• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

HOOFDSTUK 1 - PARASITAIRE ZIEKTEN BIJ RUND

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

1

HOOFDSTUK 1 - PARASITAIRE ZIEKTEN BIJ RUND

MAAGDARMSTELSEL

De cursus wordt chronologisch besproken op leeftijd. Dus je start bij kalveren en dan ga je naar volwassen koeien op de weide (8-15 m, eerder 15 maanden wanneer ze al gedekt zijn). Je hebt dus bepaalde parasieten die eerder op stal teruggevonden worden (Cryptosporidium, Giardia en Eimeria) en parasieten die je op de weide tegenkomt (maagdarm-nematoden, Moniezia en Paramphistomum).

In geval van melkvee wordt een kalf na geboorte bijna onmiddellijk bij de koe weggehaald en dan (meestal) in individuele hutjes of in individuele hokjes als het in een stal is opgegroeid gedurende ongeveer 2 tot 6 weken. Vervolgens worden ze in groep gehuisvest, in een stal. De kalveren zijn dan enkele maanden oud. Meestal is dit in ingestrooide boxen, de zogenaamde potstallen. Een potstal heeft een bodem van meestal gewoon grond, waar dan stro op wordt gegooid. Dit stro wordt dan meestal niet ververst maar gewoon stro bijgegooid waardoor de kalveren als maar hoger komen te staan. Na een bepaalde tijd gaan ze dan naar een volgende box en een volgende box totdat ze uiteindelijk oud genoeg zijn om de wei op te gaan. Heel vaak gaan in Vlaanderen de runderen pas op de wei als ze al gedekt zijn (± 15 maanden oud). Jonge kalveren gaan dus bijna nooit op de wei staan.Op 15 maanden worden de dieren geïnsemineerd, zodanig dat ze op ongeveer 2-jarige leeftijd kunnen afkalven (tendens is zelfs om dat wat te vervroegen). Er wordt dus begonnen bij de kalveren in individuele hutjes tot enkele weken oud, daarna de kalveren van enkele maanden oud in de boxen, en daarna gaan ze op de wei.

➔ Op stal – Cryptosporidium – Giardia – Eimeria ➔ Op de weide – Maagdarm-nematoden – Moniezia – Paramphistomum

Op stal wordt mee bedoelt in ofwel op stal in hokjes of in iglo’s. Eén parasitaire ziekte is daar heel belangrijk in het maag-darmstelsel en dat is Cryoptosporidium parvum. Kalverdiarree bij neonatale kalveren van 1 tot maximum 3 weken oud is heel vaak Cryoptosporidium. Er zijn andere infectieuze oorzaken van diarree: Rotavirus, Coronavirus, Escherichia coli (F5) in diezelfde leeftijdsklasse en er zijn heel vaak menginfecties. In de praktijk gaat er vaak een complex zijn waar deze samen voorkomen. Bij kalveren die ouder zijn dan een maand, die dan in groepshuisvesting in boxen zitten, worden alle parasieten gezien: Giardia, Eimeria spp. (Coccidiose), en ook andere pathogenen (Bovine Virale Diarree, Salmonella, Clostridium). Kalverdiarree bij heel jonge kalveren van < 1 maand gaat Cryoptosporidium parvum vaak de oorzaak zijn. Maar vaak is er sprake van menginfecties. Giardia en Eimeria spp. komt voor bij oudere kalveren van > 1 maand.

EXAMEN: Levenscyclus nooit gevraagd maar wel belangrijk om nog te kennen! Want uit de levenscyclus kan zowel de epidemiologie afgeleid worden (hoe verspreid de parasiet zich) en dat is nodig om preventieve maatregelen te kunnen treffen, en daarnaast kan uit de levenscyclus heel makkelijk vaak de pathologie afgeleid worden en van daaruit de symptomen. Vandaar dat de levenscyclus altijd de basis is.

  • / 4

2

PROTOZOA VAN HET MAAGDARMSTELSEL

CRYPTOSPORIDIUM PARVUM – ROOD AANGEDUID OP SLIDE

Inleiding Deze parasiet komt bij hele jonge kalveren voor (<1 maand) die nog niet gespeend zijn. Cryptosporidium parvum is de belangrijkste oorzaak van kalverdiarree!Het is dus belangrijker dan virale en bacteriële infecties die kunnen voorkomen, al kunnen er ook menginfecties ontstaan. Het is daarnaast ook een zoönose. Bij kalven ouder dan 1 maand is het Eimeria spp. als voornaamste oorzaak. Meestal is het bleek/lichtgele diarree (1), zonder bloed.

Epidemiologie Cryptosporidium parvum heeft een directe levenscyclus, dus er is geen tussengastheer. Er is een faecale-orale transmissie --> hoge uitscheiding van direct infectieuze oöcysten in de faeces die zeer resistent zijn in de omgeving.Deze oöcysten worden vervolgens oraal opgenomen (slechts een klein aantal voor nodig). Het heeft een zeer korte prepatente periode (PP = periode van opname tot uitscheiden van de parasiet) van maar 2-5 dagen).➔ Met een korte PP is dus onmiddellijk infectieus en is resistent! Er is een hoge uitscheiding (10^6 OPG).

Overdracht kan via direct contact, waarbij de eerste infectie vaak optreedt van de koe naar het kalf (peri-parturient rise, koe zelf is immuun) en vervolgens verspreid de parasiet vooral tussen kalveren onderling. Overdracht kan daarnaast ook via indirect contact via besmette omgeving (faeces met oöcysten). Er kan besmetting zijn naar mensen via de omgeving, besmet drinkwater, overstroming van septic tanks.

Cryptosporidium parvum komt op ongeveer de helft van alle bedrijven voor, waarbij op het bedrijf vroeg of laat alle dieren besmet zullen zijn. Het heeft een hoge morbiditeit, maar een lage mortaliteit. Bij lage infectiedruk zullen de dieren immuniteit opbouwen. Bij hoge infectiedruk krijgen ze diarree.

Afbeelding: bij neonatale kalven

van 2 weken zijn het meest besmet, daarna blijven ze besmet maar geeft geen problemen mee. Na een maand bijna nooit meer.

De uitscheiding van de oöcysten in functie van de leeftijd (rood).De piekuitscheiding is bij de neonatale kalveren van 2 weken oud en dan daalt het tot bijna nul. Het lijkt alsof kalveren ouder dan 1 maand helemaal geen Cryptosporidium meer hebben, maar wanneer een gevoeligere techniek zoals PCR gebruikt wordt is zichtbaar dat de prevalentie nog altijd vrij hoog blijft. Dit wil zeggen dat jonge kalveren besmet geraken, heel veel oöcysten gaan uitscheiden, en daarna wel besmet blijven, maar op een heel laag niveau dat geen problemen meer veroorzaakt. De piekuitscheiding 2 / 4

3

is dus bij neonatale kalveren van 1 tot en met 3 weken. Ouder dan een maand bijna nooit!

- EXAMEN: Leeftijdsdistributie is belangrijk bij casussen (diarree bij kalveren

van 4 maanden oud zal dus niet Cryptosporidum op plaats 1 zijn).

Pathogenese/ symptomen Cryptosporidium ontwikkelt zich vooral thv het caudale deel van de dunne darm (ileum). Hier vernietigt de parasiet de epitheelcellen en zorgt voor atrofie van de (micro-)villi, waardoor er verminderde absorptie is. Daarnaast zorgt de parasiet voor een verminderde activiteit van de intracellulaire enzymen en enzymen thv microvilli, waardoor je ook een verminderde vertering krijgt.

Je krijgt dus uiteindelijk diarree, afhankelijk van: (lichte infecties veroorzaken geen diarree) − Leeftijd (1-2 weken oude kalveren zijn het meest kwetsbaar) − Infectiedruk (hygiëne!) − Immuunstatus (colostrum!) − Menginfecties → dan grotere kans op diarree

Symptomen treden dus enkel op bij een hoge infectiedruk, voornamelijk op een

leeftijd van 1-2 weken:

− Diarree (dag 3-15) --> pasteus tot waterig (spuitende diarree) met een bleke geelgroene kleur − Dehydratatie − Verminderde groei − Sterfte treedt enkel op in het geval van menginfecties

Diagnose Bleke diarree bij jonge kalveren is al een grote kans op Cryptosporidiose. Men zou de neiging kunnen hebben om te gaan behandelen, maar dit is in feite niet correct.Eerst bevestigen dat het weldegelijk Cryptosporidium is alvorens te behandelen.

Op basis van de anamnese en klinische tekens kan een vermoedelijke diagnose gesteld worden, maar het kan ook nog om bijv. rotavirus of coronavirus infectie gaan. Daarom is een laboratorium diagnose nodig ter bevestiging zodat je de juiste behandeling kan instellen.Antigen detectie is betrouwbaarder dan antilichaam detectie, omdat het even duurt voordat er antilichamen aangemaakt worden door het lichaam en ze blijven een tijdje aanwezig nadat het pathogeen al weg is.

Diagnose kan op verschillende manieren gesteld worden:

  • Aantonen van oöcysten in de mest door microscopisch onderzoek na
  • kleuring.

• Heine’s carbolfuschisine kleuring: dan zijn de oöcysten lichtbrekend.

• Ziehl-Neelsen kleuring: dan zijn de oöcysten zelf paars aangekleurd.

  • / 4

4

  • Aantonen van antigenen in mest. Er zijn hier verschillende methoden voor

die allemaal ongeveer even betrouwbaar zijn:

• ELISA: wordt het meest gebruikt omdat je meerdere pathogenen

tegelijk kunt bekijken (en dit kan niet met de dip-stick).• Immunofluorescentie (IFT) • Immunochromatografie (Dip-stick, handig want kan je op het bedrijf zelf gebruiken) --> enkel positief/negatief resultaat, niet kwantitatief.

3. Post-mortem histologie: aantonen van de

parasieten --> maar er is een lage mortaliteit.

De sensitiviteit en specificiteit van immunofluorescentie, twee verschillende ELISA en een dipstick zijn ongeveer hetzelfde, maar de gevoeligheid van een dipstick is iets lager dan van de andere testen. Maar desondanks scoort deze goed en is dus betrouwbaar. Al die testen zijn betrouwbaar, ook de klassieke uitstrijkjes met kleuring (mits het laboratorium ze op een correcte manier uitvoert). Een dipstick lijkt het handigste omdat deze op het bedrijf zelf gebruikt kan worden. Toch wordt de ELISA het meest gebruikt in deze context, omdat hier meerdere pathogenen tegelijkertijd gedaan kunnen worden. Er zijn ELISA’s op de markt waarbij én Cryptosporidium, én rotavirus, én coronavirus én E. coli in één test gedaan kunnen worden. Wetende dat menginfecties tussen die pathogenen veel voorkomen is dit wel handig en dit is niet mogelijk met een dipstick.

Op basis van de leeftijd en symptomen weet men dus eigenlijk al bijna zeker dat het Cryptosporidium is en dan kan het heel gemakkelijk bevestigd worden met een uitstrijkje wat in de praktijk zelf gedaan kan worden, of het staal wordt naar het laboratorium gestuurd, of met een dipstick. Er zijn dus veel mogelijkheden en ze zijn allemaal betrouwbaar.

Behandeling Behandeling van zieke kalveren:

− Zieke kalveren ga je moeten isoleren van de gezonde dieren.

− Er is maar 1 geregistreerd product:

halofuginone-lactaat. Dit moet je per oraal 7 dagen lang gaan toedienen maar elimineert de parasiet niet. Het nadeel is dat het geen wonder product is. Het zorgt wel dat de piek van oöcysten uitscheiding wordt uitgesteld, de intensiteit van de uitscheiding wordt verminderd en de diarree verminderd, maar de parasiet zelf wordt niet geëlimineerd. Er is immuniteitsopbouw mogelijk. Omdat de piek een week wordt uitgesteld zijn de dieren ook alweer een week ouder.− Ondersteunende behandeling met vocht en elektrolyten → dehydratatie tegengaan.

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document provided comprehensive coverage, which was incredibly useful for my research. Absolutely remarkable!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

HOOFDSTUK 1 - PARASITAIRE ZIEKTEN BIJ RUND MAAGDARMSTELSEL De cursus wordt chronologisch besproken op leeftijd. Dus je start bij kalveren en dan ga je naar volwassen koeien op de weide (8-15 m, eer...

Unlock Now
$ 1.00