- Introductie
Hoe betrek je ouders bij een klinische behandeling? – Kenniscentrum KJP (2022) Naast de psychische problemen van de jongere zijn er vaak gezinsproblemen en staan relaties onder druk. Door het gezin te betrekken voorkom je dat deze blijven bestaan na terugkeer naar huis. Bewustzijn bij professionals is een eerste stap, omdat behandelaren vaak vooral op de jongere focussen. De systeemtherapeut speelt hierin een belangrijke rol. Gezamenlijke reflectie op casuïstiek in het team is essentieel.Parental Involvement in Adolescent Psychological Interventions - Pine et. al (2024) Adolescentie gaat gepaard met grote biologische en psychosociale veranderingen en brengt een hoger risico op het ontwikkelen van psychopathologie met zich mee. Ouderlijke warmte en autoritatief opvoeden kunnen dit risico verminderen, ook al zoeken adolescenten meer autonomie en steunen zij vaker op peers. In een therapeutische context is het een uitdaging om de balans te vinden tussen de behoefte aan onafhankelijkheid van adolescenten en de invloed en wettelijke verantwoordelijkheid van ouders.Therapeuten moeten navigeren tussen zowel de ouderlijke werkalliantie als de therapeutische alliantie met de adolescent, terwijl in meer dan 75% van de ouder–kind–therapeut triaden onenigheid bestaat over de focus van de behandeling.Het onderzoek vond dat ouderbetrokkenheid in interventies een klein maar significant voordeel had ten opzichte van interventies alleen met adolescenten voor het verminderen van externaliserende problemen en hun frequentie, maar geen voordeel liet zien voor internaliserende problemen of andere diagnostische uitkomsten.
Transdiagnostische psychiatrie: concept in ontwikkeling
- Amelsvoort et. al (2018)
De traditionele manier van kijken naar psychopathologie, waarbij klachten in losse stoorniscategorieën worden geplaatst, verschuift steeds meer naar een dimensionele en transdiagnostische benadering . Hierbij wordt gekeken naar gemeenschappelijke factoren die bij meerdere stoornissen een rol spelen.Zo beïnvloeden temperament en hechting al vanaf jonge leeftijd de ontwikkeling van psychopathologie. Ook in de hersenen zijn kwetsbaarheden
vaak niet stoornisspecifiek: afwijkende hersenconnectiviteit kan bijvoorbeeld
een transdiagnostische risicofactor zijn.Symptoomprofielen ontstaan uit een combinatie van functies en disfuncties , samen met de mate van weerbaarheid op andere gebieden. Traditioneel krijgen 1 / 4
deze profielen een categorische diagnose , maar het idee is dat transdiagnostische functiedomeinen beter aansluiten bij hersennetwerken, neurotransmitters en genen , al blijkt dit in de praktijk lastig te onderzoeken.Qua behandeling laten transdiagnostische interventies minstens even goede, en soms zelfs betere resultaten zien dan stoornisspecifieke behandelingen.
Transdiagnostisch werken, een nieuwe trend: kan of
moet het protocollair? – Braet & Wante (2019) Kinderen en adolescenten met psychologische problemen hebben vaak complexe klachten die niet goed passen bij één enkele stoornis . Transdiagnostische protocollen richten zich op de onderliggende mechanismen van deze complexe klachten en zijn daardoor breed inzetbaar. Ze sluiten aan bij de Research Domain Criteria-trend, waarbij nadruk ligt op processen die de ontwikkeling van problemen verklaren en een meer dimensionele kijk op klachten mogelijk maken. Hierdoor kunnen ook subklinische, comorbide of vage klachten effectief worden aangepakt, en is er meer flexibiliteit wanneer de focus van de behandeling tijdens therapie verandert. Verder worden transdiagnostische protocollen ook ingezet om de care as usual te versterken.Transdiagnostisch werken biedt meer flexibiliteit, maar vereist nog steeds een gestandaardiseerd protocol, goed getrainde therapeuten en brede kennis van psychologische processen.Cognitieve gedragstherapie – NJI (2013) Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een effectieve behandelmethode voor diverse psychische problemen bij kinderen, jongeren en volwassenen. Het richt zich op het opsporen en corrigeren van disfunctionele gedachten die leiden tot emotionele klachten en problematisch gedrag . CGT wordt meestal toegepast bij 8- tot 18-jarigen en duurt drie maanden tot een jaar. De nadruk ligt op de wisselwerking tussen cognities, gevoelens en gedrag.CGT vraagt motivatie en bereidheid van cliënten om kritisch te reflecteren op hun eigen gedachten en deze onder woorden te brengen. Omdat dit cognitieve vaardigheden vereist die zich geleidelijk en verschillend ontwikkelen, moeten therapeuten rekening houden met verschillen tussen kinderen . Bij jongere kinderen (5–8 jaar) zijn de effecten van CGT kleiner dan bij oudere kinderen en adolescenten.
Fasen in CGT:
1.Problemen in kaart brengen, uitleg geven aan cliënt 2.Lastige gedachen opsporen, kritisch onderzoeken, ombuigen als ze niet waar zijn, actieplan opstellen om ermee te leren leven als ze waar zijn.
3.Nieuwe gedachten oefenen via gedragsexperimenten in het dagelijks leven. 2 / 4
De rol van de therapeut verandert daarbij geleidelijk van luisterende psycholoog, naar leraar en uiteindelijk naar coach die het toepassen van vaardigheden begeleidt.
Veelgebruikte technieken binnen CGT:
Cognitieve herstructurering : opsporen en uitdagen van disfunctionele
gedachten en deze vervangen door helpende gedachten.
Exposure: onder begeleiding blootstellen van de cliënt aan situaties die
negatieve emoties oproepen.
Zelfinstructietraining en hardop-denken methode : cliënten leren hun
gedrag te sturen via zelfinstructies, aangeleerd door hardop-denken met vaste zinnen.Probleemoplossend denken : denkstrategie in vier stappen: 1) probleem omschrijven, 2) alternatieve oplossingen bedenken en afwegen, 3) plan uitvoeren en monitoren, 4) evalueren.
Zelfcontrole: via zelfobservatie (bijv. dagboek), doelen stellen,
zelfevaluatie en zelfbeloning.
Psycho-educatie: cliënt (en eventueel ouders) krijgt informatie, steun en
advies.
Nazorg: bespreken van moeilijke situaties en versterken van geleerde
vaardigheden om terugval te voorkomen.Hoorcollege 1 Een classificatie volgens de DSM-5 leidt tot gemeenschappelijke taal, ontstaat door een link tussen theorie, onderzoek, en praktijk, is evidence based, en is handig voor protocollair werken.
Soorten behandelingen/stromingen :
Gedragstherapie Cognitieve (gedrags)therapie Cliëntgerichte en oplossingsgerichte therapie Psychoanalyse Systeemtherapie Een behandelsoort past bij een stroming en heeft verschillende technieken, bv. CGT, EMDR etc. Een interventie is een programma uitgewerkt vanuit een bepaalde stroming, bv. D+D=D.Een behandelprotocol is een gedetailleerde uitwerking van een interventie (voor wie, hoe), waar een stroming/behandelsoort onder zit. Effectieve protocollaire behandelingen staan in de NJI databank.Cognitieve gedragstherapie (CGT) behandelsoort, stroming 3 / 4
Theoretisch principe: beïnvloeden van gedrag en gevoelens via
gedachten
Veelgebruikte behandeltechnieken : cognitieve herstructurering,
exposure en experimenten, zelfinstructietraining en hardop denken, probleemoplossend denken, zelfcontrole, psycho-educatie, terugval preventie
Specifieke interventies die protocollair én evidence based zijn :
oAngst: D+D = D, fun friends
oDepressie: Pak aan
oDwang: bedwing je dwang
Moderator: voor wie of wanneer werkt de interventie beter? Verandert richting
of sterkte van het effect/verband. Bv. leeftijd, ernst klachten, opleidingsniveau etc.
Mediatie: via welk mechanisme heeft een interventie effect? Laat zien hoe de
verandering in problemen tot stand komt. Bv. interventie meer sensitiviteit minder gedragsproblemen.
Etiologie: leer van de oorzaken. Factoren die een rol spelen bij ontstaan en in
stand houden. Wat heeft het systeem nodig? Systeem is veranderbaar.<12 jaar worden ouders meestal altijd betrokken. Observeer kind en ouder en verwoord wat je ziet.In de adolescentie is de ouderbetrokkenheid vaak lastiger vanwege grote lichamelijke, emotionele en sociale veranderingen, en groeiende autonomie en onafhankelijkheid. Ouderbetrokkenheid bij behandeling heeft sterker effect op psychopathologie dan behandeling van alleen adolescenten. Lijkt vooral belangrijk voor externaliserende problemen.
Bestudeer wat de beperkingen van een design van meta-analyses zijn: waar
hangt het resultaat vanaf (nuance)? Komt terug in casus bij behandeladvies.Er zijn mogelijke verschillen (of juist niet) in problemen en behandeling tussen seksen, bv. in prevalentie, uitingsvorming, onderrichtende mechanismen, behandeleffectiviteit of rol van gezinsvorm bij etiologie en behandeling. Dat kan leiden tot onjuiste diagnoses of bejegening van het probleem.Transdiagnostisch werken betekent dat je gemeenschappelijke factoren als verklaring zoekt (wat onder de ijsberg zit). Je werkt dimensioneel, diagnose overstijgend, en cliëntspecifiek. Voorbeelden van transdiagnostische factoren zijn cognitieve processen (bv. executieve functies), emotionele processen (bv.trauma) en gedragsmatige processen (bv. assertiviteit).
- / 4