Hoofdstuk 1 Formules, grafieken en vergelijkingen Voorkennis Lineaire en kwadratische vergelijkingen en ongelijkheden
Het oplossen van lineaire vergelijkingen:
- Werk de haakjes en breuk weg
- Breng alle termen met x naar het linkerlid, de rest naar het rechterlid
- Herleid beide leden
- Deel beide leden door het getal dat voor x staat
Het oplossen van lineaire ongelijkheden:
- Werk de haakjes en de breuken weg
- Breng alle termen met x naar het linkerlid, de rest naar het rechterlid
- Herleid beide leden
- Deel beide leden door het getal dat voor x staat. Als dit getal negatief is, moet je het teken
< of > omklappen.AB = 0 geeft A = 0 ∨B = 0 §1 Lineaire verbanden Van de lijn y = ax + b is de richtingscoëfficiënt a.
rc = a betekent: 1 naar rechts en a omhoog.
Lijnen met dezelfde richtingscoëfficiënt zijn evenwijdig.Snijpunt met de x-as → y = 0 Snijpunt met de y-as → x = 0 §2 Een lijn door 2 gegeven punten
Van de lijn y = ax + b is de richtingscoëfficiënt: a =
Δy Δx = y❑ B −y❑ A ❑ x❑ B −x❑ A §3 Stelsels vergelijkingen De algemene vorm van een lineaire vergelijking met de variabelen x en y is ax + by = c.De bijbehorende grafiek is een rechte lijn.
- / 1