- / 4
Heb de belangrijkste figuren voor tentamen erin gelaten Samenvatting Organische Chemie 1 Hoofdstuk 1
Organische stof: van levende organismen
Anorganische stof: van niet levende
organismen.Bij organische chemie gaat het om organische stoffen, deze bevatten koolstof. Koolstof is een interessant atoom.Links van koolstof geeft elektronen af. Rechts ban koolstof neemt
elektronen op. Koolstof:- Deelt elektronen
-Heeft 4 bindingen -C-C is stabiel -Redelijk beschikbaar
Protonen: positief geladen
Neutronen: neutraal geladen
Elektronen: negatief geladen
Atoomnummer: aantal
protonen Atoommassa:
protonen+neutronen Isotopen hebben verschillend aantal neutronen.Elektronen zitten in banen rondom de kern. Elke baan bestaat uit verschillende schillen. Hoe dichter de baan bij de kern zin, hoer lager de energie.De banen worden ook wel orbitalen genoemd en zijn onder te verdelen in s, p, d en f.
Aufbau principle: Van onderen (laagste niveau)met elektronen opvullen.
-Pauli exclusion principle Niet meer dan twee gepaarde electronen per baan.
-Hund’s rule: Elektronen eerst in lege baan, dan pas “paren”.
Een atoom is het meest stabiel als de buitenste schil helemaal gevuld is met 8 elektronen. Dit is de octet regel.Een uitzondering hierop is waterstof, deze heeft met 2 elektronen een volle schil. 2 / 4
Lewis structuren:elk streepje staat voor 2
elektronen, 1 van het ene atoom en 1 van het andere. De puntjes staan voor Lone pairs. Hier kan nog een atoom aan binden.
1 3 / 4
Elektronegativiteitsmodel:
Hoe groter het verschil in elektronegativiteit, hoe groter het dipoolmoment (D), hoe meer polair de binding is.
Elektrostatische aantrekking tussen ionen:
ionbinding Elektronenoverdracht
Niet polaire covalente binding: gebonden atomen zijn
dezelfde Polaire covalente binding: gebonden atomen
zijn verschillend.
Elektronenverdeling:
Formele lading: aantal valentie elektronen –het aantal
bindingen Valentie elektronen: elektronen in de
buitenste schil
Core elektronen: Elektronen in de binnenste schillen
- / 4