- / 3
Handige compacte samenvatting van de hele cyclus in begrijpelijke taal zonder blabla.
- / 3
Hoofdstuk 1: De plancyclus als model
Wat biedt een sph’er aan?
Een sociaal-pedagogisch hulpverlener (sph’er) is breed inzetbaar en beschikt over een brede basiskennis op meerdere gebieden. De ondersteuning richt zich niet alleen op de cliënt zelf, maar ook op diens sociale omgeving.
De sph’er is vaak betrokken bij het dagelijks leven van de cliënt en observeert gedrag binnen de volledige context waarin het plaatsvindt. Volgens Van Kralingen et al. (2025) is deze brede blik cruciaal voor duurzame gedragsverandering en participatie in de samenleving.
1.1 De plancyclus
1. Oriënteren: wat is het probleem?
In deze eerste fase analyseer je het probleemgedrag en de context waarin dit zich voordoet. Het draait om het herkennen van signalen die op problemen wijzen.
De hulpverlener verzamelt eerste indrukken en vormt zich een globaal beeld van de situatie. Hierbij hoort ook het in kaart brengen van betrokkenen en hun percepties.
2. Onderzoeken (diagnosticeren): wat is de oorzaak van het probleem?
De gegevens uit de oriënterende fase worden nu geordend, beschreven, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Dit leidt tot een eerste inschatting of diagnose. In deze fase formuleer je hypotheses en stel je een observatieplan op.
Volgens De Vries en Moerman (2025) draagt gestructureerde diagnostiek bij aan een beter afgestemde hulpverlening.
3. Plannen: hoe gaan we het oplossen?
Op basis van de diagnose worden doelen geformuleerd die specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART) zijn. Er wordt een concreet werkplan gemaakt waarin ook subdoelen worden opgenomen.
De haalbaarheid van elk doel wordt zorgvuldig afgewogen. Deze fase resulteert in een handelingsplan.
- Uitvoeren
Tijdens deze stap wordt het werkplan in de praktijk gebracht. De hulpverlener voert interventies uit, observeert effecten, legt bevindingen vast en rapporteert hierover.
Het is belangrijk om systematisch en doelgericht te werken, waarbij ook ruimte is voor bijsturing op basis van tussentijdse observaties.
- Evalueren
Aan het eind van het traject bekijkt de hulpverlener of de geformuleerde doelen (deels) zijn bereikt.
De behaalde resultaten worden geëvalueerd, en men onderzoekt welke factoren bijgedragen hebben aan succes of juist aan het uitblijven daarvan. Deze fase biedt input voor eventuele vervolgstappen.
- / 3