• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Heijkoop: vastgelopen hoofdstuk 4 7

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Heijkoop: vastgelopen hoofdstuk 4 & 7

Hoofdstuk 4: het probleemgedrag

Bij probleemgedrag is er meestal een gedragswijze die erg opvallend is. Hoewel er ook sociale, emotionele en persoonsverstoringen zijn, komt het toch via probleemgedrag in beeld. Het is een stukje reactiewijze waar je niet omheen kunt: het is lastig, het is pijnlijk, het is schadelijk, en het eist alle aandacht op. Toch blijft het probleemgedrag maar een onderdeel van de totale problematiek.Probleemgedrag heet probleemgedrag omdat mensen er schade door lijden. Zowel de vastgelopen persoon zelf als de mensen om hem heen lijden schade. Directe schade, door lichamelijke pijn, of spullen die kapotgaan, indirecte schade, door angst, onzekerheid, onmacht, woede en schuldgevoel.Probleemgedrag kan zich bij mensen met een verstandelijke beperking op veel verschillende manieren voordoen. Zichzelf slaan, schoppen, bijten, knijpen, hoofdbonken, etc. Al deze vormen van probleemgedrag kunnen op verschillende manieren worden gegroepeerd. Een veel voorkomende indeling is: agressie (schade berokkenen aan anderen door lichamelijke of verbale acties); automutilatie of zelfverwonding (schade veroorzaken aan het eigen lichaam); destructie (dingen kapot maken); dwang en terugtrekken; seksuele perversie.Bij de observatie en analyse van probleemgedrag baseren we ons op vier ingangen:

  • De vorm, hoe ziet het eruit en hoe verloopt het?
  • De frequentie, hoe vaak komt het in een bepaalde situatie en/of periode voor?
  • De intensiteit; de kracht waarmee het gebeurt.
  • De mate van besmetting; in welke mate heeft het zijn totale doen en laten aangetast?

De vorm:

Het gaat er bij de beschrijving om dat er van stap tot stap wordt gevolgd wat er precies gebeurt. Waar slaat de cliënt zich, op welke manier gebeurt dit, met welke hand, etc. Door dat achter elkaar op te schrijven tekent zich op een gegeven moment een opvallend patroon af, waardoor je ziet dat de handelingen een bepaalde, vaste, volgorde hebben. Beperk je niet tot het probleemgedrag zelf: vraag je af of er een aanloop is naar het uiteindelijke probleemgedrag.Als we, dankzij de nauwkeurige beschrijving, het patroon van de handelingen kunnen onderscheiden, vergroten we onze kans om de loop der gebeurtenissen te beïnvloeden. Hoe vroeger we erbij zijn en hoe eerder we ingrijpen, hoe groter de kans dat het lukt om iemand te laten stoppen zonder dat we daar erg zware maatregelen voor hoeven toe te passen. Als iemand al een eind op weg is, kun je hem vaak alleen nog maar stoppen met extreme ingrepen. Hoe verder hij in het 'patroon' verzeild is geraakt, hoe kleiner de kans dat we hem nog kunnen beïnvloeden via de gewone omgangsvormen.Als we het patroon kennen, en de aanzet naar probleemgedrag herkennen, hebben we kans het gedrag te voorkomen. Zo werken we preventief in plaats van dat we pas ingrijpen als 1 / 2

'het' al gebeurd is. Op die manier kan het aanvankelijk ernstige probleemgedrag uiteindelijk alleen nog maar bestaan uit wat restverschijnselen, uit de aanzet, zonder dat de volgende stappen worden gezet.Wie alleen naar het probleemgedrag kijkt, ziet niet wat eraan voorafgaat. De aanzet tot het probleemgedrag blijkt zich vaker voor te doen dan het probleemgedrag zelf. De ene keer wordt de aanzet wel door probleemgedrag gevolgd, de andere keer niet. Door grondig naar de aanzet en de aanloop te kijken kun je erachter komen welke omstandigheden ervoor zorgen dat de kans op probleemgedrag de ene keer groot is, en de andere keer klein. Op die manier krijg je meer inzicht in de krachten die rondom het probleemgedrag spelen.

De frequentie:

Eenvoudig tellen hoe vaak een bepaald probleemgedrag plaatsvindt, is zo voor de hand liggend dat je het gemakkelijk vergeet. Het kan een snelle bijdrage leveren bij het in kaart brengen van wat er speelt. Door het aantal keren per tijdseenheid, zoals uur, dag, week te vergelijken in verschillende periodes krijg je een overzicht van eventuele veranderingen. Of er sprake is van blijvende veranderingen of van gewone variatie.Door frequentie per tijdseenheid te koppelen aan situaties kun je een globaal zicht krijgen op eventuele aanleidingen. Vaak wordt het aantal keren dat iemand zich overgeeft aan zijn probleemgedrag als maat gebruikt om de ernst van de problematiek uit te drukken. Maar de frequentie als enige maat is een betrekkelijk gegeven. Als het gedrag weinig voorkomt, wil dat niet zeggen dat het niet ernstig is. De frequentie alleen zegt dus weinig over de ernst van de problematiek.

De intensiteit:

Hetzelfde probleemgedrag bij een persoon kan een heel verschillende lading of kracht hebben. De ene keer is het een slap gebaar, het andere moment een nauwelijks te stuiten handeling. Tussen die twee uitersten zitten tal van varianten. Het gaat om verschillen in intensiteit bij dezelfde persoon en bij hetzelfde gedrag, of dat nu slaan, schelden, weigeren te eten of te spreken, of wat dan ook is.Verschillen in intensiteit kun je aan minstens twee aspecten afleiden. De een is de kracht die het heeft en de andere de mate waarin het iemands gedachte of beleving beheerst. Bij lage intensiteit hebben de gebaren en handelingen minder kracht en minder snelheid. Het gedrag en de gedachte eraan nemen ook geen centrale plaats in, in iemands aandacht. Is het gedrag laag-intensief, dan gebeurt het terloops.Als we de kracht en de snelheid, plus de plaats die het gedrag binnen iemands aandachtsveld inneemt, combineren tot het begrip intensiteit, dan kunnen we verschillen in intensiteit benoemen. Dat kan met een schaal van 1 tot 10, je ontwerpt dan een zogenoemde intentie- meter.Het helpt je om zelf genuanceerd te kijken en met elkaar in het team uit te wisselen hoe het gedrag zich voordoet. Zo'n meter is de basis voor het te hanteren probleemgedrag.Bovendien is het een maat voor hoe het met iemand gaat. Zo kun je bij gelijkblijvende frequentie concluderen dat het een stuk beter gaat als je gelijktijdig merkt dat de intensiteit

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Heijkoop: vastgelopen hoofdstuk 4 & 7 Hoofdstuk 4: het probleemgedrag Bij probleemgedrag is er meestal een gedragswijze die erg opvallend is. Hoewel er ook sociale, emotionele en persoonsverstoring...

Unlock Now
$ 1.00