- / 4
- / 4
Ik heb 100 open oefenvragen erbij gezet aan het einde, de antwoorden staan op de laatste pagina, vond ik makkelijker leren 3 / 4
Samenvatting Filosofie van de Managementwetenschappen
Heinz von Foerster (1911-2002): Beginselen zelfordening
Zijn boek Art of Management wordt beschouwd als een klassiek boek binnen het management. Hij zelf kan beschreven worden als een cyberneticus. Dat is een soort “stuurman” die een bepaald soort systeem of organisatie aanstuurt.Hij probeerde een antwoord te geven op de vraag: Wat is het beste manier om mensen te
sturen binnen de organisaties ? Hierbij zijn er twee mogelijkheden, namelijk:
Mensen moeten van bovenop aangestuurd worden hiërarchie Mensen moeten door elkaar aangestuurd worden hetrarchie (de andere is de baas) Twee tegengestelde citaten die het uitgangspunt vormen voor zijn artikel. Beide citaten zijn aanleiding voor reflectie over orde en ordening.De enige zaken die zich spontaan ontwikkelen in een organisatie zijn wanorde, onenigheid en wangedrag. (Peter Drucker 1909-2005) Hiërarchie: heerschappij van het heilige (bijv. God, de paus, de priester, de vader, de directeur, etc.) De enige mogelijkheid om uit te stijgen boven wat individuele geesten vermogen is te vertrouwen op die bovenpersoonlijke ‘zelfordenende’ krachten die spontane orde scheppen. (Friedrich von Hayek) Heterarchie: heerschappij van anderen (bijv. collega’s, buurtbewoners, mensen om je heen, etc.) Daarbij wil von Foerster laten zien dat hiërarchie schadelijk is. Hij wil de hiërarchie vervangen door heterarchie. Volgens hem is het beter wanneer de mensen zich zelf aansturen in plaats van dat deze sturing van bovenaf komt. Echter is sommige situaties is een autocratisch systeem democratisch systeem. Hiërarchie is handig bij situaties met makkelijke vraagstukken. Wanneer de situatie complexer wordt functioneert een hiërarchie niet meer goed. In de meeste organisaties zien we ook een hiërarchie meer terug dan een heterarchie.Wat zou dit bijvoorbeeld betekenen voor managers? Ze zijn geen bazen, maar facilitators of ondersteuners. Ze zijn geen leiders, maar dienaren. Hetzelfde geldt dan ook voor politici, bestuurders, etc.
Inzet: Zelfinsluiting
Laten zien hoe managers zouden kunnen of moeten reflecteren over bestuursystemen waar ze zelf deelgenoot van uitmaken.Dit noemt hij ‘zelf-insluiting’: de manager die nadenkt over een systeem waarvan hijzelf een bestuurder is.Dit is, aldus HvF, een paradoxale positie: kan iemand werkelijk nadenken over een systeem als hij er zelf deel van uitmaakt (bijvoorbeeld: is de decaan van onze faculteit het beste in staat om te reflecteren over hoe de faculteit ervoor staat? of moet er altijd een buitenstaander zijn?).HvF pleit radicaal voor zelfinsluiting en daarmee voor reflexiviteit (en dus voor systemen die over zichzelf nadenken).
- / 4