Module 4:
Kritisch redeneren binnen het verpleegproces
Deeltentamen 1:
Het zorgdossier
Student:
Studentnummer:
Modulenummer: Hbo-v Module 4
Datum: 10-12-2018
Examinator:
Studiecoach:
Werkbegeleiders:
Werkplek:
Groep:
E-mail:
Aantal woorden: 1 / 3
Inleiding Voor het eerste tentamen van module 4: “Kritisch Redeneren binnen het verpleegproces” is dit zorgdossier ontwikkeld. Stap voor stap werd in de afgelopen 10 weken toegewerkt en een verdieping gemaakt in het kritisch denken en het evidence based practice (EBP) verwerken van gegevens in het verpleegdossier. De gegevens zijn verzameld en geclusterd aan de hand van een hoog complexe casus en door middel van de classificatie van de North American Nursing Diagnoses International (NANDA-I) (Herdman, T. H., & Kamitsuru, S. (2017) tot verpleegkundige diagnoses gelabeld. De interventies en resultaten werden met behulp van de classificaties van Nursing Outcome classification (NOC) (Moorhead, S., Johnson, M., Maas, M., & Swanson, E. (2016) en de Nursing Intervention Classification (NIC) (Bulechek, G. M., Butcher, H. K., Dochterman, J. M., & Wagner, C. M. (2016) beschreven. Deze classificatiesystemen zorgen ervoor dat er een eenduidigheid in taalgebruik is, waardoor verpleegkundigen en andere disciplines het zorgproces goed kunnen volgen. Daardoor wordt het beoordelen van kwaliteit ook mogelijk gemaakt en kan het proces bijgestuurd worden. In de laatste hoofdstukken zijn een zorgethische reflectie en een moreel dilemma beschreven.
1 2 / 3
INHOUDSOPGAVE
Inleiding........................................................................................................................................................1 Hoofdstuk 1. Patiëntengegevens..................................................................................................................4 1.1 Onderbouwing van de hoog complexe praktijksituatie......................................................................4 1.2 Actuele gegevens van de patient........................................................................................................4 1.3 Gegevensverzameling via de ABCDE-methodiek................................................................................4
1.3.1 Meetinstrument: De “Pediatric Early Warning Score (PEWS) (in tabel 2) In de ABCDE-fase
wordt de PWES afgenomen en vervolgens brengt men de kinderarts door middel van de zogenaamde SBARR methode (Bakker 2014, p 28 en 29) op de hoogte van de actuele situatie. Het meetinstrument PEWS wordt gebruikt om de ernst van de situatie in te schatten. Kim heeft een PEWS-score van 7 (tabel 3). Dit is een hoge score en de urgentie is hoog. Bij een PEWS van 3 punten of meer moet de kinderarts gebeld worden, bovendien beoordeelt de kinderarts de patiënt, daarna zal het behandelplan gereed moeten zijn.............................................................................................6
1.3.2 Meetinstrument: “FLACC-observatieschaal” (in tabel 3) Op de kinderafdeling wordt de
pijnscore gedaan middels de FLACC-observatie schaal, de afkorting FLACC staat voor de kenmerken: face, legs, activity, cry en consolability. De Nederlandse variant wordt op de kinderafdeling gebruikt.Bij elk kenmerk worden er punten gescoord. De blauwe stippen geven aan welk kenmerk van toepassing is voor Kim. Elk kenmerk scoort respectievelijk 0, 1 en 2 punten. Kim scoort 5 punten, wordt pijnmedicatie toegediend (in overleg met de kinderarts). FLACC:1-2-3: geen tot lichte pijn, 4- 5-6: matige pijn, 7-8-9-10: ernstige pijn...............................................................................................7 1.4 Gegevensverzameling door middel van de gezondheidspatronen van Gordon..................................8 1.5 Gegevens clusteren..........................................................................................................................10 Hoofdstuk 2. De diagnosefase....................................................................................................................12 2.1 Diagnoses valideren..........................................................................................................................12 2.1 Prioriteren van verpleegkundige diagnosen.....................................................................................13 Hoofdstuk 3. Uitwerking van 2 actuele diagnosen en 1 risicodiagnose......................................................14 3.1 Verpleegkundige diagnose 1.........................................................................................................14 3.2 Verpleegkundige diagnose 2.........................................................................................................15 3.3 Verpleegkundige risicodiagnose...................................................................................................15 Hoofdstuk 4. Zorgetische reflectie..............................................................................................................17 Hoofdstuk 5. Moreel dilemma....................................................................................................................18 Hoofdstuk 6. Bronvermelding.....................................................................................................................19
- / 3