Kopen en Werken Hoofdstuk 1 Begroten voor iedereen
1.1 a. Zakgeld krijg je zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat. Bij een baantje werk je ervoor.
- Bij een baantje heb je er zelf voor gewerkt. Dus als je dan iets uitgeeft staat het tegenover
- Eigen antwoord. Voorbeelden: bij zakgeld: niets voor hoeven doen. Bij bijbaantje: fijn om
- Nibud betekent voluit Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Ze doen onderzoek naar
een aantal uren werk dat je daarvoor hebt moeten doen.
zelfstandig te zijn.
en geven voorlichting over de huishoudportemonnee. Het Nibud geeft bijvoorbeeld adviezen over zakgeld, over het bijhouden van een financiële administratie voor huishoudens, over lenen en over de hoogte van reserves die gezinnen zouden kunnen aanhouden.
1.2 a. Bij 3 is er sprake van zakgeld. Je krijgt geld van een ouder of verzorger zonder tegenprestatie. Ook bij 6 zou je kunnen spreken van zakgeld. Ook dat krijg je van familie en is zonder tegenprestatie verkregen.
- € 10 euro per week is 10 × 52 = € 520 per jaar. Of als je het bedrag van oma ook onder
- Eigen antwoord.
zakgeld rekent dan wordt het 12 × € 25 = € 300 groter. Het totaal is dan € 820 per jaar.
1.3 a. € 480/52 = € 9,23.
- € 2,50 × 52 = € 130. € 130/12 = € 10,83.
- € 50 × 12 = € 600. € 600/52 = € 11,54. d. € 45,50 × 4 = € 182. € 182/52 = € 3,50
1.4 a. Bedrijven kiezen ervoor om betalingen via je betaalrekening te doen omdat dit administratief makkelijker is en veiliger.
- Eigen antwoord.
- Contant geld is moeilijker te traceren voor de belastingdienst of de politie. Een girale betaling
- / 2
kan altijd teruggevonden worden.
1.5 Eigen antwoord
1.6 a. Eigen antwoord.
- Eigen antwoord. Vervangen hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat je het kledingstuk
- Eigen antwoord.
- Het kan zijn dat een van jullie geen schoenen of een winterjas hoeft aan te schaffen. Het kan
- Eigen antwoord.
weggooit. Je kunt het bewaren, maar in de praktijk nauwelijks dragen.
ook dat een van jullie duurdere kleding of meer kleding koopt.
Nibud: voor een compleet ‘kledingpakket’ is minimaal € 50 per maand nodig. Ook sokken, ondergoed, schoenen en de winterjas zijn hierin meegenomen.
1.7 a. 12 × 1,03 = € 12,36.
- - Hij is ouder geworden. - In het verleden was er ook al inflatie. - Andere kinderen van zijn
- Eigen antwoord.
- 2%. Deze ondervraagden hebben geen bankrekening.
- 0,18 × 0,5 × 2.046 = 184 ondervraagden.
- 6 × € 0,80 = € 4,80. Nog over € 12 € 4,80 = € 7,20. € 7,20 / € 0,60 = 12 kaasbroodjes.
- Zie grafiek (dikke rechte lijn c).
- Begin op de horizontale as bij 8 kaasbroodjes, dan naar boven kijken tot je de budgetlijn
leeftijd krijgen ook meer. - Op de site van het Nibud staan adviserende bedragen die hoger zijn.
1.8 a. Scholieren hebben veel minder vaak inkomsten en uitgaven dan volwassenen, dus hun saldo zal minder vaak veranderen, waardoor ze minder vaak de behoefte hebben om hun saldo te checken.
1.9 a. Kaasbroodjes: 12/0,60 = 20 of rollen koekjes: 12/0,80 = 15.
tegenkomt en dan naar links naar de verticale as kijken: 9 rollen koekjes.
- Zie grafiek (stippellijn e). Maximaal aantal kaasbroodjes is nu 12/1 = 12. Het maximum aantal
- / 2
rollen koekjes is nog steeds 15.