- / 4
Hoofdstuk 1: Inleiding..................................................................................4 1.2: De doelgroep.....................................................................................4 1.3: Gedetailleerde beschrijving van de kinderen....................................5 1.4: Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE)............................................6 1.5: Onderzoeksvraag..............................................................................7 1.6 Onderzoeksvraag...............................................................................8 1.7 Doelstelling........................................................................................8 Leeswijzer.................................................................................................9 Hoofdstuk 2: De mondelinge taalverwerving............................................10 2.1: De taalverwerving in de hersenen..................................................10 2.2: Hoe verwerft een kind zijn taal? Drie theorieën..............................11 2.3 Taalverwerving in de loop der tijd....................................................12 Hoofdstuk 3: De verschillende VVE Programma’s.....................................18 3.1: Inhoud.............................................................................................18 Sensomotorisch...................................................................................20 Preoperationeel...................................................................................20 Concreet operationeel.........................................................................21 Formeeloperationeel...........................................................................21 3.2: Inhoud vervolgd..............................................................................22 3.3: Basisontwikkeling............................................................................24
Hoofdstuk 4: De huidige situatie op de groep De X binnen het
kinderdagverblijf X....................................................................................27 4.1: De doelgroep...................................................................................27 4.2: Meten van de taalontwikkeling: Het ODC ontwikkelingsprogramma ...............................................................................................................27 4.3: Het huidige taalniveau van de kinderen in de groep.......................30 4.4: Taalbevordering door de groepsleiding...........................................31 4.5: Taalbevordering door de logopediste..............................................33 4.6: De ruimte........................................................................................34 Hoofdstuk 5: Methode van observatie....................................................36 5.1: De onderzoeksvorm........................................................................36 5.2: Datacollectie...................................................................................36 2 / 4
5.2.1: De gedragingen........................................................................37 5.2.2: De activiteiten...........................................................................39 5.3: Dataregistratie................................................................................42 Hoofdstuk 6: Resultaten............................................................................44 6.1: Dataverwerking...............................................................................44
6.2: Frequentie per gedraging tijdens de verschillende activiteiten.......44
6.3: Gedragingen die het meeste worden toegepast.............................68
Hoofdstuk 7: Discussie..............................................................................71 Hoofdstuk 8: Conclusies en aanbevelingen...............................................89 8.1: Conclusies.......................................................................................89 8.2: Aanbevelingen................................................................................90 Literatuuropgave.......................................................................................96 Bijlage 1: ODC ontwikkelingslijst...............................................................97 Bijlage 2: Plattegrond................................................................................99 Bijlage 3: verslag ongestructureerde observatie.....................................101 Bijlage 4: Tabellen groepsleiding.............................................................105 Bijlage 5: Tabellen logopediste................................................................111 Bijlage 6: Totaaltabel groepsleiding en logopediste................................114 Bijlage 7: Totaal tabellen per leidster......................................................115 3 / 4
Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1: De stage-instelling: Deze scriptie is ter afsluiting van de opleiding Pedagogiek in X.Deze scriptie is gebaseerd op kinderen van het Orthopedagogisch Dagcentrum (ODC) Het X in X. Het X is onderdeel van X.De kinderen die op het X zitten hebben allemaal te maken met een ontwikkelingsachterstand, op één of op meerdere gebieden.Deze ontwikkelingsachterstand kan één of meer van de volgende oorzaken hebben: 1.Lichamelijke of verstandelijke handicap 2.Genetische afwijkingen of bijzondere syndromen 3.Verwaarlozing 4.Gedragsproblemen (bv overmatig druk, concentratieproblemen, slapeloosheid ed.) 5.Autisme spectrum stoornissen
6.Zintuiglijke problemen (bv: slecht zien, horen, )
Specifieke begeleiding kan geboden worden op het gebied:
Taal en communicatie Sociaal- en emotioneel gedrag (omgaan met anderen, omgaan met emoties) Verstandelijke ontwikkeling.Motoriek Zelfredzaamheid (bv eten, drinken, zindelijkheid).In de visie van X staat het belang van het kind en zijn/haar ouders centraal. Middels verzorging, onderzoek, begeleiding en behandeling in groeps- en individuele programma’s wordt getracht de ontwikkelingsmogelijkheden van een kind te optimaliseren.Dit met een respectvolle bejegening van kind en ouders waarbij ieders eigenheid wordt erkend. Waar mogelijk heeft ieder kind recht op eigen keuzes.
1.2: De doelgroep
Het onderzoek is gebaseerd op de groepsleiding en de logopediste van een groep van negen kinderen, die samen de groep de X vormen.De kinderen uit de groep De X hebben een kalenderleeftijd van 2.5 tot en met 5 jaar.
- / 4