Farmacotherapie op maat | Medicatie en evidence
FA-MA102
Angststoornissen SSRI’s SNRI’s TCA’s
citalopram, escitalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine en sertraline Duloxetine, venlafaxine Amitriptyline, imipramine, clomipramine, nortriptyline Toepassing Depressie Therapieresistente depressie
- atypisch antipsychoticum
- tranylcypromine
- lithium (+liothyronine)
- atypisch antipsychoticum
- tranylcypromine
Acute bipolaire depressie (olanzapine + fluoxetine) Paniekstoornis Gegeneraliseerde angststoornis Sociale angststoornis Premenstrueel syndroom Premature ejaculatie paroxetine, sertraline, citalopram, fluoxetine Depressie Paniekstoornis Gegeneraliseerde angststoornis Sociale angststoornis Neuropatische pijn Depressie Therapieresistente depressie
Paniekstoornis clomipramine Gegeneraliseerde angststoornis imipramine Neuropatische pijn Premature ejaculatie clomipramine Profylaxe migraine amitriptyline Contra-indicaties
Suïcidaliteit: verergering in initiatiefase
Epilepsie: risico op convulsies
Diabetes: risico op hypo-/hyperglykemie
(hypo)manie: risico op uitlokken/doorslaan
Suïcidaliteit: verergering in initiatiefase
Epilepsie: risico op convulsies
Diabetes: risico op hypo-/hyperglykemie
(hypo)manie: risico op uitlokken/doorslaan
Hartfalen: verhoogd risico orthostatische hypotensie
Ouderen: anticholinerge en cardiovasculaire
bijwerkingen (nortriptyline het best, ami het minst)
Mictieklachten, prostaathypertrofie: anticholinerge
bijwerkingen Interacties
MAO-remmers: risico serotoninesyndroom
Triptanen (5HT1B/1D agonisten): geen risico
serotonine syndroom; geen werking op 5HT2A- receptoren
NSAIDs: additief risico maagdarmbloedingen
VKA’s: verhoogde bloedingsneiging
Thiazidediuretica: risico hyponatriëmie
Metoclopramide: D2-antagonisme = parkinsonisme.
Langdurig versterkte 5-HT signalering → downregulatie dopaminerge signalering → parkinsonisme
MAO-remmers: risico serotoninesyndroom
Triptanen (5HT1B/1D agonisten): geen risico
serotonine syndroom; geen werking op 5HT2A- receptoren
NSAIDs: additief risico maagdarmbloedingen
VKA’s: verhoogde bloedingsneiging
Thiazidediuretica: risico hyponatriëmie
MAO-remmer (+ serotonerg TCA): risico 5HTsyndroom
Parasympathicolytica (SAMA’s/LAMA’s, scopolamine,
biperideen): versterking anticholinerge bijwerkingen
Bijwerkingen
Verhoogd bloedingsrisico: inhibitie 5-HT opname door
trombocyten
Seksuele bijwerkingen: vertraagde ejaculatie,
verminderde erectie, verlaagd libido
Gastro-intestinale bijwerkingen: misselijkheid, braken,
obstipatie, buikkramp Serotoninesyndroom
- Neurotoxiciteit: convulsies, tremor, hyperreflexie
- Psychiatrisch: agitatie, verwardheid
- Lichaamstemp.: koorts en zweten
Serotonerg
- Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree
- Seksuele stoornissen
- Sedatie/slapeloosheid
- Hyponatriëmie (bij co-medicatie)
- Verhoogd bloedingsrisico
Noradrenerg
- Hypertensie
- Tachycardie
Anticholinerge bijwerkingen: droge mond, obstipatie,
tachycardie, hartkloppingen, urineretentie, cognitieve achteruitgang, accommodatiestoornissen {can’t shit, can’t spit, can’t see, can’t pee}
Sedatie: H1, α1 , 5-HT2a antagonisme
Orthostatische hypotensie: α1 antagonisme
QT-verlenging, AV-geleiding ↓, contractiliteit ↓
Seksuele stoornissen: anticholinerge werking, α1
antagonisme
Gewichtstoename: H1 antagonisme 1 / 4
Verhoogd bloedingsrisico: inhibitie 5-HT opname door
trombocyten Werkingsmechanisme Selectieve inhibitie presynaptische serotonine heropname transporters (SERT) 5-HT in synaptische spleet ↑
5HT1a antidepressief effect, misselijkheid 5HT2a verstoring slaap, seksuele stoornissen, 5HTsyndroom 5HT2c verminderde eetlust 5HT3 misselijkheid, diarree
Bij depressie: 5-HT ↑
→ downregulatie 5-HT receptoren ~ betere stemming → 5HT1a agonisme ~ antidepressief effect
Bij angststoornis: 5-HT ↑
→ versterkte inhibitie output van amygdala → vrees ↓ → versterkte inhibitie CTSC loop → angst (worry) ↓
In lage dosering: SERT remming (75 – 150 mg)
In hoge dosering: NET remming (> 150 mg)
Inhibitie SERT en NET 5-HT en NE in synaptische spleet ↑
H1-antagonist: sedatie en gewichtstoename
α1 antagonist: sedatie en orthostatische hypotensie
5HT2a antagonist: sedatie
5HT2c antagonist: gewichtstoename
5HT3 antagonist: minder misselijkheid en braken
Bij depressie: 5-HT ↑
→ downregulatie 5-HT receptoren ~ betere stemming → 5HT1a agonisme ~ antidepressief effect
Bij angststoornis: 5-HT ↑ NE ↑
→ versterkte inhibitie output van amygdala → vrees ↓ → versterkte inhibitie CTSC loop → angst (worry) ↓ → desensitisatie α1 en β1 receptoren amygdala → angst, zweten, nachtmerries, agitatie ↓
Overig Interactie SSRI’s met thiazidediuretica SSRI’s verhogen ADH afgifte → aquaporines ↑ → waterreabsorptie ↑
Thiazides: inhibitie Na+ reabsorptie in distale tubulus
(NaCl-cotransporter) → Na+ blijft in urine, water geresorbeerd = concentratie Na+ in lichaam ↓ = hyponatriëmie → hallucinaties, convulsies, coma
Meer serotonerg: clomipramine, imipramine
Meer noradrenerg: nortriptyline
Gemengd: amitriptyline
Anticholinerge werking
- Sterk: amitriptyline
- Matig: nortriptyline
- Zwak: imipramine
TDM Clomipramine bij OCS
- Clomipramine (serotonerg) >
- Evt. additie fluvoxamine = CYP2C19 remmer
desmethylclomipramine (noradrenerg)
- / 4
Benzodiazepines Pregabaline Mirtazapine
Alprazolam, bromazepam, clobazam, clorazepinezuur, diazepam, lorazepam, lormetazepam, midazolam, nitrazepam, oxazepam, temazepam, (zolpidem, zopiclon)
Toepassing Slaapstoornis temazepam, zolpidem (zopiclon) Paniekstoornis alpra, clona, dia, lorazepam Gegeneraliseerde angststoornis alpra, dia, oxa, lora Sociale angststoornis broma, clona Depressie
- Tijdelijke adjuvans bij SSRI/TCA bij angst, agitatie
en slaapproblemen Alcoholonthoudingsverschijnselen Epilepsie Acute agitatie, acathisie, katatonie bij psychose lorazepam oraal/IM Neuropatische pijn Epilepsie Gegeneraliseerde angststoornis Sociale angststoornis Slaapproblemen (bij PTSS, depressie) Angst (in palliatieve fase, bij onvoldoende effect/contra-indicatie benzo’s) Jeuk (in palliatieve fase, alternatief voor paroxetine) Contra-indicaties
COPD, ademhalingsinsufficiëntie, slaapapneu: benzo’s
verlagen gevoeligheid ademcentrum voor CO2 → O2 spanning ↓ → ademhalingsklachten ↑
Verminderde cardiovasculaire functie: hartfalen
gemeld
Geneesmiddelmisbruik in anamnese:
onthoudingsverschijnselen gemeld; slapeloosheid, misselijkheid, angst, depressie, pijn, overmatig zweten Lange QT-intervalsyndroom
Epilepsie: verlaging prikkeldrempel; risico convulsies
Psychose: verergering hallucinaties/wanen
Mictieklachten: anticholinerge klachten; risico
urineretentie Interacties Centraal-depressieve middelen, bijv. opioïden; ademhalingsstilstand en coma gemeld
MAO-remmers: 5-HT ↑
Laag risico op serotoninesyndroom; 5HT2a- antagonisme Bijwerkingen Sedatie, slaperigheid, sufheid COPD en slaapapneu Verminderde coördinatie (+sedatie = valrisico ↑) Cognitieve achteruitgang, anterograde amnesie (vooral bij ouderen)
Hoofdpijn, duizeligheid: algehele onderdrukking
excitatie Sedatie, slaperigheid
Toename eetlust, gewichtstoename: H1 en 5HT2c
antagonisme
Slaperigheid, sedatie, sufheid: H1 antagonisme
Anticholinerge bijwerkingen: droge mond, obstipatie,
tachycardie, hartkloppingen, urineretentie, cognitieve achteruitgang, accommodatiestoornissen {can’t shit, can’t spit, can’t see, can’t pee}
Orthostatische hypotensie: α1 antagonisme
Werkingsmechanisme Versterking centraal-depressieve effecten van GABA (γ- aminoboterzuur) PAM: positief allosterische modulator: binding aan GABAA-receptor (ω-receptor) Openen Cl- kanalen → Cl- influx → hyperpolarisatie → inhibitie excitatie postsynaptische neuronen
Bij angst: algehele inhibitie amygdala en CTSC loop
door versterken fasische inhibitoire acties op GABAA- receptoren in amygdala
Effecten
- Sedatief
- Anxiolytisch: bij lagere dosering dan sedatief effect
GABA-analoog Inhibitie presynaptische, spanningsafhankelijke Ca 2+ kanalen (N en P/Q-type)→ influx ↓ → afgifte excitatoire neurotransmitters (bijv. glutamaat) ↓
Bij angststoornis: aangrijping α2δ ligand
Excitatie amygdala connecties en CSTC loop ↓ Tetracyclisch antidepressivum Sterke blokkade presynaptische α2-receptoren → disinhibitie NE en 5-HT secretie → beschikbaarheid NE en 5-HT ↑
H1 antagonisme: sedatie
5HT2a antagonisme: seksuele bijwerkingen ↓, risico
serotoninesyndroom ↓ 5HT2c antagonisme: geen: verstoring slaap en verminderde eetlust → gewichtstoename en lipiden ↑
5HT3 antagonisme: jeukstillend effect, minder
maagdarmklachten; misselijkheid, braken
5HT1a agonist: antidepressief effect
Zwakke anticholinerge werking en α1 antagonisme 3 / 4
- Spierrelaxerend
- Anti-convulsief
Anxiolyse + spierrelaxatie = slaapmiddel Overig
Korte t 1/2: midazolam, zolpidem, zopiclon
Middellange t 1/2: oxazepam, temazepam
Lange t 1/2: alprazolam, bromazepam, lorazepam,
nitrazepam
Zeer lange t 1/2: diazepam
Behandelduur
- Slaapstoornis: 5 – 10 dagen, intermitterend,
laagste dosering
- Angststoornis: 1 jaar behandelen
- Adjuvans paniekstoornis: 2 – 4 weken
- Adjuvans depressie: 4 – 6 weken
- Alcoholonthouding: 1 week
Bij SAS/GAS: additie bij SSRI/SNRI/benzo bij partiële
respons -
- / 4