- / 4
HOOFDSTUK 1. Inleiding strafrecht, strafbaar feit en wederrechtelijkheid
Na het bestuderen van de theorie en het afronden van deze les kunt u:
- de plaats van het strafrecht in ons rechtssysteem benoemen. (1)
- het commune en bijzondere strafrecht verklaren. (2)
- de opbouw van een strafbaar feit en de delictsvormen hanteren. (2)
- de voorwaarden voor strafbaarheid op eenvoudige casuïstiek toepassen. (2)
- het legaliteitsbeginsel, het opportuniteitsbeginsel en handhaving van rechtsnormen in
- onschuldpresumptie versus begrip verdachte verklaren. (4)
- jurisprudentie (nationaal en/of internationaal) met betrekking tot
het strafrecht op eenvoudige casuïstiek toepassen. (4)
strafbaar feit en wederrechtelijkheid op een eenvoudige case toepassen.(6) Het Nederlandse strafrecht kan worden onderverdeeld in Materieel en formeel strafrecht.het materiële strafrecht ziet met name op de vraag welke menselijke gedragingen strafbaar zijn en welke sancties op het plegen van een bepaald strafbaar gesteld gedrag dienen te volgen.(Is er sprake van moord? Doodslag? Of is er sprake van een natuurlijke dood?) Het materiële strafrecht regelt welk gedrag strafbaar is in Nederland.Het formele strafrecht bevat voorschriften die omschrijven hoe de strafrechtelijke procedure dient plaats te vinden. Formele strafrecht wordt ook wel strafprocesrecht genoemd.(Wanneer is er sprake van een verdachte? Mag iedereen zomaar ondervraagd worden? Ook de gang naar de strafrechter en de wijze van procederen is een vraag van formeel strafrechtelijke aard.) Het formele strafrecht regelt hoe de strafprocedure in Nederland wordt gevoerd.Het materiële strafrecht kan niet zonder deugdelijke procedure (formeel strafrecht). Denk aan een spel met spelregels.Geschiedenis en toekomst van het strafrecht zijn met elkaar verbonden. Door de geschiedenis van het strafrecht te kennen kun je de toekomst van het strafrecht beter begrijpen en of inschatten.Commuun en bijzonder strafrecht Bronnen van het materiële en formele strafrecht: Het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering.In het Wetboek van Strafrecht treffen we voornamelijk materiële bepalingen aan. (Wat is strafbaar en welke sancties kunnen worden opgelegd) Het Wetboek van Strafvordering bevat daarentegen uitsluitend bepalingen van formeel strafrechtelijke aard. (het strafprocesrecht) Deze twee grote wetten noemen we ook wel het algemene straf- en strafprocesrecht of ‘commuun strafrecht’ Strafrechtelijke bepalingen die over heel specifieke onderwerpen gaan, zijn opgenomen in aparte wetten. Dit noemen we bijzonder strafrecht.In deze bijzondere wetten voornamelijk bepalingen van materieel strafrechtelijke aard. (wat is strafbaar en welke sanctie dient te volgen) Maar soms ook van formeel strafrechtelijke aard. (de procedure) Commuun strafrecht = strafrecht welke in het Wetboek van Strafrecht staat geschreven, diefstal, moord etc.Bijzonder strafrecht = strafrecht buiten het Wetboek van Strafrecht, zoals in Opiumwet, het bezitten van harddrugs of Wegenverkeerswet, rijden onder invloed.Wat is strafrecht?Het strafrecht bestaat uit formele en materiële bepalingen. Deze bepalingen staan opgenomen in het commune en bijzondere strafrecht. 2 / 4
Doel van het Nederlandse strafrecht:
Het door middel van sancties handhaven van normen die uit strafrechtelijke bepalingen voortvloeien. Houdt zich uitsluitend bezig met handhaving. Deze handhaving is gericht op het afdwingen van normconform gedrag. Wijst slechts gedrag aan dat strafbaar is. Alleen gericht op het sanctioneren van niet normconform gedrag.Strafbaar feit = Schending rechtsnorm + geschreven reactie in het Wetboek van Strafrecht of in andere strafbepaling.
Strafrechtstheorieën:
De vergeldingstheorie: absolute strafrechtstheorie . Straf vindt zijn grondslag in het misdrijf.(onrecht moet worden hersteld, oog om oog) (klassieke richting, straffen is wraaknemen ) De preventietheorie (relatieve strafrechtstheorie) : met het straffen van personen wordt voorkomen dat anderen strafbare feiten zullen plegen. Kan worden onderverdeeld in generale preventie en speciale preventie. (straffen is verbeteren ) Generale: aanhangers hiervan willen dat anderen dan de misdadiger zien wat er gebeurt als je een strafbaar feit pleegt.
Speciale preventie: aanhangers van deze theorie beogen met het opleggen van een
straf de misdadiger zelf ervan te weerhouden in de toekomst misdaden te gaan plegen.Persoon trekt lering uit zijn gedrag.Absolute preventie ziet toe op de werking van de straf in zijn geheel, terwijl speciale preventie toeziet op de werking t.o.v. de misdadiger. Het strafrecht bestaat vanuit de gedachte dat burgers niet zelf (meer) kunnen straffen.
Het strafrecht werkt bij speciale preventie op drie wijzen:
1.afschrikking voor de dader 2.verbetering in het gedrag van de dader 3.de samenleving gaat erop vooruit nu de dader tijdelijk uit de samenleving is verwijderd.De preventietheorie is een relatieve strafrechtstheorie : de straf beoogt een bepaald doel in plaats van enkel vergelding.Een van de belangrijkste functies van het strafrecht is het voorkomen van ongecontroleerde wraak.Strafrecht is gericht op handhaving door middel van leedtoevoeging (straffen). Belangrijk uitgangspunt in de Nederlandse rechtsorde is Ultimum remedium-beginsel . (laatste oplossing) Het strafrecht wordt pas toegepast als er geen redelijke alternatieve oplossingen kunnen worden toegepast.Legaliteitsbeginsel Een van de belangrijkste uitgangspunten van het strafrecht is dat burgers slechts in overeenstemming met neergeschreven (gecodificeerde) wetten kunnen worden gestraft.
5 nadere betekenissen:
1.geen strafbaar feit zonder wet 2.geen straf zonder wet.
3.geen terugwerkende kracht.
4.geen analogische redeneringen. (waarborg) 5.Wetten moeten duidelijk genoeg zijn. (lex certa) 3 / 4
HOOFDSTUK 2 Materieel strafrecht: de structuur van het strafbare feit
Vier voorwaarden voor strafbaarheid:
1.menselijke gedraging (niet-handelen of nalaten) 2.die menselijke gedraging valt onder een delictsomschrijving 3.Wederrechtelijkheid (in strijd met het objectieve recht) (element) 4.schuld (element) Impliceert een strafbare gedraging altijd een actieve handeling?Nee, een strafbare gedraging kan ook het nalaten om te handelen inhouden .Beschrijf hoe een gedraging tot een strafbaar feit kan verworden : gedragsnorm wordt rechtsnorm, schending rechtsnorm+geschreven reactie in het wetboek van Strafrecht = strafbaar feit.
Strafrecht heeft als doel: handhaving van normconform gedrag door middel van
leedtoevoeging (sancties). Het Wetboek van strafrecht (materieel strafrecht) staat daarom in het teken van de strafbepaling.
de strafbepaling bestaat altijd uit twee onderdelen:
Een omschrijving van een gedraging (delictsomschrijving), en uit de negatieve reactie op dit gedrag.(sanctienorm) Strafbepaling = delictsomschrijving (het strafbare gedrag) + sanctienorm (welke sanctie mag worden opgelegd) Bestanddelen zijn voorwaarden voor de strafbaarheid die in de wettelijke delictsomschrijving zijn terug te vinden.Elementen zijn voorwaarden voor de strafbaarheid die niet zijn opgenomen in een wettelijke delictsomschrijving. (Wederrechtelijkheid en schuld.) Aanwezigheid elementen wordt in beginsel door de wetgever bij een strafbaar feit voorondersteld. Het vervullen van elementen hoeft niet bewezen te worden, tenzij voor de rechter aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet zouden zijn vervuld. (vanwege schulduitsluitingsgronden) Het materiële strafrecht (met name Wetboek van Strafrecht) kent verschillende delictsvormen:
Formele/materiële delicten:
Formele delicten:
Bij formele delicten wordt in de delictsomschrijving de actieve handeling ten aanzien van een bepaalde gedraging strafbaar gesteld. Er wordt niet gekeken naar de eventuele gevolgen van de gedraging. (Een portemonnee wegnemen)
Materiële delicten:
Bij materiële delicten wordt in de delictsomschrijving het laten intreden van een bepaald gevolg strafbaar gesteld. (iemand opzettelijk doden, het strafbare feit is gepleegd op het moment dat
het gevolg intreedt: de dood )
Hoe kunnen we beoordelen of een bepaalde gedraging als materieel of formeel delict dient te worden aangemerkt?Formeel stelt handelingen centraal waarbij niet naar de gevolgen wordt gekeken, bij materiële handelingen juist wel.
Commissie-/ omissiedelicten:
Bij commissiedelicten wordt in de delictsomschrijving een ‘handelen’ strafbaar gesteld. (de meeste strafbare feiten zijn commissiedelicten.) (discriminatie, verkrachting, moord, mishandeling, diefstal, vernieling) Bij omissiedelicten wordt in de delictsomschrijving een ‘nalaten’ strafbaar gesteld. (art.136, 184, en 450 Sr.)
- / 4