Hoofdstuk 90 Ziekten van landbouwhuisdieren 90.1 Het paard De schedel van het paard heeft een stelsel van holtes bekleed met slijmvlies (sinussen), een ontsteking daar aan heet sinusitis.Een paard heeft boven en onder drie snijtanden per kaakhelft, hoektanden en boven en onder 6 kiezen per kaakhelft. Dus boven 3133 en onder ook 3133. De tanden en kiezen van een paard groeien langzaam de kaak uit en slijten aan de bovenzijde af.
Bij het leeftijdsschatten kijkt men naar:
-Aanwezigheid van melktanden (wisselen op 2.5, 3.5, 4.5 jaar) -Stand van de tanden (eerst rechtop, bij oud paard naar rostaal) -Vorm van de tanden (eerst overlang ovaal, dan driehoekig, dan dwarsovaal) -Mate van afslijting van het tandsterretje (holte in de tand) Alleen dierenartsen mogen elementen trekken of onder verdoving behandelen.Luchtzakken zijn uitzakkingen van de buis van Eustachius die zich centraal in de schedel bevinden, lateraal van de pharynx. Via het middenoor of via de lymfeknopen kan er een ontsteking van de luchtzakken ontstaan. De luchtzak kan dan gespoeld worden om het pus te verwijderen.Paarden zijn onevenhoevigen en staan op hun middelste teen. Wijsvinger en ringvinger zijn zogenoemde griffelbeentjes. De zoolvlakte van de paardenhoef bestaat uit: de ballen, straalgroeven, straal, hoornwand, witte lijn. Eens in de 6-8 weken moet het hoefijzer vervangen worden.Botten voorbeen van proximaal naar distaal: schouderblad, humerus, radius en ulna, carpaalbeentjes (voorknie), pijpbeen (os metacarpalia) en griffelbeentjes, kootbeen, kroonbeen en hoefbeen, (sesambotje bij hoefgewricht, straalbeentje) Botten achterbeen: bekken, femur, tibia, fibula, tarsaalbeentjes die het hakgewricht of sprong vormen, hetzelfde als voorbeen.De belangrijkste vertering vind plaats in het caecum en colon. De Oesophagus zit in een bocht aan de maag, daarom kan een paard niet braken. Bij maagoverlading kan het voedsel uit de neus komen of de maag barst. De onderdelen van het digestiestelsel liggen los in de buik, daarom komen er regelmatig liggingsveranderingen van het maagdarmkanaal voor.Een paard heeft geen galblaas, gal wordt opgeslagen in de galgangen van de lever.De linkerniet van het paard is hartvormig. De urine van paarden is altijd troebel door slijm.
Stalondeugden door stress:
-Kribbenbijten en luchtzuigen -Likken en knagen -Weven -Morsen met voer Oplossingen hier voor zijn: meer beweging, afleiding, speeltjes of aversie-therapie.Ziekten bij paarden Maagdarmstelsel (koliek) -Symptomen oNiet eten oGeen ontlasting oOpgezwollen buik oKreunen oOnrust 1 / 4
oOver de grond schrapen met de hoeven oOver de grond rollen oMet de kop zwaaien en met de ogen rollen -Maatregelen oIemand bij het hoofd van het paard om het op zijn gemak te stellen oAanbrengen van een praam op de neus oVoet opnemen oPlaatsen van een schot of baal stro achter het paard oInspuiten van een spasmoluticum -Soorten koliek
oKrampkoliek: kramp in de darmen, behandelen met een spasmolyticum
oMaagoverbeladingskoliek: voedsel gaat gisten in de maag doordat het paard
niet kan braken, leegmaken van de maag mbv een sonde via de neus
oObstipatiekoliek: verstopping in het maagdarmkanaal door bijvoorbeeld zand,
darmstenen of ruwe vezels, laxeren van het maagdarmkanaal met parafine via een neussonde naar de maag
oLiggingsveranderingskoliek: draaing of knopen in het maagdarmkanaal, moet
chirurgisch hersteld worden Respiratiestelsel (dampigheid) -Droes: infectieuze ontsteking van de pharynx en bijbehorende lymfeknopen door een bacterie. Krijgen het 1 keer, zelden meerdere keren. Er kunnen abcessen ontstaan in de lymfeknopen, beter om door te laten breken. Is mogelijk om te enten tegen Droes.
-COPD (dampigheid): alle chronische aandoeningen die gepaard gaan met hoesten,
kortademigheid en sputumproductie.
oOorzaken: allergisch astma en/of een infectie van de bronchiën.
oSymtomen: spasme van de bronchiën; taai slijm, zwelling van slijmvlies,
ademhaling gaat moeizaam, verscheuring van het longweefsel (emfyseem), hoesten, verminderd uithoudingsvermogen, verhoogde ademhalingsfrequentie (te abdominaal)
oBehandeling: remmen door en goede verzorging, hoestonderdrukkers,
sputumverdunners en eventueel corticosteroïden.Bewegingsstelsel (kreupelheid)
Onderzoek:
-Monsteren -Inspectie, palpatie en percussie van de benen -Passieve bewegingen -Buigproeven -Diagnostische anaesthesie-injecties (door een deel te verdoven loopt het dier weer goed) -Gewrichtspunctie met onderzoek van de synovia (toegenomen ontstekingscellen) -Röntgenologisch of echografisch onderzoek -Bloedonderzoek
Oorzaken:
-Arthritis (gewrichtsontsteking) door trauma of infecteus -Tendovaginitis (peesschede-ontsteking), chronisch heet het een gal -Fracturen of fissuren -Vastzitten van de knieschijf 2 / 4
-Spat (chronische slijtage in het hakgewricht) -Hoefkatrol (chronische slijtage van het straalbeentje) -Kneuzing of verscheuring van pezen of spieren -Zenuwverlammingen waardoor spieren niet meer werken -Nageltred (corpus alienum in de hoef) -Hoefbevangenheid (aantasting van de hoornproducerende lederhuid waardoor de verbinding met de hoef verloren gaat)
Behandeling:
-Bestrijden van de oorzaak -Rust -NSAID’s -Antibacteriële therapie, soms chirurgie Andere ziekten Cornage: eenzijge of beiderzijdige verlamming van de stembanden, komt meestal linkszijdig voor. Luchtpassage is lastig. Diagnose stel je door laryngoscopie. Alleen operatief vastzetten als er klinische klachten zijn.Mok: hardnekkige ontsteking van de huid in de kootholte, kan ontstaan door veel factoren.Maandagziekte, tying up: ontstaat bij paarden die na rust ineens weer arbeid moeten verrichten. Verzuring van de spieren, acuut rust om verdere aantasting te voorkomen.Vaccinaties en wormpreventie
-Rhino-pneumonie: veroorzaakt door het Equine Herpes Virus 1.
Respiratieproblemen, abortus, aantasting van hersenen en ruggenmerg met als gevolg verlamming. Eenmaal besmet blijft het paard drager.-Influenza: ontsteking aan de luchtwegen. Dieren hebben koorts, zijn stijf, hoesten en hebben neusuitvloeiing. Eén tot tweemaal vaccineren.
-Tetanus: de tetanusbacterie vormt toxinen nadat deze via een wondje is
binnengekomen. Het derde ooglid wordt zichtbaar, door spasme van de ademhalingsspieren kan het paard sterven. Houdt het in leven totdat de toxine is afgebroken door het lichaam.-Schurft: de schurftmijt graaft gangetjes in de huid, door schuren en bijten wordt de huid aangetast. Beenschurft door de chorioptesmijt en sarcoptes mijt (hals en romp).Bestrijden met antiparasitica.-Huidschimmel: trychophytonschimmel, ronde kale plekken. Zeer besmettelijk voor de mens, behandelen met antimyotica.
-Wormen: spoelwormen worden actief in de dunne darm, gaan door de wand heen via
de bloedvaten naar de dikke en blinde darm waar ze uitgroeien tot volwassen larven.
Vooral gevaarlijk in de bloedbaan: trombose of worminfarct. Te voorkomen door
regelmatig verweiden en uitgekiende ontworming 90.2 Het rund De sinus frontalis (voorhoofdsholte) loopt door in de hoorns. Leeftijd is af te lezen aan het aantal jaarringen + 1 (kalft op tweejarige leeftijd).Onthoornen kan op jonge leeftijd door het stukje huid waar de hoorn komen te zitten chirurgisch te verwijderen, weg te branden of met chemische middelen te verwijderen. Op oudere leeftijd kan je de hoorns afknippen, bij volwassen dieren kunnen ze afgezaagd worden, dit zorgt meestal wel voor een ontsteking van het slijmvlies.Het gebit bestaat uit in de onderkaak 8 beitelvormige snijtanden, de bovenkaak is een stevige bindweefselplaat, boven en onder 6 kiezen. 3 / 4
De neus heeft een ongespleten neusspiegel.De oorspeekselklier kan per dag wel 60 liter speeksel produceren. Op de wangen en tong zijn naar caudaal gerichte papillen. Op de voorborst zit het kossum (ruime huidplooi).Drie uitzakkingen van de oesophagus: netmaag, pens (grootste (120 liter) bestaande uit vloeisotflaag, structuurlaag en gaslaag) en boekmaag. Lebmaag is de eigenlijke maag.De uier zit caudaal, twee melkklieren per lichaamshelft. In elke tepel is een slotgat dat aansluit op de verzamelholte van het kwartier.De spieren van koeien zitten vast aan de uiteinden van de botten. Ze behoren tot de eenhoevigen, hebben twee klauwen en twee bijklauwen. 2 Keer per jaar bekappen.Ziekten -Melkziekte, Hypocalcemie: verlaagd calciumgehalte in het bloed door een abrupte aanmaak van veel melk. Koe wordt sloom, onrustig en stijf. De boer mag iv een calcium/magnesium infuus aanbrengen.
-Kopziekte/Hypomagnesemie: verhoogde magnesium in de melk en verlaagd gehalte
in het bloed. Geeft hersenverschijnselen. Infuus magnesium en speciale kopziekte brokken.
-Slepende melkziekte: ontstaat bij een negatieve energiebalans door de
melkproductie die twee weken eerder optimaal is dan de voedselopname. Er ontstaat een tekort aan glucose waardoor er uit vet glycerol omgezet wordt in glucose maar er teveel vetzuren overblijven die afgebroken worden door de lever. De lever kan de hoeveelheid niet an en maakt er giftige ketonlichamen van. Toedienen van glucose en insuline en daarna propyleenglycol.
-Tympanie: gas uit de pens kan niet opgeboerd worden en hoopt op. Vaten worden
dichtgedrukt. De arts prikt een gat in de pens om het gas af te laten lopen. Als er schuim in de pens zit wordt het verwijderd met een maagsonde.
-Lebmaagdraaiing: de uitgang van de lebmaag wordt afgesloten omdat de lebmaag
naar links, rechts en naar boven verplaatsen kan. De arts hoort steelband geluiden.
Therapie: de koe enkele dagen laten vasten, de beweging van de lebmaag
bevorderen door weidegang of bepaalde medicijnen. De koe over de rug rollen en zodoende de maag terug draaien. Opereren, lebmaag vastzetten aan de ventrale buikwand.-Wormen: spoelworm, longworm en leverbot. Ernstige symptomen spoelworm: anorexie, diarree en oedeem.oLongworm: leeft in de bronchiën. Ernstige symptomen: respiratieproblemen en hoesten. Kan tegen gevaccineerd worden.-Infectieuze bovine rhinotracheitis (IBR): veroorzaakt door Bovine Herpes Virus.Veroorzaakt ontsteking aan de trachea waarbij pus wordt gevormd. Kan leiden tot aobortus, oogaandoeningen en hersenaandoeningen. Kan tegen gevaccineerd worden.
-Klauwproblemen: stinkpoot, mortellaro en slakkenpoot. Te voorkomen en genezen
door bekapen, voetbaden en antibiotica.
90.3 Het varken Het varken heeft op de neus een wroetschijf. Boven en onder 3143 als tandformule. Een varken is evenhoevig en heeft voor en achter 4 tenen met elk drie kootjes. Ze hebben 13 tot 17 ribben en het aantal per kant kan verschillen. Zeugen hebben twee melklijsten van 7 melkklieren.
Risicoverhogende factoren:
-Bij elkaar plaatsen van varkens van verschillende afkomst
- / 4