• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

H1 - BASISCONCEPTEN VAN DE IMMUNOLOGIE

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

1

H1 - BASISCONCEPTEN VAN DE IMMUNOLOGIE

Het immuunsysteem (IS) is een complex geheel, maar we kunnen onszelf de volgende

vragen stellen:

− Waarom − Waar − Wie − Wat − Wanneer

1.1 WAAROM HEBBEN WE EEN IMMUUNSYSTEEM NODIG?

Het immuunsysteem beschermt ons tegen pathogenen. Waarom gaan pathogenen ons infecteren?− Zodat zij kunnen overleven. Dat is niet noodzakelijk ten koste van ons (symbiose/ commensalisme). Pathogenen die koloniseren (mucus) zullen geen ziekte veroorzaken. Degene die onze weefsels invaderen zijn wel schadelijk voor ons en daar zullen we een immuunsysteem bij nodig hebben.Maar het immuunsysteem kan ook een rol spelen in normale homeostase en wondheling.

Er zijn 4 redenen waarom we het immuunsysteem nodig hebben:

  • Om ons lichaam te beschermen tegen pathogenen, toxines (afkomstig van
  • pathogenen bv. tetanus/ difterie) en allergenen (verkeerde reactie van ons lichaam.Het IS maakt dan een fout in de tolerantie en reageert op stoffen die natuurlijk in de omgeving voorkomen. Bij dieren komt het minder voor). Er zijn 4 grote klassen van pathogenen en voor elke klasse (virus, bacterie, parasiet en schimmels) is er een specifiek immuun-mechanisme. Het IS is specifieker tegen bacteriën en virussen dan tegen parasieten en schimmels. We gaan in de cursus niet veel in op allergenen.

  • Onderscheid maken tussen lichaamseigen en -vreemd (transplantatie bestond niet
  • toen ons IS werd ontwikkeld en is dus helemaal niet natuurlijk) (als het verkeerd gaat kan je een auto-immuunziekte ontwikkelen).

  • Innate/ aangeboren en adaptief IS zijn er om pathogene microben te detecteren en
  • te verwijderen.• Aangeboren IS werkt onmiddellijk en wordt niet beter met de tijd. Het is altijd aanwezig en hoeft niet “getraind” te worden.• Adaptief IS wordt beter als het eerder in contact is gekomen met dezelfde pathogeen. Het komt trager op gang, moet “getraind” worden en is specifiek voor een bepaalde pathogeen.

  • Beide mechanismen kunnen lichaamseigen en -vreemd van elkaar onderscheiden
  • maar met een bepaalde tolerantie. Bv. een foetus/ voedselopname met allerlei micro-organismen (MiO) erop.

1 / 10

2

1.2 WAAR BEVINDT HET IMMUUNSYSTEEM ZICH?

Overal, want het moet overal kunnen ingrijpen, maar zeker op die plaatsen die in contact staan met de buitenwereld (uitwisseling met voeding/ gassen maar pathogenen zoveel mogelijk buiten houden). In principe zijn we vanbinnen steriel (geen bacteriën in het bloed).

1.2.1 FYSISCHE BARRIÈRES

Op de plaatsen waar pathogenen binnen zouden kunnen komen en deze steriliteit dus kunnen aantasten zijn er gespecialiseerde fysische barrières. Bv. de huid en mucosale oppervlakken.− De huid is heel hard waar pathogenen moeilijk door naar binnen kunnen komen. Behalve bij een wondje → rood/ gezwollen door vasodilatatie → cellen van IS kunnen erbij en hun werking uitoefenen. Dit vereist wel dat ons lichaam de binnen gekomen MiO moet kunnen herkennen.

De longen en het SVS zijn lastige plaatsen, want hier moet een zekere uitwisseling gebeuren, waardoor de barrière niet zo sterk is als bijv. de huid. Er is hier een gespecialiseerd IS nodig.

1.2.2 LYMFOÏD WEEFSEL

Het IS is niet functioneel als het volledig willekeurig gebeurd → lymfoid weefsel (bv.lymfeknopen), zodat IS-cellen samen zitten en er een coördinatie is van het IS (interactie tussen immuun cellen die cruciaal kan zijn om een pathogeen op te ruimen).

We maken een onderscheid tussen 2 grote types van lymfoïd

weefsel:

− Grote organen zijn duidelijk georganiseerd in structuren (beenmerg, thymus milt, adenoïden (neusamandelen), (keel)amandelen (tonsillen), lymfeknopen en platen van Peyer = in de darm/ mucosale weefsels, als iets minder georganiseerd).− Daarnaast heb je minder goed georganiseerde organen: minder goed georganiseerd maar bij een infectie wordt hieruit meer geproduceerd. Ze lijnen de mucosale oppervlakten af (respiratoir, gastro-intestinaal, urogenitaal stelsel).

Er is wordt ook nog een ander onderscheid gemaakt:

− Primair/ centrale lymfoïde weefsels (beenmerg en thymus): immuun cellen worden aangemaakt tot ze klaar zijn om (een fragment van) een pathogeen te kunnen herkennen en een immuunrespons (IR) in gang te zetten. Wanneer ze gematureerd (in staat om immuunfunctie uit te voeren) zijn, gaan ze migreren via bloed en meestal in secundaire lymfoïde organen hun functionaliteit uitvoeren.− Secundaire/ perifere lymfoïde weefsels (milt, lymfeknopen, mucosaal lymfeweefsel) bevat de cellen die gemigreerd zijn uit het centrale weefsel en hieruit zal de IR plaatsvinden. Dit zijn dus mucosale oppervlakten waarop een diffuse structuur wordt gevormd. 2 / 10

3

1.3 WIE ZIJN DE SPELERS VAN HET IMMUUNSYSTEEM?

1.3.1 AANGEBOREN IMMUNITEIT VS. ADAPTIEVE IMMUNITEIT

Aangeboren IS: heel snel, niet in secundaire lymfoïde weefsels, altijd aanwezig, algemeen, werkt heel kort en is in de meeste gevallen voldoende om een infectie tegen te gaan. Als aangeboren systeem niet voldoende is/ overwerkt is/ IS omzeild door pathogeen → Adaptief IS wordt actief = heel complex mechanisme dat later op gang komt, omdat het getraind wordt om specifiek te reageren op een bepaalde pathogeen. Gaat ook trager terug naar beneden bij een primaire respons.

Tussen innate en de piek van adaptive zit een tijd van 5-7 dagen. Daarom ben je deze dagen ziek.

Met fixed wordt bedoeld: een vaste respons, zal niet beter/ sterker worden en kan niet getraind worden (groot verschil met adaptief, deze kan beter en beter worden naargelang de keren dat je geïnfecteerd bent met het pathogeen. Daarom vaccineer je meerdere keren soms om het adaptieve systeem beter te maken). Kan een aantal patronen goed herkennen en we kunnen definiëren hoeveel dat er precies zijn (bepaalde structuren op pathogenen, patronen die veel voorkomen). Adaptief kan getraind worden om welk molecuul dan ook te leren herkennen. Het wordt steeds beter bij nieuwe infecties (sterkere affiniteit etc.) We gebruiken het veel in de gezondheidszorg → IS trainen d.m.v. vaccinatie.

3 / 10

4

1.3.2 AANGEBOREN IMMUNITEIT

1.3.2.1 FYSISCHE BARRIÈRES

Zie pagina 4. Vooral huid en mucosaal systeem.

1.3.2.2 OPLOSBARE FACTOREN

Soort oplosbare factor Voorbeelden Werking Antimicrobiële eiwitten Lysozyme Fosfolipase A2 Werken in op bepaalde pathogenen Antimicrobiële peptiden Defensinen Cathelicidinen Histatinen Binden met oppervlakken om zo de functionaliteit te verhinderen.Complementen Krachtig systeem om pathogeen uit te schakelen, maar kan bij verkeerde regulering ook de eigen cellen gaan uitschakelen.Cytokines/chemokines Gaan het IS aansturen → welke cel op welke plaats moet zijn. Signaleren naar het adaptief IS wat voor soort pathogeen het is.

1.3.2.3 IMMUUN CELLEN VAN AANGEBOREN IMMUNITEIT

Hier zie je een lijst van alle cellen van het immuunsysteem → dus ook van de adaptieve immuniteit!

4 / 10

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

The step-by-step guides offered by this document made learning easy. A superb purchase!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

H1 - BASISCONCEPTEN VAN DE IMMUNOLOGIE Het immuunsysteem (IS) is een complex geheel, maar we kunnen onszelf de volgende vragen stellen: − Waarom − Waar − Wie − Wat − Wanneer 1.1 WAAROM HE...

Unlock Now
$ 1.00