Geschiedenis samenvatting schriftelijk examen Kenmerken van de Nederlandse staatsinrichting(introductie) 1-2 Periode 1848-1914 3-5 Eerste Wereldoorlog 1914-1918 6-9 Interbellum 1918-1939 9-14 Tweede Wereldoorlog 1939-1945 14-18 Oorlog in Indonesië/ Japanse bezetting 19 Periode 1945-1989 20-24 Nieuwe wereldorde (vanaf 1990) 25-26 1 / 3
Kenmerken van de Nederlandse staatsinrichting(introductie):
monarchie: een staatsvorm waarbij er wordt geregeerddoor een monarch, zoals
een koning of keizer. Nederland is eenconstitutionelemonarchiewaarbij de macht van de koning is vastgelegd in de grondwet. Nl werd in 1813 een monarchie
republiek:een staat waarvan het staatshoofd nietdoor erfopvolging wordt
aangewezen, maar op een een of andere manier wordt gekozen. Het is dus een land zonder koning of keizer.democratie:een bestuursvorm waarbij het volk zelfregeert. Dit kan direct of indirect door burgers.
dictatuur:een bestuursvorm waarbij alle macht ineen land in handen is van 1
persoon of een kleine groep mensen. De leider heet een dictator.
grondwet: een document waarin de grondrechten vanalle burgers en de regels over
het bestuur van een land staan.
constitutie:de staatsinrichting van een staat. Dezekan in de grondwet zijn
vastgelegd, maar dat hoeft niet zo te zijn.
-Eerste en Tweede kamer hebbenwetgevende macht:zijmaken de wetten.
Ook de Provinciale Staten en gemeenteraad hebben deze macht.
-De ministers hebbenuitvoerende macht:zij voerenwetten uit.
-Rechters hebbenrechterlijke macht:zij bestraffenmensen die de wet
overtreden
rechtsstaat: een staat waarin de burgers beschermdzijn tegen het onrechtmatig
optreden van de overheid en van andere burgers. Alle burgers zijn voor de wet gelijk.
onafhankelijke rechtspraak:Rechters zijn onafhankelijkwaardoor de overheid ze
bijvoorbeeld niet zomaar kan ontslaan.
Rechten Eerste en Tweede kamer:
-Eerste kamer: recht van budget , recht van enquête,recht van interpellatie
-Tweede Kamer:recht van budget, recht van enquête,recht van initiatief, recht
van amendement, recht van interpellatie
Recht van budget: recht om de uitgaven en inkomstenvan de staat (de begroting)
de controleren en deze als wet goed of af te keuren.
Recht van enquête: recht om een onderzoek in te stellenna een bepaalde zaak.
Recht van initiatief:recht om wetsvoorstellen inte dienen.
Recht van amendement: recht om wetsvoorstellen tewijzigen
1 2 / 3
Recht van interpellatie:recht om ministers te ondervragen over hun werk
Referendum: een directe volksstemming over een wetof maatregel
Regering:de koning en ministers samen
Parlement:een volksvertegenwoordiging die bestaatuit de Eerste en Tweede
kamer
Coalitiepartijen: een groep partijen in de Tweedekamer die het samen eens zijn
over wat ze willen veranderen in Nederland en die ministers aanwijzen die die plannen ook gaan uitvoeren
oppositiepartijen:de partijen in de Tweede Kamerdie niet in de coalitie zitten
Belangrijkste stappen van wetsvoorstel tot wet:
1.Een voorstel voor een nieuwe wet of wetswijziging kan komen door een ministerof Tweede Kamer lid.
2.Het wetsvoorstel wordt besproken in de Tweede Kamer 3.Tweede Kamerleden stemmenover het voorstel en bijeen meerderheid gaat het voorstel door naar de Eerste kamer 4.Eerste kamerleden controlerenhet wetsvoorstel enkeuren het goed of af; ze kunnen het niet wijzigen. Als de Eerste Kamer de wet goedkeurt zet de koning er een handtekening onder en dan is het een officiële wet.
Staatshoofden van Nederland:
1.Willem ll(1840-1849) : Hij gaf in 1948 opdracht tothet maken van een nieuwe
grondwet
2.Willem lll(1849-1890): Hij kreeg in 1866-1867 ruziemet het parlement over
de Luxemburgse kwestie
3.Wilhelmina(1890-1948): koningin tijdens de TweedeWereldoorlog
4.Juliana (1948-1980) 5.Beatrix (1980-2013)
6.Willem-Alexander: koning sinds 2013
Klassieke grondrechten: (bescherming tegen de overheid)
-vrijheid van godsdienst -vrijheid van meningsuiting -vrijheid van drukpers -vrijheid van vereniging en vergadering -vrijheid van onderwijs
Sociale grondrechten:(bescherming door de overheid)
-recht op bestaanszekerheid -recht op onderwijs -recht op gezondheidszorg -recht op woongelegenheid
- / 3