- / 6
Voorwoord Het was het einde van 2022 toen een studiegenoot mij, na een lange zoektocht, doorverwees naar een interessant vraagstuk bij GGZ NAAM. Ik was direct getriggerd door de organisatie en het vraagstuk waar zij tegen aan liepen. Begin februari 2025 ging de afrondende fase van mijn studie Human Resource Management aan de Hogeschool Leiden van start. Na vier maanden vol enthousiasme te hebben gewerkt aan mijn scriptie, presenteer ik u mijn scriptie: ‘Een onderzoek naar het reduceren van de uitstroom op eigen verzoek van medewerkers die werkzaam zijn in schaarse beroepsgroepen’.Samen met mijn stagebegeleider, NAAM, heb ik gebrainstormd over het vraagstuk en het uitvoeren van het onderzoek. Na uitvoerig literatuur-, kwalitatief- en kwantitatief onderzoek heb ik de onderzoeksvraag kunnen beantwoorden. Tijdens mijn afstudeerperiode stonden mijn stagebegeleider, NAAM, en mijn begeleider vanuit de opleiding, NAAM, altijd voor mij klaar. Zij hebben veel tijd en aandacht besteed aan het beantwoorden van mijn vragen, waardoor ik verder kon met mijn onderzoek.De afgelopen maanden is een bijzondere periode geweest voor mij. Dit had niet alleen te maken met de afrondende fase van mijn studie waarin ik mij heb bevonden. Nadat ik ongeveer een maand op weg was, mocht ik van de een op de andere dag niet meer fysiek naar mijn stageadres toe. Dit vroeg enige flexibiliteit vanuit zowel mij als de opdrachtgever. Al snel werden er verschillende technologische middelen ingezet, waardoor visueel contact met collega’s mogelijk was. Ik heb het als prettig ervaren dat ik op deze manier betrokken kon blijven bij de organisatie en het contact met collega’s heb kunnen onderhouden.Bij dezen wil ik graag mijn begeleiders bedanken voor de ondersteuning en begeleiding tijdens mijn afstudeertraject. Jullie enthousiasme, vertrouwen en inzet hebben mij enorm geholpen. Ook wil ik alle respondenten die hebben meegewerkt aan dit onderzoek bedanken voor hun inzet. Zonder jullie medewerking had dit onderzoek nooit succesvol voltooid kunnen worden. Tevens wil ik mijn collega’s bij GGZ NAAM bedanken voor de prettige samenwerking. Ik kon altijd met al mijn vragen bij jullie terecht. Als laatst wil ik mijn gezinsleden bedanken die mij hebben gemotiveerd en gesteund tijdens deze, soms lastige, periode. Ieder van jullie heeft mij geholpen deze scriptie tot een goed einde te brengen.Ik wens je veel leesplezier toe. 2 / 6
Managementsamenvatting GGZ NAAM is een zorginstelling, die geestelijke gezondheidszorg biedt aan inwoners van het noorden en midden van Zuid-Holland. GGZ NAAM behoort tot de sector Zorg & Welzijn. De sector Zorg & Welzijn heeft te maken met personeelstekorten en een hoge uitstroom. GGZ NAAM herkent deze problemen ook. Het hoge uitstroompercentage is voornamelijk een probleem bij medewerkers die werkzaam zijn in een schaarse beroepsgroep bij GGZ NAAM, omdat deze medewerkers onmisbaar zijn voor de primaire processen van GGZ NAAM én er voor deze groep schaarste is op de arbeidsmarkt en het dus voor werkgevers moeilijk is deze medewerkers te vervangen. Schaarse beroepsgroepen zijn functies bij GGZ NAAM die schaars zijn op de arbeidsmarkt. Het doel van dit onderzoek is dan ook om erachter te komen hoe GGZ NAAM medewerkers, die werkzaam zijn in schaarse beroepsgroepen, kan behouden bij de organisatie. Door erachter te komen hoe medewerkers GGZ NAAM (hebben) ervaren en met welke reden(en) ze de organisatie verlaten, kan GGZ NAAM optimaal leren van de (uitstromende) medewerkers waardoor toekomstig verloop gereduceerd kan worden. Het soort onderzoek dat uitgevoerd is, is voorschrijvend. De hoofdvraag
van het onderzoek luidt:
“Hoe kan GGZ NAAM de uitstroom op eigen verzoek van medewerkers, die werkzaam zijn in schaarse beroepsgroepen, reduceren?”.Om een antwoord op de hoofdvraag te verkrijgen, zijn er verschillende deelvragen opgesteld. De onderwerpen die in de deelvragen aan bod komen zijn uitstroom, binden en boeien, wat medewerkers belangrijk vinden in hun werk, behoud van medewerkers, interventies die ingezet kunnen worden en hoe andere organisaties medewerkers behouden.De uitvoering van het onderzoek bestaat uit een combinatie van literatuur-, kwalitatief- en kwantitatief onderzoek. Het literatuuronderzoek is uitgevoerd aan de hand van verschillende wetenschappelijke bronnen. Voor de uitvoering van het kwalitatieve onderzoek zijn er interviews afgenomen met medewerkers, die werkzaam waren in een schaarse beroepsgroep, van GGZ NAAM die de organisatie gingen verlaten. Het kwantitatieve onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een enquête. De enquête is uitgezet onder alle medewerkers die behoren tot de doelgroep van dit onderzoek.In de interviews zijn er vele tips naar voren gekomen voor GGZ NAAM. Onder andere over aspecten met betrekking tot het personeel bij GGZ NAAM. De respondenten geven aan dat er beter en meer omgekeken moet worden naar het personeel, in zowel goede als minder goede tijden. Ook uit de enquêtes zijn bruikbare resultaten naar voren gekomen. De resultaten van de enquête zijn grotendeels positief, maar er is ook ruimte voor verbetering bij enkele factoren. Er is het laagst gescoord op de betrokkenheid die medewerkers ervaren bij de organisatie. De participanten van zowel de interviews als de enquête hebben ook verschillende vertrekredenen benoemd. De vertrekredenen die voortkomen uit beide onderzoeksmethoden zijn zowel werk- als persoonlijk gerelateerd.Op basis van de resultaten die verkregen zijn uit het literatuur-, het kwalitatieve- en het kwantitatieve onderzoek is een antwoord geformuleerd op de hoofdvraag. Kort samengevat is het antwoord op de hoofdvraag: om de uitstroom op eigen verzoek van medewerkers, die werkzaam zijn in schaarse beroepsgroepen, te reduceren dient GGZ NAAM aandacht te besteden aan de organisatiebetrokkenheid van medewerkers en het personeel dat werkzaam is in de organisatie door middel van het boeien van medewerkers.De aanbevelingen die worden gegeven hebben betrekking op het vergroten van de organisatiebetrokkenheid en het personeel in de organisatie als belangrijke factor te gaan zien. Voor een eventueel vervolgonderzoek wordt aangeraden om te gaan onderzoeken op welke manier medewerkers, in schaarse beroepsgroepen, betrokken willen worden bij de organisatie. 3 / 6
Inhoudsopgave Voorwoord..............................................................................................................................................3 Managementsamenvatting.....................................................................................................................4 Figuren- en tabellenlijst..........................................................................................................................8 Inleiding..................................................................................................................................................9 Hoofdstuk 1 | Situatieschets.................................................................................................................10 1.1Beschrijving van de organisatie...................................................................................................10 1.2Context van het vraagstuk...........................................................................................................12 1.3Externe analyse...........................................................................................................................13 1.3.1Demografische factoren - bevolking......................................................................................13 1.3.2Economische factoren - personeelstekort in de zorg.............................................................13 1.3.3Sociaal-culturele factoren - levensstijl Millennials.................................................................13 1.3.4Technologische factoren – technostress................................................................................14 1.3.5Ecologische factoren .............................................................................................................14 1.3.6Politiek-juridische gevolgen – verhoging van de AOW-leeftijd..............................................15 1.4Interne analyse............................................................................................................................15 1.4.1Significante waarden.............................................................................................................15 1.4.2Strategie................................................................................................................................16 1.4.3Systemen...............................................................................................................................16 1.4.4Structuur................................................................................................................................17 1.4.5Stijl.........................................................................................................................................17 1.4.6Staf........................................................................................................................................18 1.4.7Skills.......................................................................................................................................18 1.5Positionering HR..........................................................................................................................18 1.6Beschrijving van de problematiek................................................................................................19 Hoofdstuk 2 | Probleemformulering.....................................................................................................20 2.1Aanleiding....................................................................................................................................20 2.2Probleemstelling..........................................................................................................................20 2.3Doelstelling..................................................................................................................................20 2.4Deelvragen...................................................................................................................................21 2.5Doelgroep....................................................................................................................................21 2.6Stakeholders................................................................................................................................21 2.7Betrokken medewerkers..............................................................................................................22 2.8Afbakening...................................................................................................................................22 Hoofdstuk 3 | Theoretisch kader..........................................................................................................22 3.1Uitstroom....................................................................................................................................23 4 / 6