- / 4
- / 4
Inleiding Het onderwijs is gemaakt voor het overdragen van kennis. Het basisonderwijs heeft naast de standaard theoretische kennis ook de functie om sociale kennis over te dragen. Zo leren kinderen naast rekenen en taal ook manieren om met andere kinderen om te gaan. De verantwoordelijkheid die docenten hiervoor krijgen is groot, aangezien kinderen een groot deel van de dag onder hun hoede zijn. Dit socialiseringsproces gebeurt bij de meeste kinderen vanzelf. Toch zijn er veel factoren die invloed hebben op de snelheid en manier waarop kinderen op sociaal gebied ontwikkelen. Een van deze factoren is de hoeveelheid vrienden die het kind heeft en in hoeverre de ouders zich bemoeien in de ontwikkeling van hun kind. Dit onderzoek zal zich focussen op het netwerk van ouders en kinderen en de mate waarop dit invloed heeft op het sociaal wenselijk gedrag die het kind vertoont.Voor dit onderzoek is een school benaderd in Amsterdam West. Deze school bevindt zich in een aandachtswijk met een multiculturele samenstelling. De meerderheid van de kinderen op deze school hebben ouders of overgrootouders die geboren en getogen zijn in Marokko of Turkije. Deze clustering van culturen op scholen is steeds vaker in de Nederlandse samenleving zichtbaar. Er is een groei van deze ‘zwarte scholen’ in voornamelijk de vier grote steden van Nederland: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (Leeman & Veendrick, 2001). De reden voor deze clustering komt doordat ouders ervoor kiezen om hun kind op een school te zetten die overeenkomt met hun levensbeschouwing, met genoeg mensen uit hun sociale netwerk, overeenkomt met hun pedagogisch- didactische aanpak en een school die niet te ver weg is (Leeman & Veendrick, 2001).Mensen worden aangetrokken tot mensen die op hen lijken en maken hierop hun beslissingen (McPherson et al., 2001). Hierdoor zijn netwerken veelal homogeen, wat ook geldt voor de netwerken op deze school. De kinderen op de betreffende school in dit onderzoek spreken goed Nederlands, maar de ouders hebben de voorkeur om in hun moedertaal te spreken. Hierdoor ontstaan er groepen van mannen en vrouwen die voornamelijk met elkaar contact hebben en met maar weinig mensen buiten hun cultuur. Dit zorgt ervoor dat het contact binnen deze bevolkingsgroepen erg lokaal en geconcentreerd blijft. Er is meer contact met buurtbewoners, familie en vrienden dan bij autochtone Nederlanders (de Graaf et al., 2011). Hierdoor is de sociale controle in de buurt ook hoger.Het sociale netwerk waar een kind in verweven zit heeft veel invloed op de ontwikkeling van een kind. Zo zorgt ouderbetrokkenheid op de school voor betere prestaties van de kinderen (Woolley & Grogan-Kaylor, 2006; Sheldon, 2002; Jeynes, 2012). Door deelname aan bijvoorbeeld schoolreisjes, ouderavonden en de medezeggenschapsraden zijn de ouders meer betrokken bij de ontwikkeling van hun kind en stimuleren ze hun kind om beter op school te presteren. Verder vormen ouders door 3 / 4
deze deelname een sterker netwerk met elkaar. Dit netwerk is het sociaal kapitaal van hun kinderen
- / 4