperst poeder, valt snel uiteen
Oraal -Drank -Oplossing -Emulsie: twee of meer niet op normale manier te mensen stoffen, emulgator nodig
-Suspensie: onopgeloste stof die zwevend wordt gehouden door emulgator
-Stroop: water en sacharose 60% ongeveer
-Tinctuur: alcoholisch
Endeldarm
-Zetpil: normaal gesproken inbrengen met spitste kant
-Clysma: tube met canule voor inbrengen van vloeistof
Retardwerking: afgifte van geneesmiddel wordt vertraagd. Minder snel werkzaam, maar werken langer dus constanter afgegeven. Synoniemen: prolongation, slow release, durette, spansule Manieren: meer lagen, gecoate microkorrels, waslaagje 4 / 5