• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Hoofdstuk 1 inleiding

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Hoofdstuk 1 inleiding Het personenrecht regelt de rechtspositie van een natuurlijke persoon: het begin en einde van een persoon, zijn naam en geslacht, zijn woonplaats, de handelingsbekwaamheid en de bescherming van meerderjarigen maken hiervan deel uit, net als de regels over vermissing en afwezigheid.Het familierecht heeft betrekking op de rechtsverhouding tussen natuurlijke personen op het terrein van families en relaties. Het regelt zogenoemde verticale relaties die ontstaan door afstamming van de ene persoon van andere, zoals afstamming en ouderlijk gezag, en zogenoemde horizontale relaties, die ontstaan door affectieve relaties tussen volwassenen, zoals huwelijk en geregistreerd partnerschap. Een onderwerp behoort tot het familierecht, omdat het de affectieve relatie tussen twee natuurlijke personen regelt, maar is vooralsnog niet door het familierecht geregeld: de rechtsregels die betrekking hebben op de relatie tussen twee mensen die ongehuwd samenleven.

Bronnen van personen- en familierecht:

Materieel personen- en familierecht:

-Boek 1 BW is de kernbron.-Wet- en regelgeving van publiekrechtelijke aard (jeugdwet, wet tijdelijke huisverbod). Dit zijn bijzondere wetten.

Formeel personen- en familierecht:

-Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.-Procesreglementen.

Erfrecht: Boek 4.

Internationale verdagen + wetgeving EU + rechtspraak van het EHRM en EHJ.Boek 1 BW is in een aantal opzichten afwijkend van de regels van privaatrecht in andere boeken van het BW. Het privaatrecht kenmerkt zich door partijautonomie: partijen kunnen naar eigen inzicht afspraken maken; daarbij bevat het privaatrecht vele regels van aanvullend recht. Binnen het P&F is het anders: veel regels zijn van dwingend recht, omdat het merendeel van de familierechtelijke verhoudingen niet ter vrije bepalingen van partijen staat. De gelaagde structuur van het BW is toch ook relevant voor het familierecht: via de schakelbepalingen kunnen regelingen uit het algemene vermogensrecht van belang zijn, voor zover de familierechtelijke verhoudingen zich daar niet tegen verzet. Personen- en familierecht in brede zin is dus een gemengd rechtsgebied met zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke elementen. De jeugdzorg is voornamelijk publiekrechtelijk van aard.Par 3.5.1 en 3.5.3 procesrecht De regels van het familieprocesrecht zijn te vinden in de wet, procesreglementen en bijzondere regels. Op de familierechtprocedures zijn om te beginnen de algemene wettelijke bepalingen voor verzoekschriftprocedures van toepassing (261 Rv). Voor familiezaken zijn echter ook specifieke wettelijke regels geformuleerd, die afwijkingen van de algemene bepalingen bevatten. Die specifieke regels gaan dan voor. De algemene en specifieke wettelijke bepalingen voor de verzoekschriftprocedure vinden een praktische uitwerking in door de gerechten zelf opgestelde uniforme landelijke procesreglementen en in professionele standaarden, waarvan tot op heden alleen de professionele standaard kindgesprekken van de gerechtshoven is gepubliceerd. De procesreglementen zijn recht in de zin van art 79 RO.De artikelen 815-828 Rv bevatten de specifieke bepalingen voor scheidingszaken na huwelijk en geregistreerd partnerschap. Ook voor de praktische uitwerking van de regels van scheidingsprocesrecht zijn procesreglementen van belang. Bij scheidingszaken na huwelijk en geregistreerd partnerschap gaat het om het Procesreglement Scheiding rechtbanken en het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven.Hoofdstuk 6 het aangaan van huwelijk en geregistreerd partnerschap Het huwelijk is geregeld in Titel 5 Boek 1 BW. Tegenwoordig heeft het huwelijk zijn exclusieve karakter verloren. In Nederland kunnen twee volwassen personen die hun leven met elkaar willen

1 1 / 3

delen, kiezen tussen twee formele relatievormen: het huwelijk en het geregistreerd partnerschap.Maar ze kunnen ook voor een informele relatievorm kiezen, zoals het ongehuwd samenwonen en latrelaties. De kinderen van deze ouders hebben, ongeacht de relatievorm van de ouders, dezelfde juridische status, al zijn de regels van afstammingsrecht en het gezagsrecht niet hetzelfde.De wet beschouwt het huwelijk alleen in zijn burgerrechtelijke betrekkingen (1:30). Alle andere aspecten van het huwelijk behoren tot de privésfeer van de betrokken personen. In Nederland wordt alleen aan het burgerlijk huwelijk juridische betekenis toegekend, dat wil zeggen een huwelijk gesloten voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand volgens de regels van de wet. Een huwelijk voltrokken volgens godsdienstige regels heeft geen juridische gevolgen (dus een religieus huwelijk heeft geen rechtsgevolg), en godsdienstige plechtigheden mogen niet plaatsvinden vóór de registratie van het burgerlijk huwelijk (1:68 BW). Indien dat toch gebeurt, is de bediener van de erediensten strafbaar. Dit verbod stamt uit de Code civil. Het huwelijk heeft zowel de kenmerken van een overeenkomst als van een instelling. Los van deze kwalificatie is het een aparte burgerlijke staat.Algemene regels inzake nietigheid van overeenkomsten boek 3 zijn niet van toepassing op het huwelijk, omdat de aard van het huwelijk zich daartegen verzet. Het voornaamste verschil is dat de inhoud van het huwelijk geïnstitutionaliseerd is, dat wil zeggen dat de rechten en verplichtingen van echtgenoten, met uitzondering van het huwelijksgoederenregime, net als de andere rechtsgevolgen van het huwelijk dwingendrechtelijk zijn bepaald en niet door partijen bij de huwelijksvoltrekking kunnen worden overeengekomen of op een later tijdstip kunnen worden veranderd. Dit verschil vloeit voort uit de aard van het huwelijk.Sinds 1 april 2001 artikel 1:30 BW, huwelijk ook door twee personen van hetzelfde geslacht (homohuwelijk). De huwbare leeftijd wordt gesteld op 18 jaar . Het aantal verboden graden van verwantschap is geminimaliseerd tot een absoluut minimum: bloedverwanten in de rechte lijn en broers en zussen. De noodzaak van toestemming van bepaalde derden is voor meerderjarige wilsbekwame personen afgeschaft.Belangrijkste verschillen betreffende huwelijk tussen man en vrouw en die tussen personen van

hetzelfde geslacht vooral met betrekking tot:

Van rechtswege gebaseerde betrekkingen met betrekking tot kinderen (met uitzondering van echtgenote van moeder, mits kind is verwekt door zaad van onbekende donor).Erkenning in het buitenland.Door het aangaan van het huwelijk krijgen de partners van rechtswege onder andere alle wettelijke rechten en verplichtingen van echtgenoten en geldt, voor echtgenoten die daar niet bij huwelijkse voorwaarden van hebben afgeweken, het wettelijk regime van de algehele gemeenschap van goederen. De echtgenoot van de moeder van een kind wordt van rechtswege juridisch ouder van dat kind. Tussen de ene echtgenoot en de bloedverwanten van de andere echtgenoot ontstaat aanverwantschap.Internationaal kader: art 12 EVRM heeft betrekking op het recht om te trouwen en een gezin te stichten. Art 9 Handvest van EU gaat verder en spreekt niet meer over mannen en vrouwen, maar laat het bepalen van het geslacht van de personen die met elkaar mogen trouwen over aan de lidstaten. Het begrip ‘geslacht’ betekent met betrekking tot een huwelijkssluiting door transgenders hun nieuwe geslacht. Art 8 EVRM heeft betrekking op het recht op bescherming van het gezins- en familieleven. Een goed voorbeeld van artikel 8 EVRM (family life) is het Marckx arrest uit 1979. De Belgische wetgeving beslist hier met betrekking tot kinderen van ongehuwde moeders in strijd was met artikel 8 van het EVRM. Ongehuwde moeders hoeven hun kinderen niet eerst te erkennen. De relatie tussen de moeder en het kind komt automatisch tot stand op grond van artikel 8 EVRM.Tegelijkertijd zegt het hof dat de lidstaten een positieve verplichting hebben om de uitoefening van de onder het verdrag vallende rechten te waarborgen. En dat betekent dat ze niet alleen maar moeten zorgen dat ze niet inbreuk maken op andermans rechten maar ook zorgen dat rechten

2 2 / 3

worden gewaarborgd. Dus zij moeten ervoor zorgen dat moeders en kinderen automatisch familie van elkaar zijn. Dit arrest is een dynamische interpretatie van het EVRM in het licht van de huidige omstandigheden. Ook wel ‘whole code of family law’ genoemd. Een ander voorbeeld is het Johnston arrest uit 1986. Terughoudende opstelling van het hof met betrekking van het recht tot echtscheiding. Hier komt ook een belangrijk element naar voren: marge van appreciatie (margin of appreciation). Staten hebben een zekere vrijheid om zelf te beoordelen. Het is dus aan de overheid zelf om te kijken of er ruimte bestaat.De wet stelt verschillende eisen aan de personen die met elkaar willen trouwen. Ten eerste mogen er geen huwelijksbeletselen zijn. Bij deze vereisten wordt er een onderscheid gemaakt tussen de absolute inwendige vereisten en relatieve inwendige ofwel materiele huwelijkse vereisten. Ten tweede moeten voor de totstandkoming van een geldig huwelijk ook de uitwendige ofwel formele huwelijkse vereisten (vormvoorschriften) in acht worden genomen.Inwendige vereisten: vereisten die betrekking hebben op de personen die huwelijk willen aangaan (materiele vereisten: afwezigheid van huwelijksbeletselen). De materiele vereisten worden wel de

inwendige vereisten genoemd, onder te verdelen in:

a.Absoluut inwendige (volstrekte) vereisten : vereisten die gelden voor iedere persoon, ongeacht met wie men wil huwen. Artikelen 1:31 t/m 1:39. Een persoon kan met geen enkele persoon een huwelijk sluiten.

i)Minimumleeftijd : 18 jaar;

ii)Toestemming van partijen (ook wel de vrije wil van de partijen): van beide personen toestemming vereist; beiden moeten wil hebben en die ook kunnen verklaren. Als de geestvermogens van een partij zodanig gestoord zijn dat deze niet in staat is om haar wil te bepalen of de betekenis van haar wilsverklaring te begrijpen, is er sprake van het ontbreken van vrije wil. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand die een algemeen kenbare stoornis waarneemt, moet weigeren om het huwelijk te sluiten. Is het huwelijk toch gesloten dan kan die nietig worden verklaard (1:73). Ook als geen sprake is van ondercuratelestelling, is geen huwelijk mogelijk. De onder curatele gestelde zal toestemming moeten krijgen van de curator. De vrije toestemming van partijen betekent dat de toestemming zonder dwaling of ongeoorloofde dwang is gegeven. Onder dwaling wordt slechts begrepen de dwaling in de persoon van de aanstaande echtgenoot of in de aard van de afgelegde verklaring. Onder dwang wordt enkel verstaan een onrechtmatige ernstige bedreiging. De wilsverklaring van partijen volgt uit hun ‘jawoorden’ tijdens de huwelijksvoltrekking.iii)Monogamie-vereiste : geen van de aanstaande echtgenoten mag reeds met een andere persoon getrouwd zijn of door een geregistreerd partnerschap verbonden mag zijn.Bigamie is strafrechtelijk verboden.b.Relatief inwendige (betrekkelijke) vereisten : zien op beletselen voor een huwelijk met een bepaald persoon. Een persoon kan slechts met een bepaalde persoon geen huwelijk sluiten.

Artikel 1:41.

i)Verbod van een huwelijk tussen bloedverwanten in de rechte lijn en broers en zussen.Onder bloedverwantschap wordt zowel juridische als feitelijke verwantschap verstaan.Broer en zussen door adoptie kunnen de minister van Veiligheid en Justitie om een ontheffing vragen. Aanverwantschap vormt geen belemmering voor het huwelijk.ii)Wet tegengaan huwelijksdwang: de wet staat een huwelijk tussen bloedverwanten in de

zijlinie in de derde (oom/nicht) en vierde (neef/nicht) graad toe. Art 1:41a

bloedverwanten in deze graden mogen niet met elkaar trouwen, tenzij zij een beëdigde verklaring afleggen dat zij trouwen uit vrije wil.Uitwendige vereisten: formaliteiten. Dit zijn de vormvoorschriften die de wet aan de geldige sluiting van een huwelijk acht. De verplichte aangifte van het huwelijk is vervangen door het kenbaar maken

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Hoofdstuk 1 inleiding Het personenrecht regelt de rechtspositie van een natuurlijke persoon: het begin en einde van een persoon, zijn naam en geslacht, zijn woonplaats, de handelingsbekwaamheid en ...

Unlock Now
$ 1.00