Literatuur O&M HC1. Rainey, Fernandez & Malatesta (2021), hst. 1 De uitdaging van effectieve publieke organisatie en management Het hoofdstuk begint met de pandemie van COVID-19 als een voorbeeld van de cruciale rol van publieke organisaties. Overheden wereldwijd vertrouwden op hun administratieve apparaten om het virus te bestrijden.Dit benadrukte de samenwerking tussen verschillende organisaties, zoals gezondheidsinstanties (CDC, FDA) en niet-gouvernementele organisaties (bijv. farmaceutische bedrijven). Deze situatie illustreert het belang van goed georganiseerde publieke diensten en de impact van politieke context op hun functioneren.
Kernpunten:
- Samenwerking en netwerken: Publieke, private en non-profitorganisaties werken vaak samen om complexe
- Politieke invloed: Publieke organisaties werken in een web van politiek, wat hun structuur, management en
problemen op te lossen. Dit boek onderzoekt hoe zulke samenwerkingen kunnen worden verbeterd.
prestaties beïnvloedt.Betere organisatie en management van publieke organisaties Regeringen over de hele wereld proberen voortdurend hun organisatiestructuren en management te hervormen.
Er bestaat echter een dilemma:
Aan de ene kant is er kritiek op inefficiëntie en bureaucratie.Aan de andere kant spelen publieke organisaties een onmisbare rol en presteren ze soms beter dan vaak wordt erkend.Het boek pleit voor een beter begrip van publieke organisaties door concepten uit algemene management- en organisatieleer toe te passen in de publieke sector. Managers moeten niet alleen generieke managementvaardigheden toepassen, maar ook navigeren door politieke druk en administratieve beperkingen.Organisatieleer en gedragswetenschappen
kernvelden binnen de organisatie- en managementtheorie:
1.Organizational Behavior: Bestudeert individueel en groepsgedrag binnen organisaties (bijv.motivatie, leiderschap).
2.Organization Theory: Analyseert organisaties op macroniveau, inclusief doelen, strategie en structuur.
3.Management: Combineert beide om processen zoals leiderschap, planning en besluitvorming te verbeteren.Hoewel deze kennis generiek is, vereist de publieke sector specifieke aanpassingen vanwege politieke invloeden en het ontbreken van marktdruk.Opleiding en onderzoek in publieke management In de VS hebben masterprogramma's in Public Administration (MPA) aandacht gegeven aan managementvaardigheden, maar er is discussie over de vraag hoe publieke management verschilt van bedrijfsmanagement. Onderzoekers hebben gewezen op een gebrek aan theoretisch onderbouwde kennis en empirisch bewijs voor wat effectief publiek management maakt.Effectief versus ineffectief publiek management Kritiek: Bureaucratieën worden vaak bekritiseerd als inefficiënt, star en politiek beïnvloedbaar.Sterke punten: Veel auteurs tonen echter aan dat publieke organisaties vaak goed presteren, ondanks de uitdagingen.Het boek stelt dat effectief publiek management een balans vereist tussen generieke managementpraktijken en specifieke vaardigheden om met politieke en administratieve beperkingen om te gaan. 1 / 3
Organisaties: Een definitie en kader
Een organisatie wordt gedefinieerd als een groep mensen die samenwerken om doelen te bereiken door middelen uit hun omgeving te benutten. Een effectief management combineert structuur (hiërarchie, regels) en processen (besluitvorming, communicatie, innovatie). Dit raamwerk dient als basis voor verdere analyse in het boek.HC2. Rainey, Fernandez & Malatesta (2021), hst. 2 & 8 H2 Dit hoofdstuk bespreekt de historische ontwikkeling van organisatie- en managementtheorieën, met een focus op hoe ideeën en inzichten over organisaties zijn geëvolueerd. Het legt uit hoe klassieke benaderingen plaatsmaakten voor meer flexibele en adaptieve theorieën die rekening houden met sociale, psychologische en omgevingsfactoren.Kernontwikkelingen in organisatiestudies
1.Klassieke benaderingen:
oFrederick Taylor en Scientific Management: Taylor ontwikkelde methodes zoals tijd- en bewegingsstudies om taken efficiënter uit te voeren. Hoewel nuttig, kreeg zijn aanpak kritiek vanwege het mechanistische en soms inhumane karakter.oMax Weber en bureaucratie: Weber zag bureaucratie als een efficiënte en eerlijke organisatievorm met hiërarchieën, regels en gespecialiseerde rollen. Hij waarschuwde echter ook voor mogelijke rigiditeit en onderdrukking van individuele vrijheid.oAdministratieve managementschool: Luther Gulick en anderen stelden principes op zoals span of control en het beroemde acroniem POSDCORB (Planning, Organizing, Staffing, Directing, Coordinating, Reporting, Budgeting) om management te structureren.
2.Psychologische en sociale dimensies:
oHawthorne Studies: Onderzoek bij de Hawthorne-fabriek benadrukte de impact van sociale interacties en aandacht van leidinggevenden op werknemersproductiviteit.oMaslow’s behoeftehiërarchie: Dit model stelde dat werknemers, na vervulling van basisbehoeften, streven naar zelfactualisatie.oMcGregor’s Theory X en Theory Y: Theorie X beschouwde werknemers als passief en lui, terwijl Theorie Y uitging van intrinsieke motivatie en zelfdiscipline.
3.Open systemen en contingentiebenaderingen:
oSystemenbenadering: Organisaties worden gezien als open systemen die input omzetten in output en zich aanpassen aan hun omgeving.oContingentietheorie: Effectieve organisatiestructuren variëren afhankelijk van factoren zoals taaktype, grootte en omgevingsdynamiek. Onderzoek door Woodward, Burns & Stalker, en Lawrence & Lorsch benadrukte het belang van aanpassingsvermogen.Latere ontwikkelingen in organisatieonderzoek
In de afgelopen decennia is de focus verschoven naar thema’s zoals:
-Organisatiecultuur: De invloed van gedeelde waarden en normen op prestaties.
-Technologie en innovatie: Hoe digitale middelen organisaties transformeren.
-Diversiteit en inclusie: Onderzoek naar de impact van gender, ras en andere factoren op organisatiestructuren en prestaties.Specifieke aandacht voor publieke en non-profitorganisaties Hoewel veel organisatieonderzoek gericht was op industriële en private organisaties, kregen publieke en non-
profitorganisaties relatief weinig aandacht. Kritiek richtte zich op:
-Het negeren van politieke en institutionele invloeden in publieke organisaties.-Het gebrek aan empirische en theoretische onderbouwing in studies over publieke bureaucratieën.Recent onderzoek probeert deze kloof te dichten door theorieën en methoden uit organisatiestudies toe te passen op publieke organisaties. 2 / 3
Hoofdstuk 2 laat zien dat organisatietheorieën van rigide modellen zijn geëvolueerd naar flexibele, contextuele benaderingen. Deze inzichten zijn essentieel om publieke organisaties beter te begrijpen en te beheren, vooral gezien de unieke politieke en institutionele uitdagingen waarmee zij te maken hebben.H8 Organisatiestructuur, Ontwerp, Technologie, IT en Sociale Media Inleiding: Voorbeelden van Organisatieontwerp Het hoofdstuk begint met casussen van herontwerp van organisaties zoals de Amerikaanse belastingdienst (IRS) en het Brookhaven National Laboratory (BNL). Bij de IRS leidde een reorganisatie tot een klantgerichte structuur, terwijl bij BNL een grotere nadruk kwam op administratieve procedures, veiligheid en milieu na publieke kritiek. Deze voorbeelden laten zien hoe politieke druk, regelgeving en doelstellingen organisatiestructuur beïnvloeden.Structuur en Design in Organisaties Definitie van Organisatiestructuur: Organisatiestructuur omvat hiërarchie, specialisaties en regels die het functioneren coördineren. Het kan ook werkprocessen (technologie) en taken omvatten.Belang van Structuur: Structuur bepaalt hoe goed organisaties in staat zijn te reageren op politieke eisen, strategische doelen en omgevingscomplexiteit.Specifieke Kenmerken van Publieke Organisaties Debat over Rigide Structuren: Er is een stereotype dat publieke organisaties meer “bureaucratische rompslomp” (red tape) en rigide hiërarchieën hebben dan private organisaties. Sommige onderzoeken ondersteunen dit, maar andere wijzen erop dat factoren zoals grootte, technologie en omgeving belangrijker zijn dan de publieke of private status.Red Tape en Administratieve Lasten: Regels die onnodige bureaucratie veroorzaken zonder duidelijke voordelen, worden gezien als “red tape”. Administratieve lasten zijn persoonlijke kosten (zoals tijd en frustratie) die burgers ervaren in interactie met de overheid.Belangrijke Concepten in Organisatiestructuur
1.Dimensies van Structuur:
oGrootte: Grotere organisaties hebben vaak meer niveaus en specialisaties, maar grotere organisaties hebben ook relatief minder administratieve overhead.oCentralisatie: In gecentraliseerde organisaties zijn beslissingen geconcentreerd op hogere niveaus; decentralisatie geeft lagere niveaus meer beslissingsbevoegdheid.oComplexiteit: Dit omvat het aantal niveaus, specialisaties en interne structuren.oFormalisatie: De mate waarin regels en procedures expliciet en schriftelijk vastliggen.
2.Technologie en Taken:
oRoutinewerk vereist strikte structuren, terwijl niet-routinematig werk (zoals onderzoek) meer flexibiliteit en communicatie vereist.oStudies laten zien dat werkprocessen en technologieën organisatiestructuur sterk beïnvloeden.Invloeden op Structuur Politieke en Omgevingsfactoren: Wetgeving en politieke druk spelen een belangrijke rol in het ontwerp van publieke organisaties. Complexe omgevingen vragen om flexibele structuren.Strategische Keuzes: Leiders nemen structurele beslissingen gebaseerd op strategische prioriteiten, zoals klantgerichtheid of efficiëntie.Ontwerpen van Organisaties Contingentietheorie: De beste structuur hangt af van factoren zoals omgeving, grootte en technologie.
Strategieën voor Organisatieontwerp:
oInformatiebeheer en laterale coördinatie (zoals teams en technologie) zijn essentieel in complexe organisaties.
- / 3