Geschiedenis: hoofdstuk 3
Kenmerkende aspecten: Tijd van Monniken en Ridders (500 n.C. - 1000
n.C.)
- ontstaan en verspreiding van de islam (§1)
- de vrijwel volledige vervaging vervanging in West-Europa van de
- het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur (§3)
- de verspreiding van het christendom over geheel Europa (§4)
agrarisch-urbane samenleving door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid (§2)
Eind Romeinse Rijk
Politiek: keizers die na RR regeerden waren zwak en vaak betrokken bij
burgeroorlogen
Economie: - oorlog kost veel geld, RR had veel geldontwaarding => val
RR: 367
Gevolgen voor Europa:
Economie: einde van handel en verstedelijking, ook aan de urbaan-
agrarische samenlevingen => Pax Romana verdween => opnieuw agrarisch, er kwamen autarkische landbouwgemeenschappen §1 ± 600 jaar na ontstaan christendom ontstaat islam in Arabië => monotheïstisch
- net als 2 oudere godsdiensten had ook islam heilig boek => Koran
- net als christendom was islam boodschap aan hele mensheid => die
verspreid diende te worden, wat jihad genoemd wordt => wetenschappelijk gezien, net zoals christendom, weinig over islam bekend
Sharia: islamitische wetgeving, erg streng met zware (lijf)straffen voor
zowat ieder vergrijp Mohammed (570-632), wiens leven alleen bekend is uit later islamitische geschriften, is de stichter van het geloof => profeet
- geboren op Arabisch schiereiland (Saudi-Arabië), hoorde tot de stam
- van 610 tot zijn dood in 632 zou engel Gabriël aan hem verschenen zijn
- / 1
bedoeïenen
=> deze engel zou hem verzen van Allah hebben doorgegeven => deze verzen werden door volgelingen Mohammed uit het hoofd geleerd, en later opgeschreven in Koran In tegenstelling tot christenen die in 1 ste eeuwen vervolgd werden, was islam godsdienst van heersers => Mohammed niet alleen profeet, maar ook rijk handelaar => in dienst bij rijke weduwe, trouwde met haar (zij 20 jaar ouder)