Hoofdstuk 3: Vierfasenmodel
3.1 Doel en werkwijze van het vierfasenmodel Het vierfasen model is een didactisch leerfasenmodel specifiek voor Eibo, waarin de componenten van de schijf van vijf in een vaste volgorde aan bod komen. Met het vierfasenmodel kun je ook de effectieve leertijd of kindtijd (de tijd dat de leerlingen in de les zelf Engels spreken) beter waarborgen.
Vijf componenten in het vierfasenmodel:
FaseComponentStrategieën 1.Introductiefase Voorbereiding op input Receptief 2.Inputfase Input Verwerking op vorm Verwerking op inhoud Receptief 3.Oefenfase Pushed outputReproductief en productief 4.Transferfase Pushed outputProductief De vier fasen komen niet allemaal in één les aan de orde, maar in een lessenserie of project over een thema. In één les kunnen wel één of meer fasen aanwezig zijn. Uiteraard verloopt de overgang van de ene naar de andere fase geleidelijk.
Inhoud van de vier fasen:
FaseWat is het doel?Wat doe je als leraar?Wat doen de leerlingen?Je gebruikt activerende werkvormen.
Ze zijn actief bezig:
klassikaal, in duo’s of in kleine groepjes.Fase 1 Introductiefase Receptief Voorbereiden op het thema en de te leren taal.Activeren van buitenschoolse voorkennis over
het nieuwe thema:
Woorden Zinnen Ervaringen m.b.v. actieve werkvormen.Motiveren van de leerlingen voor het onderwerp en de eindopdracht; Noemen van woorden voor een woordweb, collages maken, concreet materiaal zoeken/meenemen; luisteren naar liedjes.Ontdekken waarom dit thema
- / 1