Thematoets 6 B G Drama Kijk op spel Hoofdstuk 2, drama nader bekeken blz. 35 t/m 74 2.1 drama vanuit gangbare en vernieuwende onderwijsvisies Drama en de stadia van Piaget -leeftijden zijn een indicatie wanneer bepaalde ontwikkelingen plaats kunnen vinden -Spel belangrijke plaats in fysieke en mentale ontwikkeling van kinderen -Eerst imitatie, daarna oefenspel, symbolisch spel en regelspel -Sensomotorische fase 0-2 jaar -Ontwikkeling van functioneren op lichaamsniveau, tasten, voelen en proeven -Ontwikkelen motoriek -Ontwikkelen van geheugen -Objectpermanentie nog niet ontwikkeld (objecten bestaan niet die zich niet in gezichtsveld bevinden) -Preoperationele fase 2-6 jaar -Ontwikkeling van spreken, het strottenhoofd daalt -Verfijning motoriek -Ontwikkeling van het ik, egocentrisme -Kind leert dat het een eigen persoon is
-Animisme: aan levenloze objecten wordt een ziel toegekend
-Concreet operationele fase 6 tot 11 jaar -Ontwikkeling tot het kunnen vergelijken van lengte en hoeveelheid -Ontwikkeling tot het kinnen ordenen, tellen en rekenen -Ontwikkeling van het figuratieve denken = het denken in concrete beelden -Formeel operationele fase 11+ jaar -Ontwikkeling van ruimtelijk denken -Ontwikkeling van abstract denken = iets kunnen voorstellen zonder het zintuigelijk waar te nemen -Leren logisch denken en conclusies trekken Drama vanuit Vygotsky -Vygotsky hecht groot belang aan taal en sociale interactie tussen leerlingen -Door met elkaar te leren, leer je ook van elkaar -Sluit aan op drama, bijvoorbeeld het samen oplossen van een (creatieve) opgaven en problemen -Sociaal constructivisme, kennis wordt door de lerenden geconstrueerd -wijze van leren komt overeen met het sociaal constructivisme, maar inhoudelijk drama komt er niet mee overeen Drama en de drie basisbehoeften -Autonomie: Door het kind autonomie te geven, wordt zowel de creativiteit als het gevoel van competitie gestimuleerd -Kinderen nemen in hoge mate beslissingen bij drama -Bij repetitie ook sprake van autonomie—> welke rol krijgt iemand en hoe pakken ze het aan -Competentie: leerkracht stimuleert gevoel van component te zijn door een opbouwende benadering en applaus in te stellen -Juiste warming-up en nabespreking —> kind voelt zich competent -Relatie: kinderen werken (duo warming-up) samen en gaan banden aan met kinderen buiten eigen sociale kring (repetitiefase) -Sociale veiligheid creëren centraal —> lukt dit? Dan positief effect op relatie met groep
B G1 1 / 2
Thematoets 6 B G Drama en coöperatief leren -positieve wederzijdse afhankelijkheid -Kind levert bijdrage aan verhalen, kinderen maken samen opdracht en zijn afhankelijk van elkaar -individuele aansprakelijkheid -Vind plaats door leerkracht bij drama door vak didactische kennis en empatisch vermogen -directe interactie, zorg bij organisatie ervoor dat leerlingen elkaar kunnen zien zodat ze goed kunnen communiceren -Aandacht voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden en het groepsproces -Drama erop gericht inzicht en vaardigheden te ontwikkelen in kunstvorm ‘theater’ -Sociaal gedrag randvoorwaarde dram Drama en directe instructie
- kernaspecten van directe instructie
- intelligenties die bij drama expliciet aan de orde komen
- / 2
-een goede structuur in opbouw van leerstof -Tweevoudige warming-upfase is de oefen en leerfase, en een opstap naar het toepassen van vaardigheden in de kern -het juiste niveau van de leerstof -Juiste niveau bij drama afhankelijk van pedagogisch werkklimaat, sociale cultuur in klas en ontwikkelingsfase kinderen -betekenis geven -Bij drama gaat het vaker om werkvorm dan inhoud —> belangrijk om uit te leggen waarom je hebt gekozen voor bepaalde inhoud -individuele aansprakelijkheid -Zichtbaarheid -Leerproces is zichtbaar wat betreft inzicht en spelontwikkeling -Motivatie Drama en actief leren Bij actief leren volgende begrippen van belang -leren gericht op wendbaar gebruik -Vaak in klassikale warming-up al oefenen voor volgende fase -Je stelt kaders vast, geeft structuur aan proces, beoordeelt resultaten op vooraf gestelde criteria -De betekenisvolle leertaak -Doe alsof spel vaak al betekenisvol -In belevingswereld spelen Drama en meervoudige intelligenties
-interpersoonlijke intelligentie -In tweetallen wisselen ze gedachten, overleggen en experimenteren ze -Bij daadwerkelijke interactie, samenspel dus wordt deze intelligentie aangesproken, ook wanneer kinderen elkaar en de gespeelde situatie aanvoelen -intrapersoonlijk intelligentie -Emoties verbeelden, zoals angst, verdriet en blijdschap, je oefent emotie en leert ze beter kennen. Hierdoor stijgt de kans op zelfbewustzijn -lichamelijk-motorische intelligentie -Dramatisch spel is fysieke aangelegenheid -Houding, beweging en gebaar staan centraal -verbaal-linguïstische intelligentie -In alle lesfasen staat toepassing taal centraal -visueel-ruimtelijk intelligentie -Je werkt vanuit een beeld naar een presentatie B G2