COLLEGE 1
MARKETING
= Heeft te maken met mensen, gedrag, markt, consumeren, producten, goederen, diensten, belevingen, merken, communicatie, gevoel, ruiltransacties Waarom strategische planning?
1.Er kan tijdig gereageerd worden op gewijzigde omgevingsfactoren 2.Zorgt voor een beter overzicht, een betere coördinatie en controle op activiteiten 3.Er wordt geïnvesteerd in projecten die later financiële vruchten zullen afwerpen
BRANDING
= Het bouwen, beheren en meten van een merk
Doel: Merkmeerwaarde creëren (= brand equity)
= De marketingeffecten die toe te schrijven zijn aan een merk Rebranding = Aanpassen van je huidige merk om meer succes te hebben.Inflatie = prijsstijgingen Krimpflatie / shrinkflatie = prijzen blijven hetzelfde, maar er zit minder inhoud in de verpakking
oHoe kan je dit inzetten? VB KEUKENROL:
oJe wil doen geloven aan je klanten dat ze dezelfde verpakkingshoeveelheid kopen, maar door per rol een paar velletjes minder erop te doen, waardoor het een paar gram lichter is.
DECOY-EFFECT
-> Wanneer er twee opties zijn, zullen consumenten de neiging hebben om beslissingen te nemen op basis van hun persoonlijke voorkeuren.-> Maar wanneer consumenten een andere strategische decoyoptie wordt aangeboden, zullen ze eerder kiezen voor de duurdere van de twee originele opties.
Marketing wordt steeds lastiger door:
Geloof Politiek Fake News Milieu oPlastic, voedselverspilling Verantwoordelijke keuzes oVraag naar plantaardige ingrediënten Ongelijkheid oRacisme , genderneutraliteit 1 / 4
COLLEGE 2
FMCG = Fast Moving Consumer Goods BOGOF-effect = Buy One Get One Free -> Verkooppromotie waarbij klanten een gratis of afgeprijsd product krijgen wanneer ze een ander product kopen
KLANTENPIRAMIDE CURRY
= Segmenteert het klantenbestand naar omzet en geeft een overzicht in een piramidegrafiek -> gebaseerd op het Pareto-effect 20% van de klanten zorgt voor 80% van de omzet 20% van het assortiment zorgt voor 80% van de omzet Micro = alle variabelen vanuit de organisatie zelf Meso = externe omgevingsfactoren vanuit de branche Maso = externe omgevingsfactoren en onbeheersbare invloeden vanuit de maatschappij
MARKETINGMIX
Product, prijs, plaats, promotie o5 e P = packaging o6 e P = purple cow (Flink, Gorilla’s) Veel kritiek op deze vorm; er wordt te veel gekeken vanuit het product terwijl het veel belangrijker is om naar de wensen en behoeften van de klant te kijken.
MICHAEL PORTER
Het gaat niet om groter worden of snel groeien, maar om winstgevendheid Concurrentievoordeel behalen Wat maakt jouw organisatie uniek in de ogen van de consument Start met het juiste doel 4C’s Product -> Consumer / core benefit Prijs -> Costs Plaats -> Convenience Promotie -> Communication
SIVA-MODEL
Solution = je koopt geen product maar een oplossing Information = promotie is niet nodig, je gaat zelf opzoek naar informatie Value = internet heeft ook invloed op prijs Access = internet heeft invloed op alles, overal ter wereld is informatie te zoeken 4C en SIVA model kijken naar de wensen en behoeften van de klant
STRATEGISCH MARKETINGPLAN
Visie = droom van de organisatie Missie = bestaansrecht van de organisatie 2 / 4
GOLDEN CIRCLE SINEK
= De missie is “what” & “how” en de visie is “why” Wat doen we?Hoe doen we het en hoe kunnen we ons onderscheiden?Waarom doen we het?DOELSTELLINGEN -> maak SMART-doelstemmingen 1.Marketingstrategie oVisie en missie oLange termijn oOndernemingsdoelstellingen -> winst maken en continuïteit creëren 2.Marketingtactiek oMarketing instrumenten kiezen o2 tot 5 jaar oMarketingdoelstellingen -> afzet, nieuwe doelgroep 3.Marketing operatie oSturing van laag erboven oJaarplan (max 1 jaar) oMarketingmixdoelstelling -> 4P’s
CULTUURDIMENSIES HOFSTEDE
1.Machtsafstand -> mate van ongelijkheid tussen mensen 2.Individualisme (collectivisme) -> handelen als individu i.p.v. groep 3.Masculine (feminiene) -> harde waarden t.o.v. zachte waarden 4.Onzekerheidsvermijding -> behoefte aan structuur 5.Korte versus lange termijn oriëntatie -> beschrijft hoe een samenleving omgaat met veranderingen in het heden en de toekomst 6.Bevrediging en genot -> de mate waarin mensen hun verlangens en impulsen willen realiseren oIndulgence = een samenleving die relatief vrije bevrediging toestaat van fundamentele en natuurlijke menselijke driften, die verband houden met het genieten van het leven en het hebben van plezier oRestraint = een samenleving dat de bevrediging onderdrukt van behoeften en regelt deze door middel van strenge sociale normen
DEFINIËREN VAN DE MARKT ABELL
= Wat is eigenlijk mijn markt?P = Probleemoplossende functie oCustomer needs oWat wil de afnemer ?(behoefte) Economisch, functioneel & psychologisch M = marktdimensies oCustomer groups oWelke marktgroepen en marktsegmenten zijn er T = technologieën (niet te letterlijk) oBehoefte vervullen oHoe en op welke wijze wordt er in de afnemersbehoefte voorzien? 3 / 4
Business defination = de gehele markt waarin een onderneming als speler opereert Business scope = de huidige activiteiten van de organisatie, ofwel het deel van de markt dat nu door de onderneming wordt bediend.Er kan op basis van de business definition inhoud gegeven worden aan de business scope en ondernemingsmissie
- / 4