1 1 / 4
Inhoud HOOFDSTUK 1 – INLEIDEND ............................................................................................................... 3 1.1 INLEIDING .................................................................................................................................... 3 1.2 AANLEIDING..................................................................................................................................4 1.3 AFBAKENING ONDERZOEK.................................................................................................................4 .......................................................................................................................................................4 1.4 RELEVANTIE DOELGROEP & WETENSCHAP............................................................................................4 1.5 VRAAGSTELLING ............................................................................................................................5 1.6 DOELSTELLING...............................................................................................................................5 1.7 HOOFDVRAAG ..............................................................................................................................7 1.8 CONCEPTUEEL MODEL......................................................................................................................8 HOOFDSTUK 2 - THEORETISCH KADER ............................................................................................... 9 2.1 OPZET THEORETISCH KADER..............................................................................................................9 2.2 KERNBEGRIPPEN.............................................................................................................................9 2.3 RELATIE KERNBEGRIPPEN................................................................................................................10 2.4 WETENSCHAPPELIJKE LITERATUUR.....................................................................................................12
2.4.1 BIORITME................................................................................................................................13
2.4.2 INVLOEDEN NACHTDIENSTEN........................................................................................................14
2.4.3 GEVOLGEN NACHTDIENSTEN.........................................................................................................15
2.4.4 PREVENTIE...............................................................................................................................16
2.4.5 EIGEN INITIATIEF.......................................................................................................................18
2.5 SAMENVATTING LITERATUURONDERZOEK............................................................................................19 HOOFDSTUK 3 – ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 21 HOOFDSTUK 4 - RESULTATEN PRAKTIJKONDERZOEK ....................................................................... 23 4.1 INDELING ENQUÊTE KERNBEGRIPPEN.................................................................................................23 4.2 ANALYSE ONDERZOEK....................................................................................................................24 4.3 CONCLUSIE PRAKTIJKONDERZOEK......................................................................................................27 HOOFDSTUK 5 - CONCLUSIE ONDERZOEK ........................................................................................ 29 5.1 BEANTWOORDING HOOFDVRAAG.....................................................................................................30 NAWOORD.......................................................................................................................................33 BRONNENLIJST..................................................................................................................................34 BIJLAGE 1 - ENQUÊTEVRAGEN ..............................................................................................................35
2 2 / 4
Hoofdstuk
- – inleidend
1.1 Inleiding Wanneer je aan onderzoek begint in de zorg, bevind je je in een dynamische omgeving met een overvloed aan onderwerpen die te onderzoeken zijn. Als zorgprofessional wil je voortdurend op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen, en lees je daarom regelmatig vakliteratuur en houd je het nieuws bij met betrekking tot alle relevante ontwikkelingen die in de zorg in Nederland spelen. Als je op het internet gaat zoeken naar nieuws uit de zorgsector, zou je kunnen gaan denken dat enkel ‘zorgelijk nieuws’ nog nieuws is.Onderwerpen als hoge werkdruk en misstanden in de zorg lijken levensgroot te worden uitvergroot in de media.Maandblad ‘Zorgvisie’ - een vakblad voor zorgprofessionals – publiceerde op 16 juni 2017 een prachtig artikel over het Groene Hart Ziekenhuis. Voormalig verpleegkundige Elize Hooftman ontving de ‘StaZ- prijs’ voor haar waardevolle bijdrage aan een zo prettig mogelijke werkomgeving voor haar collega’s. Hooftman zou een sleutelrol hebben gespeeld bij het implementeren van een ‘flexpool’ voor zorgmedewerkers. Het ontwerp van deze ‘pool’ zou zó goed zijn ontworpen dat werkdruk zou zijn gereduceerd, terwijl personeel meer flexibel kan worden ingezet en er een optimale afstemming bestaat tussen capaciteit en werktijden.
Centraal voor het succes van de ’flexpool’ van Hooftman zou “respect hebben voor de wensen van medewerkers die aansluiten bij de zorgvraag van de organisatie”. (Hooftman, E.2017) Gezonder, gelukkige en vitale zorgmedewerkers zouden gerealiseerd kunnen worden indien rekening gehouden wordt met individuele behoeften van de zorgverlener.Dit onderzoek wil ook een bijdrage leveren aan een prettige werkomgeving, met medewerkers die flexibel inzetbaar zijn binnen een dynamische werkomgeving. Dit onderzoek zal zich richten op operatieassistenten op de operatieafdeling van het Amsterdam Medisch Centrum (hierna ‘AMC’). Deze operatieassistenten draaien allemaal nachtdiensten, waarbij in dit onderzoek onderzocht wordt op welke wijze het draaien van nachtdiensten een effect heeft op het bioritme van het individu.Onderwerpen die aan de orde zullen komen zijn slaapritmes, eetgewoontes, werkdruk, psychische- en lichamelijke belasting binnen de context van het draaien van nachtdiensten.Naast literatuuronderzoek die zich richt op de effecten van het bioritme bij het draaien van nachtdiensten, zal het praktijkonderzoek worden uitgevoerd. Operatieassistenten van het AMC zullen worden ondervraagd naar hun ervaringen met betrekking tot het draaien van nachtdiensten.Zijn er aanwijzingen dat er wellicht aanbevelingen mogelijk zijn om nachtdiensten voor operatieassistent te optimaliseren?Voordat naar optimalisatie wordt gekeken, moet eerst vastgesteld worden of er wel een relatie bestaat tussen een (mogelijk verstoord) bioritme in relatie tot het draaien van nachtdiensten.Bestaat deze relatie eigenlijk wel? Het is de dankbare taak van dit werk om te
3 3 / 4
onderzoeken of er een bijdrage kan worden geleverd aan operatieassistenten binnen het AMC voor het optimaal uitvoeren van hun werkzaamheden.
1.2 Aanleiding Directe aanleiding voor het doen van onderzoek naar de effecten van het draaien van nachtdiensten waren geluiden die werden gehoord door collega operatieassistenten op de operatieafdeling van het AMC tijdens werkzaamheden van X tot X. Regelmatig werd gehoord dat er sprake zou zijn van overbelasting bij het draaien van een aaneengesloten reeks nachtdiensten.Is het inderdaad waar dat er een directe relatie bestaat tussen het draaien van een aaneengesloten reeks nachtdiensten in relatie tot een mogelijk verstoord bioritme en de gehoorde klachten?Mogelijke (over-) belasting zou bestaan uit een verstoord bioritme, van waaruit verschillende andere klachten zouden ontstaan. Deze klachten zouden te maken hebben met onregelmatige slaapritmes, lichamelijke- en geestelijke (over-) belasting, en mogelijk veranderende voedingspatronen.De gewenste situatie bestaat uit operatieassistenten die optimaal kunnen functioneren voor- , tijdens-, en na het draaien van een aaneengesloten reeks nachtdiensten. Nadat vast is komen te staan dat er een relatie bestaat tussen het draaien van een aaneengesloten reeks nachtdiensten en vermeende klachten, zouden aanbevelingen operatieassistenten kunnen bijstaan bij het optimaliseren van hun uitvoerende werkzaamheden. Het eindproduct bestaat uit een adviesrapport met praktische aanbevelingen voor de operatieassistenten.
1.3 Afbakening onderzoek
Het onderzoek zal zich afbaken op de volgende punten; Onderzocht worden de operatieassistenten op de operatieafdeling van het AMC. Het onderzoek beperkt zich tot het draaien van nachtdiensten en de mogelijke relatie tussen de vermeende klachten omtrent het bioritme in breedste zin. Mocht de relatie na onderzoek blijken te bestaan, worden adviserende aanbevelingen geschreven die zich richten op deze operatieassistenten.
1.4 Relevantie doelgroep & wetenschap Het eindproduct richt zich op collega-operatieassistenten die werkzaam zijn op de operatieafdeling van het AMC. Mocht uit onderzoek blijken dat er inderdaad een relatie bestaat tussen vermeende klachten bij het draaien van nachtdiensten, dan kunnen adviserende maatregelen breed worden ingezet.Hiermee wordt bedoeld dat aan te dragen adviezen kunnen worden gebruikt door meer mensen die werkzaam zijn binnen het AMC; er zijn immer meer collega’s die nachtdiensten draaien.Het is van belang dat de adviezen tot praktisch nut zijn voor de doelgroep, waarbij in eerste instantie wordt gedacht aan een implementatie termijn binnen drie maanden.
- / 4