- / 3
Hoofdstuk 1: Communicatie
Om een helder beeld van het communicatievak te krijgen, behandelt dit hoofdstuk de factoren die een rol speelden bij de ontwikkeling van het vakgebied.
1.1Communicatie als vakgebied Rond 1980 bleef de organisatie achter een product vaak onzichtbaar. Toen de bedrijven sterk groeiden, werden de grote organisaties interessant voor de media. Journalisten brachten steeds vaker de organisaties negatief in de publiciteit, waardoor ze het bedrijfsleven dwongen hier op een professionele wijze op te reageren.
De ‘oude’ termen binnen de communicatie:
Public relations: stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip door communicatie.Reclame: overredende, wervende communicatie over merken of bedrijven, waarbij betaalde ruimte wordt ingekocht in massamedia zoals kranten, tv en radio
Voorlichting: bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door middel
van communicatie. Bij voorlichting staat het belang van de ontvanger voorop.Propaganda: gericht op het overbrengen van ideeën. Aanhangers van een bepaald religieus of politiek idee proberen anderen te overtuigen van hun ideaal. Er is een grote intentie om te beïnvloeden.Geleidelijk aan werd communicatie belangrijker voor organisaties en werd het een aandachtsgebied van het management. Later kwam ook het besef dat de strikte indeling in public relations, voorlichting en reclame niet werkte. Organisaties en communicatiebureaus gaan steeds meer uit van een geïntegreerde benadering. Hierin staat een samenspel centraal tussen concerncommunicatie (gericht op beeldvorming van de hele organisatie), interne communicatie (betrekt zich op de communicatie binnen een organisatie) en marketingcommunicatie (gericht op de verkoop van producten of diensten).Communicatie is een vakgebied waarvoor de belangstelling nog steeds groeit. Daarvoor zijn
verschillende redenen te noemen:
Groei van dienstverlenende factor: een consument koopt een product op grond
van vertrouwen en daarbij is een sterk imago essentieel.
Betere opleidingen medewerkers: betere opleidingen en betere toegang tot
informatie vergroten de kennis en mondigheid. Interne en externe publieksgroepen verwachten en eisen open en juiste communicatie.Toename van fusies: steeds meer organisaties fuseren, nationaal en internationaal waarbij niet altijd helder is wie bij wie hoort. Duidelijke communicatie daarover wordt steeds belangrijker.Publieke opinie wordt belangrijker: consumenten en actiegroepen krijgen meer macht, ook in de media. Ze eisen dat een organisatie eerlijk communiceert en maatschappelijk verantwoord onderneemt 2 / 3
1.2Basismodel communicatie In de praktijk zijn twee communicatieprocessen zelden precies gelijk. Toch is er een aantal elementen dat vrijwel altijd een rol speelt. Op basis daarvan is het communicatieproces schematisch weergegeven Stappen van het communicatiemodel "ZMBO" (model op blz. 10 + 11) Communicatieproces begint bij een zender (Z) die iets wil overdragen. Zijn bedoeling is de ontvangers te informeren, met hen te communiceren of interactie met hen aan te gaan.Hij heeft een boodschap (B) voor een ontvanger (O).Voor elke boodschap kiest de zender een geschikt kanaal; een medium (M).De reactie van de ontvanger op de boodschap is feedback (F).Als de zender daarop reageert, spreek je van een terugkoppeling (T).Encoderen en decoderen: encoderen is het omzetten van een boodschap van de zender naar de ontvanger in een code, bijvoorbeeld in woorden. Decoderen is dat de ontvanger de boodschap om zet in gedachten.
Invloeden op het communicatiemodel:
Situatie: de concrete situatie heeft ook invloed op het proces. Denk bijvoorbeeld aan het moment van de dag (de directeur heeft een ochtend humeur) of de locatie (op kantoor of tijdens een gezamenlijke lunch in een restaurant).Ruis: dit zijn factoren die het communicatieproces verstoren. Je hebt hierbij interne ruis en externe ruis.Interne ruis: dit is binnen het communicatieproces: als de zender zijn boodschap niet goed onder woorden brengt.Externe ruis: dit is buiten het communicatieproces: zoals geluiden van een drilboor.Interactief proces: een proces waarin zender en ontvanger allebei actief zijn. Het effect van communicatie wordt bepaald door de ontvanger en niet door de zender. De ontvanger is niet passief. Bijvoorbeeld: niet een mooie flyer maken voor een open dag, maar zorgen dat de doelgroep naar de open dag komt.Ontvangers selecteren, kleuren, blokkeren en interpreteren de boodschap van de zender, dus moet
je bij communicatie met een aantal aspecten rekening houden:
Redundantie: overbodige informatie, het bevat geen nieuws. Veel redundantie kan de ontvanger irriteren, maar kan ook nuttig zijn als het in de vorm van tussentijdse samenvatting is. Het kan dan de ontvanger helpen begrijpen en onthouden.
Verbale communicatie: schriftelijk of mondeling door woorden
Non-verbale communicatie: gebaren of intonatie
Geslaagdheid: dit is geen vereiste voor de communicatie. Namelijk: ook een verkeerd overgekomen of niet aangekomen boodschap is communicatie.
- / 3