• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

H1 Terreinverkenning

Exam (elaborations) Dec 19, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

  • / 4

H1 Terreinverkenning 1.1Een korte historiek Intuïtieve ontwikkelingspsychologie = Wetenschappelijke of alledaagse psychologie. Hoe het leven en iedere mens evolueert vanaf de geboorte tot aan de dood.Nativisten = mensen die meenden dat wij als mens uiteindelijk worden wat de natuur ons meegegeven heeft.Empiristen = mensen die nadruk leggen op de rol van ervaring en opvoeding. Dit kan in principe nog alle kanten uit.Ontogenese = de ontwikkeling van ieder apart individu Fylogenese = de evolutie van primitief naar meer gecompliceerd.Recapitulatietheorie = de opvatting als zou de ontogenese een versnelde recapitulatie of herhaling zijn van de fylogenese.Genetische psychologie = theorievorming en een begin van systematische observaties.Genese = het ‘ontstaan’ van de (volwassen) mens.Psychogerontologie = gerontologie(ouderdomskunde) waar niet alleen medisch mensen zich mee bemoeiden, maar ook sociologen en psychologen.Introspectiemethode = methode waarbij een proefpersoon zelf zijn ervaringen rapporteert (= subjectief) Longitudinale onderzoeksmethode = steekproef uit de hele populatie kinderen die een bepaald jaar geboren zijn en regelmatig na gaan hoe de te bestuderen eigenschappen bij hen evolueren. Tijdens de proef zijn het dezelfde mensen. Onderzoeken volgen in ‘lengte van jaren’.Transversale onderzoeksmethode/ Crossectionele methode = op een en hetzelfde moment verschillende groepen proefpersonen uit de verschillende jaren te bestuderen. Andere mensen worden gekozen per proef. Onderzoek in dwarsdoorsnede van de ontwikkeling.Cohort = een groep mensen die tot dezelfde generatie behoren: mensen die in dezelfde tijd geboren zijn en heel wat gemeenschappelijke ervaringen meegemaakt hebben.

1.2De indeling in fasen Trapmodel = een symmetrische op- en neergaande trap, met treden van telkens 10 jaar en een hoogtepunt rond de leeftijd van 50 jaar.Gelaagde model = Men richt zich op het nu, op wat zich in iedere fase afzonderlijk voordoet. Soms wordt er een blik naar het verleden geworpen om daar een verklaring te vinden voor wat er in het heden zoal kan mislopen.

1 2 / 4

Golfmodel = een model met afwisselende periode van een ‘evenwicht’ en een ‘onevenwicht’. De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit op precies dezelfde wijze. Bepaalde eigenschappen of gedragswijzen verdwijnen en keren weer terug in de opvolgende fasen, wel in een andere context of op een ander niveau.Lijnmodel = Een proces van continue verandering, zonder sprongen of plotselinge veranderingen.

1.Doorlopende lijn; laat zien hoe het geheel van vaardigheden en inzichten die iemand verwerft, stelselmatig uitgebreid of geperfectioneerd wordt.

2.Waaierende bundel van lijnen; lijnen die ieder een apart patroon volgen of een gemeenschappelijke stam met steeds verder uitsplitsende boomvertakkingen.

1.3Ontwikkelingsfactoren Endogeen = een van binnenuit gestuurd rijpingsproces.Exogeen = een van buitenaf gestuurd rijpingsproces.H2 Enkele ontwikkelingstheorieën 2.1De psychosociale identiteitstheorie van Erikson Erikson schreef de boeken: Het kind en de samenleving & Identiteit, jeugd en crisis.Hangt leer van Freud aan, gaat hier verder op door.Freud; Als er iets verkeerd gaat, kom je in een negatieve spiraal.Erikson; Als er iets verkeerd gaat, kan je hiervan leren en kom je er positief uit/ word je hier sterker van.

FREUD = GRONDLEGGER VAN DE PSYCHOANALYSE

Sigmund Freud zag geest en lichaam als een geheel van energiestromen. Die energiestromen noemde Freud "driften".

1.Levensdrift(Eros) 2.Zelfbehoud (voortzetting van liefde voor jezelf en anderen) 3.Doodsdrift (thanatos) 4.Spanningsloze toestand (oceanisch gevoel) 5.Seksuele drift (libido) Het Es = een baby die gaat plassen als hij moet plassen. (wat moet dat moet, ongecontroleerd handelen) Het Ik (ego) = een peuter die het plassen uitstelt tot hij een wc gevonden heeft. (beheersen, controleren van driften) Het super-ego/geweten (über-ich) = een kleuter gaat niet op de parkeerplaats plassen omdat hij zich dan schaamt. (verschil tussen goed en kwaad is duidelijk en is bekend met schuld en schaamte).

FREUD 1.Orale fase = mond staat centraal in de beleving van het kind. Lustbeleving = zuigen / destructiedrift = bijten.

2.Anale fase = 1 t/m 3 jaar. Aangename gewaarwordingen die met de ontlasting gepaard gaan.2 2.1.1. Verschillende fases 3 / 4

3.Fallische fase = ontdekking van verschil tussen de verschillende geslachten. Verschil: het hebben of het niet hebben van de fallus (het mannelijke lid).

4.Latentiefase = periode van relatieve rust. Driften blijven verdrongen.a.Reactievorming = het omzetten van de seksuele verlangens en de negatieve gevoelens uit de fallische fase in preutsheid en de wend om een net, lief kind te zijn.b.Sublimatie = het oppoetsen van de als negatief ervaren seksuele nieuwsgierigheid tot een meer positief gewaardeerde drang naar kennis.

5.Genitale fase = seksualiteit breekt los uit haar verdrongen toestand en kan zich nu ten volle richten voor haar volwassen vorm: gericht op de seksuele omgang met een persoon buiten de gezinssfeer.

ERIKSON

Bij elke levensfase moet je een conflict doorstaan om naar de volgende fase te mogen/behoren.Hij kent 8 levensfases met ieder een eigen conflict 1.Oraal-sensorisch stadium 2.Anaal-musculair stadium 3.Locomotorisch-genitaal stadium 4.Latentiestadium 5.Jeugdperiode 6.Jongvolwassenheid 7.Middenvolwassenheid 8.Ouderdom 2.2De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget

PIAGET

Baby maakt overal schema’s voor. Loopschema, eetschema etc.

Assimilatie : pap eten, zand eten

Accommodatie : lopen, obstakel, traplopen

1.Sensomotorische periode (0- 1,5/2 jaar) 2.Preoperationeel denken (6 á 7 jaar) 3.Concreet operationeel denken (11 á 12 jaar) 4.Formeel operationeel denken (15 á 16 jaar) Kinderen moeten op hun eigen manier leren.Het heeft geen zin om een kind iets te leren wanneer het er nog niet klaar voor is.

2.3Leerprocessen Habituatie = het geleidelijk (passief) wennen aan herhaaldelijk terugkerende prikkels.Klassiek conditionering = prikkels of gebeurtenissen die herhaaldelijk samen voorkomen, worden onbewust met elkaar geassocieerd, zodat de ene na verloop van tijd als een signaal ervaren wordt voor de andere. S(timulus)> R(eactie) Operante conditionering = een gedrag dat regelmatig gevolgd wordt door een beloning, raakt daar geleidelijk mee geassocieerd, waardoor het in het vervolg vaker gedaan wordt. R(espons) > S(timulus)

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured detailed explanations that was incredibly useful for my research. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Exam (elaborations)
Added: Dec 19, 2025
Description:

H1 Terreinverkenning 1.1Een korte historiek Intuïtieve ontwikkelingspsychologie = Wetenschappelijke of alledaagse psychologie. Hoe het leven en iedere mens evolueert vanaf de geboorte tot aan de d...

Unlock Now
$ 1.00