HANDHAVINGSBESLUIT DOOR:
Aangetekend Mevrouw Hehakaija Wagenaarsingel 52 3456 AB Rotterdam
Betreft: last onder spoed eisende bestuursdwang
Geachte mevrouw Hehakaija, Inleiding Met deze brief maken wij bekend dat dhr Nijs, inspecteur van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht, inspecteur, op grond van artikel 5:11 jo 5:15 Awb samen met dhr. Klung , fraudespecialist van Stedin Netwerkbeheer, op 3 december 2020 ter plaatse aan de Pannekoekstraat 222B in Rotterdam de
volgende feiten heeft/hebben geconstateerd:
Een hennepkwekerij aangetroffen in de woonkamer, 2 slaapkamers en de badkamer van het pand Pannekoekstraat 222B in Rotterdam. In totaal zijn in het pand 471 hennepplanten, 23 transformatoren en 24 assimilatielampen aangetroffen. Tevens is er was sprake van open aansluitingen, een niet geaarde installatie en diefstal van elektriciteit. De fraudespecialist heeft geconstateerd dat er ernstig gevaar op brand en elektrocutie aanwezig is.Wij schrijven u aan als gevolmachtigde van dhr. Chapot, de verhuurder van het pand aan de Pannekoekstraat 222B te Rotterdam.De foto’s van het aangetroffen kunt u terug zien in de bijlage (bijlage 1) Overtreding Zoals neergelegd in artikel 1a lid 1 jo. Artikel 1a lid 2 Woningwet dient de eigenaar eveneens de gebruiker van de woning zorg te dragen dat de staat van de woning geen gevaar voor veiligheid oplevert. De eigenaar van het verhuurde heeft ook een zogenoemde onderzoeksplicht, het onderzoeksplicht voor de verhuurder is neergelegd in artikel 1a lid 3 van de Woningwet, hij behoort te onderzoeken en in de gaten te houden of het verhuurde geen gevaar oplevert voor de gezondheid en veiligheid. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat dhr. Chapot geen onderzoek heeft verricht, zodat hij zelf vroegtijdig kon ingrijpen.Zoals eerder aangegeven is bij de controle door de fraudespecialist van Stedin Netwerkbeheer geconstateerd dat er sprake is van ernstig brand- en elektrocutiegevaar. Dit levert een overtreding op van artikel 6.8 Bouwbesluit 2012. Hierin wordt gesteld dat een woning (bouwwerk) moet zijn voorzien van brandveilige elektriciteitsvoorzieningen. Daarnaast is het telen van hennep een overtreding op grond van artikel 3 sub b jo. Artikel 13b lid 1 sub a Opiumwet. Ten slotte is is het telen van hennep ook in strijd met de Beleidslijn bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Rotterdam 2019.De feiten en omstandigheden die zijn geconstateerd leveren strijdigheid met artikel 1 lid 2 van de Woningwet. Het exploiteren van hennepkwekerij leveren ernstig gevaren op voor de omwonende, hierdoor is hetgeen in artikel 1a lid 2 Woningwet. In dit artikel is neergelegd dat degene die een woning (bouwwerk) gebruikt, zoals in het geval van huur, of laat gebruiken, zoals bij verhuren, er voor dient te zorgen dat er geen gevaar voor gezondheid en veiligheid ontstaat. 1 / 2
HANDHAVINGSBESLUIT DOOR:
Spoedeisendheid Gelet op het gevaar voor de omgeving en de omwonende is er spoedeisende bestuursdwang toegepast, daarom is er de hennepkwekerij per direct ontmanteld.Tijdens de controle is er gebleken dat de aangetroffen hennepkwekerij ernstig brandonveilig was en daarnaast zijn er open aansluitingen aangetroffen wat kan zorgen voor elektrocutiegevaar, met alle risico’s voor omwonende van dien.Daarnaast kunnen de continu werkende afzuiginstallaties geluidsoverlast veroorzaken. Ook kan er stankoverlast worden veroorzaakt.Voorgeschiedenis
- december 2020 heeft u een schrijven ontvangen met daarin de geconstateerde overtredingen. Wij
hebben er voor gekozen, gelet op de veiligheid en gezondheid van omwonende om spoedeisende bestuursdwang toe te passen, zodat de overtredingen zo snel mogelijk worden beëindigd.Spoedeisend bestuursdwang is neergelegd in artikel 5:31 lid 2 Awb. Daarnaast hebben wij dhr.Chapot de gelegenheid gegeven een zienswijze in te dienen op grond van artikel 4:8 Awb.Zienswijzen Op 7 december 2020 hebben wij telefonisch contact met u gehad en heeft u de zienswijzen van dhr.Chapot kenbaar gemaakt. Een verslag van het telefonisch onderhoud van 7 december 2020 treft u in
de bijlage (bijlage 2). De zienswijzen kunnen als volgt worden samengevat:
- De heer Chapot vind dat hij niet als overtreder kan worden aangemerkt aangezien de
- Gelet op de financiële situatie van dhr Chapot, vind hij de kosten te hoog en wilt hij dat de kosten
- Dhr Chapot is van mening dat de er onvoldoende is onderbouwt dat deze kosten daadwerkelijk zijn
- Tot slot stelt dhr Chapot dat het bevoegd gezag van te voren beter had moeten onderzoeken hoe
huurovereenkomst door bemiddeling tot stand is gekomen;
worden gematigd;
gemaakt en dat het bevoegd gezag dit had moeten aantonen;
de huurovereenkomst tot stand is gekomen, zodat ze hiermee rekening hadden kunnen houden.Afdoening zienswijzen De zienswijzen van dhr. Chapot hebben ons geen aanleiding gegeven om ons voornemen niet uit te voeren.
Hieronder zal ik ingaan op de zienswijzen van dhr. Chapot:
- Zoals eerder aangegeven heeft de verhuurder van een woning een zogenoemd onderzoeksplicht.
- / 2
Als verhuurder is dhr Chapot verantwoordelijk voor het verhuurde. Volgens vaste jurisprudentie heeft u als verhuurder bijvoorbeeld ook de verantwoordelijkheid om goede administratie te voeren betreffende hetgeen u verhuurd en moet u de huurder informeren over de manier hoe zij gebruik moeten maken van hetgeen zij huren. Zo moet er een goede huurovereenkomst in uw administratie aanwezig zijn. Deze moet zijn getekend en een legitimatie bevatten. Daarnaast moet in uw administratie bewijzen van betalingen van huur aanwezig zijn. Dit hebben wij niet kunnen terugvinden. Daarom zijn wij van mening dat u bent tekort geschoten in uw rol als verhuurder.Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, zoals bijvoorbeeld de uitspraak van 3 augustus 2011, mag