• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Hoofdlijnen Nederlands Recht: meerkeuzevragen

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Hoofdlijnen Nederlands Recht: meerkeuzevragen

  • Wat wordt verstaan onder objectief recht?
  • Het geheel van door de rechter toegepaste regels
  • Het geheel van in een samenleving geldende rechtsregels
  • Het recht dat aan een individu toekomt
  • Het geheel van ongeschreven normen
  • Welke rechtsbron staat hiërarchisch het hoogst in Nederland?
  • AMvB
  • Grondwet
  • Europese verdragen
  • Wet in formele zin
  • Welke van onderstaande is GEEN rechtsbron?
  • Gewoonte
  • Jurisprudentie
  • Parlementaire geschiedenis
  • Conclusie van de advocaat-generaal
  • Het verschil tussen dwingend en aanvullend recht is dat…
  • Dwingend recht alleen geldt bij privaatrecht
  • Aanvullend recht altijd door de rechter wordt toegepast
  • Van aanvullend recht mag worden afgeweken, van dwingend recht niet
  • Dwingend recht uitsluitend geldt in het strafrecht
  • Wat is het belangrijkste kenmerk van publiekrecht?
  • Het regelt gelijkwaardige verhoudingen tussen burgers
  • Het bevat vooral aanvullend recht
  • Het regelt de verhouding tussen overheid en burgers
  • Het komt uitsluitend uit gewoonterecht

6. Een voorbeeld van een geschreven rechtsregel is:

  • Jurisprudentie van de Hoge Raad
  • Grondwet artikel 1
  • Ongeschreven gewoonterecht
  • Algemene rechtsbeginselen
  • Wanneer komt een overeenkomst in Nederland tot stand?
  • Als partijen een contract tekenen
  • Als partijen mondeling overeenstemming bereiken
  • Als er aanbod en aanvaarding is
  • Zodra er sprake is van een schriftelijk bewijsstuk
  • Wat is GEEN vereiste voor een geldige overeenkomst?
  • Handelingsbekwaamheid
  • Wilsverklaring
  • Rechtshandeling
  • Schriftelijke vastlegging

9. Piet verkoopt zijn fiets aan Klaas voor €100. Klaas zegt: “Akkoord,

maar ik betaal pas over een maand.” Wat is de juridische status?

  • Er is geen overeenkomst omdat betaling direct moet plaatsvinden 1 / 4
  • Er is een overeenkomst, maar met afwijkende betalingstermijn
  • Er is nog geen overeenkomst totdat Piet akkoord gaat met betaling later
  • Er is sprake van ongeldig aanbod
  • Wat betekent “wilsgebrek” bij een overeenkomst?
  • De overeenkomst is ongeldig omdat het aanbod ontbreekt
  • De overeenkomst is ongeldig omdat de prijs onredelijk is
  • De wil en verklaring komen niet overeen
  • De overeenkomst is ongeldig omdat deze niet op schrift staat
  • Welke van onderstaande situaties is een voorbeeld van “dwingend
  • recht”?

  • Piet en Jan spreken af dat Piet nooit aansprakelijk zal zijn voor schade door
  • opzet

  • Een huurder en verhuurder spreken af dat de huurder zelf alle grote
  • onderhoudskosten betaalt

  • Een werknemer doet afstand van zijn recht op minimumloon
  • Twee ondernemers komen een langere betalingstermijn overeen
  • Marieke koopt een laptop online. Na levering blijkt de laptop kapot.
  • Zij wil de overeenkomst ontbinden. Op welke grond kan dat?

  • Wilsgebrek
  • Niet-nakoming
  • Dwaling
  • Onrechtmatige daad

13. Wat houdt de “onzekerheidsexceptie” (art. 6:263 BW) in?

  • De verkoper mag weigeren te leveren als betaling onzeker is
  • Een overeenkomst kan ongeldig worden verklaard bij twijfel over de prijs
  • Een overeenkomst kan altijd worden herroepen bij onzekerheid
  • De rechter kan de overeenkomst wijzigen als partijen onzeker zijn
  • Jeroen koopt een tweedehands auto. De verkoper zegt dat de auto
  • “in perfecte staat” is. Achteraf blijkt de motor kapot. Welke rechtsregel kan Jeroen gebruiken?

A. Bedrog (art. 3:44 BW)

B. Dwaling (art. 6:228 BW)

  • Onrechtmatige daad
  • Ongerechtvaardigde verrijking
  • Welke rechtsregel ligt ten grondslag aan “koop op afstand” (bijv.
  • online shoppen)?

  • De koper heeft altijd recht op ontbinding binnen 14 dagen
  • De koper mag altijd gratis retourneren
  • De koper kan na levering nog onderhandelen over de prijs
  • De overeenkomst ontstaat pas bij levering
  • Twee ondernemers spreken af dat levering pas plaatsvindt
  • “wanneer de voorraad er is”. Hoe heet zo’n afspraak?

  • Opschortende voorwaarde
  • Ontbindende voorwaarde
  • Dwingend recht
  • Dwaling 2 / 4
  • Wanneer is er volgens de wet sprake van een arbeidsovereenkomst?
  • Als iemand langer dan zes maanden voor een werkgever werkt
  • Als er loon, arbeid en gezag aanwezig zijn
  • Zodra er een contract is ondertekend
  • Wanneer iemand op vaste uren werkt
  • 18. Lisa werkt als zzp’er maar krijgt instructies over werktijden, werkwijze en moet dagelijks verantwoording afleggen. Hoe moet dit juridisch worden gekwalificeerd?

  • Overeenkomst van opdracht
  • Arbeidsovereenkomst
  • Freelance-overeenkomst
  • Stageovereenkomst
  • Wat is de minimale duur van de proeftijd bij een
  • arbeidsovereenkomst?

  • Geen minimale duur, mag zelfs 1 dag zijn
  • 1 maand
  • 2 maanden
  • 6 maanden

20. Welke regel geldt voor de ketenregeling (art. 7:668a BW)?

  • Na 3 tijdelijke contracten of 3 jaar ontstaat een vast contract
  • Na 4 tijdelijke contracten of 4 jaar ontstaat een vast contract
  • Na 2 tijdelijke contracten of 2 jaar ontstaat een vast contract
  • Er bestaat geen ketenregeling meer in Nederland
  • Een werknemer zegt zijn baan op, maar de arbeidsovereenkomst is
  • voor bepaalde tijd. Mag dat?

  • Ja, altijd
  • Nee, tenzij partijen een tussentijds opzegbeding zijn overeengekomen
  • Ja, maar alleen met instemming van de kantonrechter
  • Nee, want contract is altijd bindend
  • Wat is het verschil tussen koop en ruil?
  • Bij koop is er een prijs in geld, bij ruil niet
  • Ruil is alleen geldig bij roerende zaken
  • Koop is een reëel contract, ruil niet
  • Bij ruil gelden geen verplichtingen
  • Jan koopt een nieuwe koelkast, maar de verkoper levert een oud
  • model. Op welke wettelijke bepaling kan Jan zich beroepen?

A. Dwaling (art. 6:228 BW)

B. Conformiteitsregel (art. 7:17 BW)

C. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)

D. Opschortingsrecht (art. 6:52 BW)

  • Wanneer is er sprake van consumentenkoop?
  • Alleen als er online wordt gekocht
  • Als een professionele verkoper aan een consument levert
  • Als er een tweedehands product wordt gekocht
  • Alleen als het product meer dan €100 kost 3 / 4
  • Emma koopt schoenen in een winkel. Na 2 weken laat de zool los.
  • Wie moet bewijzen dat de schoenen bij aflevering gebrekkig waren?

  • Emma, want zij wil de overeenkomst ontbinden
  • De winkelier, want het gebrek blijkt binnen 12 maanden
  • Emma, tenzij ze binnen 7 dagen klaagt
  • De fabrikant, want die heeft het product gemaakt
  • Wat is het verschil tussen eigendom en bezit in het kooprecht?
  • Eigendom is feitelijke macht, bezit is juridisch recht
  • Eigendom is juridisch recht, bezit is feitelijke macht
  • Eigendom en bezit zijn hetzelfde
  • Bezit ontstaat alleen door koop, eigendom niet

27. Wat zijn de vereisten voor een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)?

  • Onrechtmatigheid, relativiteit, schade, causaliteit en toerekenbaarheid
  • Onrechtmatigheid, schuld, contractbreuk, schade en verjaring
  • Onrechtmatigheid, redelijkheid en billijkheid, schade en voordeel
  • Onrechtmatigheid, schade en dwaling
  • Een buurman boort op zondag de hele dag met een drilboor. De
  • andere buurman lijdt daardoor ernstige stress. Welke vorm van onrechtmatigheid is dit?

  • Inbreuk op een recht
  • Strijd met wettelijke plicht
  • Strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid
  • Dwaling

29. Wat betekent het relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW)?

  • Schade moet voorzienbaar zijn
  • De geschonden norm moet strekken tot bescherming van de geleden schade
  • Alleen relatieve partijen kunnen procederen
  • Er moet een nauwe band zijn tussen partijen
  • Een aannemer gooit per ongeluk een dakpan op de auto van een
  • klant. Is dit toerekenbaar?

  • Nee, want het was een ongeluk

B. Ja, want schuld of risico kan worden toegerekend (art. 6:162 lid 3 BW)

  • Nee, tenzij het contractueel is afgesproken
  • Alleen als er sprake is van opzet
  • Wat is een voorbeeld van een rechtmatige daad?
  • Onrechtmatige daad met toestemming van de rechter
  • Zaakwaarneming, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking
  • Onrechtmatige daad zonder schade
  • Arbeidsovereenkomst
  • Piet betaalt per ongeluk €100 te veel aan zijn internetprovider. Op
  • welke rechtsgrond kan hij dat terugvorderen?

  • Onrechtmatige daad
  • Ongerechtvaardigde verrijking
  • Onverschuldigde betaling
  • Zaakwaarneming
  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

The comprehensive coverage offered by this document helped me ace my presentation. A impressive purchase!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Hoofdlijnen Nederlands Recht: meerkeuzevragen 1. Wat wordt verstaan onder objectief recht? A. Het geheel van door de rechter toegepaste regels B. Het geheel van in een samenleving geldende rechtsre...

Unlock Now
$ 1.00