1
HOOFDSTUK 8 - PARTIM BACTERIOLOGIE
Examen:
- Vraag over kiemen, klasseren in gram positief/negatief, vorm
- Leg een ziekte uit in 10/20 regels. Is verschillend per kiem hoeveel er over te
- Structuren van bacteriën goed kennen
vertellen valt.
1 / 10
2
- Bacteriën hebben geen mitochondriën
DE STRUCTUUR VAN BACTERIËLE CELLEN
GROOTTE
De meeste bacteriën zijn kleiner dan dierlijke/humane cellen en hebben een diameter van 0,5-2,0 μm. Een humane rbc is 7,5 μm.Bacteriën kunnen gastheren zijn
voor virussen, bacteriofaag. Virus:
40-400 μm.
- Virussen kunnen zowel
prokaryoten als eukaryoten infecteren.
2 / 10
3
VORM EN ONDERVERDELING
De kiemen worden onderverdeeld op basis van de vorm:
- De coccus/coc en bacillus/bacil/staafje komen het meeste voor.
- De coccobacillus is een tussenvorm (niet rond en niet echt een staafje) en de vibrio
(vb: vibrio cholerae) lijkt op een komma.
- De spirochete hebben een kurkentrekker vorm en kunnen gemakkelijk een weefsel
- De coccus kan zich ook in 2D-vlak vermenigvuldigen tot een diplococcus (waarvan de
binnen dringen en zijn dus erg invasief (Borrella burgdorferi → ziekte van Lyme).(spirillum mag je vergeten).
weerszijde zijn afgevlakt) (vb: Neisseria (= genus) meningitidis (= species). ) of tot een
streptococci (allemaal coccus achter elkaar in een streep) (vb: streptococcus
pyogenes, streptococcus agalacti (veroorzaakt mastitis)) (streptococcus equi -> ….).
- Wanneer een coccus vermenigvuldigt in een 3D-vlak krijg je een
- De bacillus is een staafje → simpele en snelle identificatie van bacteriën (bacillus
- Meerdere bacil achter elkaar = streptobacil. Bv: lactobacillus bulgaricus = probiotica,
staphyloccci/druiventros (staphylococcus aureus → wondinfectie bij mens, mastitis bij rundvee).
anthracis → miltvuur).
yoghurtbacterie.
Mitochondriën zijn enkel bij eukaryoten aanwezig. Prokaryoten hebben geen celnucleus. De ribosomen van de twee verschillen. Eukaryoten hebben wel een celkern.
3 / 10
4
ALGEMENE OPBOUW (PROKARYOTE)
Een bacterie bestaat globaal gezien uit 3 domeinen:
- Een celmembraan, meestal omgeven door een celwand
- Cytoplasma met daarin ribosomen, een nucleaire regio,
- Meerdere externe structuren zoals capsules, flagellen en
etc. Het bacterieel chromosoom ligt bij eukaryote cellen in de nucleus, bij prokaryote cellen in het cytoplasma.
pili/fimbria/haartjes. Deze buitenkant is belangrijk voor bescherming en helpt het vasthechten aan weefsels. Pas na vasthechting kunnen ze een ziekte veroorzaken via virulentiefactoren.
!! CELWAND
De celwand is een unieke structuur (anders dan de celwand van parasieten/schimmels/planten en dieren hebben er überhaupt al geen) → doelwit voor antibiotica. Dit maakt een selectieve behandeling mogelijk, waarbij de toxiciteit voor de gastheer niet/weinig aanwezig is. Eukaryote cellen bevatten cholesterol in hun celmembraan, prokaryote cellen niet. Cholesterol zorgt voor stevigheid van de celmembraan. Om te compenseren, maken prokaryoten een celwand.
De celwand ligt buiten de celmembraan en heeft verschillende functies:
- Bestaat uit peptidoglycanen
- Bepaalt de vorm van de cel
- Voorkomt dat de cel openbarst door osmose! De celmembranen bevatten
- Het reguleert NIET het transport van materialen, omdat het daarvoor te
namelijk geen cholesterol zoals dierlijke celmembranen (heeft peptidoglycanen). Dit is niet optimaal, omdat cholesterol de fluïditeit van de membraan bepaalt. Wanneer er bij bacteriën water in/uit gaat, gaat de celmembraan sneller kapot (osmose). De celwand beschermt de celmembraan → bacterie kan beter overleven.▪ Antibiotica werken hierop in → celwand kapot maken = bacterie kapot maken. Voorbeelden zijn penicilline en lysozyme (uit speeksel/traanvocht)
poreus is
- Componenten van de celwand:
- Peptidoglycaanlaag
- Buitenste membraan bij gram negatief (niet bij positief)
- Periplasmatische ruimte (alleen bij negatief, is de ruimte tussen de
cytoplasmamembraan en het buitenste membraan)