Hoofdstuk 1 Wat is spel?
We kunnen pas ontdekken of er sprake is van spel door te letten op de signalen die aangeven dat er sprake is van spel.Dit maakt dat we spel dus niet kunnen definiëren dor te beschrijven hoe het gedrag eruit ziet, maar op basis van de zogenaamde dispositionele kenmerken.(Kenmerken die betrekking hebben op de manier waarop en de intentie waarmee het gedrag wordt uitgevoerd.)
- kenmerken uit bestaande definities die met elkaar overeenkomen.
- Intrinsieke motivatie Een kind speelt omdat hij./zij het leuk vind en niet
omdat het moet of omdat er een opdracht aan is gekoppeld. Je speelt omdat het plezierig is om te spelen.
- Eigen regels en betekenissen geven aan het spel en aan attributen.
- Actief bezig zijn Meestal een waarneembare actie. Echter is dagdromen en
fantaseren ook een vorm van spel waar een kind eigen regels en betekenissen creëert.
Werkdefinitie van spel Er is sprake van spel wanneer men actief bezig is om het plezier in de bezigheid op zich (autotelisch) en men daarbij eigen regels en betekenissen aan die bezigheden toekent.
Hoofdstuk 2 Het belang en functie van spel
3 stromingen binnen over de functie van spel:
- Spel als motor voor de ontwikkeling
- Spel als verbeelding
- Spel als zelfverwerkelijking
Spel als motor voor de ontwikkeling Vygotsky ‘Zone van de naaste ontwikkeling’. Kinderen leren vaardigheden om te spelen. Een kind vind het fantastisch om te fietsen en leert het zo steeds beter.
Spel al verbeelding Het heeft vooral een verwerkende en wensvervullende functie. Een kind kan in spel uiting geven aan wensen, driften en emoties die hij in de werkelijkheid niet kan of durft te tonen.
Spel als zelfverwerkelijking Het spel wordt gezien als een geheel eigen en persoonlijke manier van omgaan met de wereld.Flow Toestand waarin men zich niet meer bewust is van zichzelf en van de wereld om zich heen, maar volledig ‘opgaat’ in het bezig zijn op zichzelf.
- / 3
Hoofdstuk 3 De verschillende verschijningsvormen van spel: De spelontwikkeling
Er zijn beschrijvingen gemaakt van de spelontwikkeling waarbij men de spelontwikkeling koppelde aan een specifiek ontwikkelingsgebied.Cognitief, motorisch, sociaal of emotioneel.
Piaget Legt nadruk vooral op de relatie tussen spel en cognitieve ontwikkeling.
Oefenspel: Kenmerkt zich door herhalen van zintuiglijke en/of motorische
handelingen.
Symbolisch spel: In dit spel stellen objecten, handelingen en/of personen andere, veelal afwezige, objecten en/of personen voor.
Spelletjes met regels: In dit spel vind er competitie plaats tussen meerdere spelers.
Erikson & Vermeer Legde nadruk op de relatie tussen spel en sociale ontwikkeling.
Spelontwikkeling volgens Erikson Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen breidt hun spelwereld zich steeds verder uit. Hij beschrijft de spelontwikkeling dan ook vanuit 3 verschillende spelwerelden.
- Spel in de autokosmische wereld Spelwereld vanuit het eigen lichaam.
- Spel in de microsfeer De wereld met hanteerbare dingen. Materialen
- Spel in macrosfeer Samen spelen met anderen.
Hoofdzakelijk herhalen van zintuiglijke waarnemingen.
worden nu bewust gehanteerd.
Spelontwikkeling volgens Vermeer Legt ook de nadruk op relatie tussen spel en de opbouw van de persoonlijkheid.
- Spel in de lichamelijke wereld Tasten en aanraken. Het beleven van de
- Spel in de hanteerbare wereld Speelt voornamelijk met materialen en laat
- Spel in de esthetische wereld Uiterlijke verschijning is heel belangrijk.
- Spel in de illusionaire wereld Er worden verhalen gespeeld met poppen
wereld en het eigen lichaam door middel van de zintuigen is kenmerkend voor het spel in deze wereld.
zich ook leiden door de verschillende mogelijkheden van het speelgoed.
Inrichten van een poppenhuis.
uit het poppenhuis.
Sensopatische spel Het spel met ongevormde materialen zoals klei, water en modder.Spelend bewegen Herhalend bewegen van het lichaam.Spelend groeperen Voorwerpen die bij elkaar horen worden gegroepeerd.Spelend construeren Tekening of bouwwerk maken.Spelend ordenen Poppenhuis of garage mooi inrichten.
- / 3
Imiterend spelen Spel waarin kinderen gebeurtenissen uit hun omgevende wereld nadoen.
Parten laat zien data kinderen stapje voor stapje steeds beter in staat zijn om samen te spelen.
- Niet-bezig zijn
- Solitair spel
- Toekijkgedrag
- Parallelspel
- Associatief spel
- Supplementair, coöperatief spel
In het volgende stuk zijn de verschillende spelindelingen geïntegreerd tot een algemene indeling.
Simpel manipuleren/sensopatisch spel (vanaf 3-4 maanden) Het steeds opnieuw (laten) bewegen van voorwerpen of (delen van) het eigen lichaam. Rammelen met een rammelaar. Sensopathische spel.
Spelend combineren (vanaf ca. 9 maanden) Een kind speel met verschillende materialen. Blokken uit een doos doen en er weer terug in doen.
Functioneel spel (vanaf ca. 13 maanden) Nu combineert en gebruikt het kind het materiaal zoals het eigenlijk bedoeld is. Het kopje wordt op het schoteltje gezet.
Symbolisch spel (vanaf ca. 18 maanden) Het kind doet voor het eerst ‘alsof’.
Fantasie-/rollenspel en constructiespel (vanaf 3,5-4 jaar) Inhoud van het spel wordt uitgewerkt. Het kind gebruikt nu taal om een spelscene neer te zetten. Fantasie wordt leidraad.
Spelen met regels (vanaf 6 jaar) Competitief element. Computer en videospellen.
Hoofdstuk 4 De ontmoeting met de wereld van mensen met een verstandelijke beperking.
De spelontwikkeling verloopt op dezelfde manier als die van kinderen zonder beperking, maar gaat in een langzamer tempo. Hun spelontwikkeling gaat gelijk op met hun algehele ontwikkeling, die immers ook vertraagd verloopt.
Het is opvallend dat er bij het spel van kinderen met een verstandelijke beperking minder diepgang in zit dan bij een kind zonder beperking . Ook is het vaak hetzelfde spel en weinig variatie.
Ook hebben kinderen met een beperking vaak moeten met het symbolische spel.veel kinderen hebben hierbij hulp nodig.
- / 3