HOOFDSTUK1: informatieproces
Onderneming: als doel winst halen
4 fases van informatieproces:
- verzamelen van gegevens
- vastleggen van deze gegevens
- bewerken van de vastgelegde gegevens
- doorgeven van de bewerkte gegevens aan de vragers ernaar
deze 4 stappen bepalen welke gegevens moeten worden verzameld en vastgesteld
- informatiebehoeften
functie bepaalt de informatiebehoeften
informatie: gegevens waarmee we de kennis van een vrager vergroten
informatie kan dienen als:
- beleidsinstrument
- beheersinstrument
Elke onderneming moet aan de belastingdienst(=fiscus) informatie verstrekken over het resultaat dat in een bepaalde periode is behaald.
Gegevens die vastgelegd moeten worden:
- financiële gegevens (gegevens die met geld te maken hebben
- overige gegevens ( gegevens die niet met geld hebben te maken)
administratie
Financiële administratie andere administraties
Boekhouding overige financiële administratie
Veranderingen bij financiële gegevens in de boekhouding:
- bezittingen
- schulden
- eigen vermogen
alle andere financiële gegevens worden niet vastgelegd in de boekhouding aangezien die de bezittingen, schulden, eigen vermogen niet veranderen
offertes niet, factuur wel in boekhouding
geïntegreerd informatiesysteem: alle transacties bij elkaar
externe integratie: een verbinding die gelegd is tussen het financiële informatiesysteem van een onderneming met dat van een derde (bijvoorbeeld een bank) 1 / 3
ERP: Enterprise Resource Planning
2 manieren van gegevensinvoer:
- de gegevens worden ingevoerd op de plaats waar ze ontstaan en worden
- de gegevens worden ingevoerd via de boekhouding en worden daarbij voorzien
vervolgens doorgesluisd naar de boekhouding
van relevante gegevens ten aanzien van afdelingen, producten en dergelijke waarop ze betrekking hebben.
MIS: Management Informatie Systeem: systeem waarbij allerlei gegevens die zijn verzameld binnen het bedrijf en daarbuiten, worden omgezet in voor het management bruikbare informatie.
Waardenkringloop: weergave van de relaties tussen geld- en goederenstromen binnen een onderneming
HOOFDSTUK 2: de inventaris, de balans en de winst- en verliesrekening
Handelsonderneming: koopt goederen met de bedoeling om deze weer met winst door
te verkopen
Voorbeelden bezittingen:
- bedrijfsgebouw
- voorraad handelsgoederen
- vordering op klanten(debiteuren)
- tegoed bij de bank(dan zet je de naam van de bank erop)
- kasgeld
voorbeelden schulden:
- hypothecaire lening
- crediteuren
verschil bezittingen en schulden = eigen vermogen
Balans: op een bepaald moment momentopname
Balans debet zijde:
- van grote bedrage naar kleinere
- minst liquide bezitting naar meest liquide bezitting
balans credit zijde:
- eigen vermogen
- schulden afbetalen na langer dan een jaar
- schulden afbetalen binnen een jaar (bijvoorbeeld leveranciers(crediteuren))
Financiële feiten: leiden tot veranderingen in bezittingen en/of schulden.
Voorbeelden van Financiële feiten:
- een ontvangst per kas van een debiteur 2 / 3
- een betaling via de Rabobank aan een crediteur
- een inkoop van goederen op rekening.
Kopie van kwitantie: boekingsstuk voor de ontvanger van het kasgeld
Brutowinst maakt EV (eigen vermogen) groter Kosten maakt EV kleiner
Winst- en verliesrekening:
- geeft de oorzaken weer waardoor het EV is afgenomen/toegenomen
- betrekking tot een bepaalde periode
- wordt ook wel resultatenrekening/ exploitatierekening genoemd
nettowinst berekenen:
- EV eind periode
- EV begin periode
Toename EV in de periode = nettowinst van de periode
- Brutowinst verkopen van de periode
- bedrijfskosten van de periode
Nettowinst van de periode
Als je de winst-verlies rekening maakt staat de netto winst op de debet zijde
Inventaris: lijst van alle bezittingen en schulden op een bepaalde datum met vermelding van de hoeveelheden en de waarden
Scontrovorm: vorm van een balans (T- splitsing)
Voorbeelden van balansrekeningen zijn:
gebouw inventaris machine eigen vermogen lening bank debiteuren crediteuren kas
Voorbeelden van resultatenrekeningen zijn:
inkopen verkopen reiskosten salarissen
- / 3