- / 4
Ik heb de belangrijkste plaatjes uit boek ook toegevoegd btw Organisatiekunde §1.1 Kenmerken van een organisatie Organisatie is een hulpmiddel om iets te bereiken. Een gezamenlijke poging een doel te bereiken. Het is een doelgericht samenwerkingsverband.Een organisatiedoel geeft richting aan het werk van de leden van de organisatie. Om
dit doel te bereiken heb je niet allen elkaar maar ook andere middelen nodig:
gebouwen, geld, etc.✓Een organisatie is een min of meer duurzaam samenwerkingsverband van mensen en middelen om een gemeenschappelijk doel te bereiken.-De duurzaamheid van een organisatie kan variëren van enkele weken tot vele jaren.-Er is een organisatiedoel.-Het samenwerkingsverband bestaat uit mensen die zich daarvoor hebben aangemeld of zijn aangetrokken en de hulpmiddelen die zij daarbij nodig hebben.oOrganisatie is de algemene, brede term die te gebruiken is voor alle mogelijke doelgerichte samenwerkingsverbanden.oInstelling verwijst naar het feit dat er ooit iets is opgericht met een specifiek doel. Bijvoorbeeld een school, een instelling voor onderwijs.oInrichting verwijst ook naar het doel, het is zo ingericht of georganiseerd dat het doel bereikt kan worden.Indelingscriterium KenmerkVoorbeeld Doelstelling Sociaal-cultureel Museum EconomischBedrijf PolitiekPolitieke partij Maatschappelijk Ziekenhuis Hulpmiddelen/ financiering
Commercieel: for profitCommercieel bedrijf
Subsidie: non-profit/not-
for- profit Museum GrootteKleinPeuterspeelzaal GrootPhilips NV LeeftijdJongPartij 50+ OudVVD Complexiteit EenvoudigRoeivereniging ComplexMitsubishi Invloed van medewerkers/leden HorizontaalPatiëntenvereniging VerticaalHet leger RechtsvormNv, bv, vofCommercieel bedrijf StichtingStichting voor Maatschappelijk Werk VerenigingWoningbouwvereniging 2 / 4
Een rechtspersoon is een organisatie die kan optreden alsof het een natuurlijk persoon is.
§1.2 Profit: winst als doel
Profitorganisaties = ondernemingen die goederen of diensten verkopen aan klanten met het doel er winst aan over te houden.Dienstverlenende organisatie = een duurzaam samenwerkingsverband van mensen en middelen dat als gemeenschappelijk doel heeft diensten te verlenen aan klanten die daar behoefte aan hebben.Monopolie = één ondernemer beheerst de
markt. Rechtsvormen voor ondernemingen:
-Eenmanszaak, ook wel zzp’er. Ondernemer is hier zelf aansprakelijk.-Vof,vennootschaponderfirma.Aantalondernemersbezittensamen een onderneming.-Bv, besloten vennootschap. Deelnemers hebben een aandeel in de onderneming en zijn niet persoonlijk aansprakelijk.-Nv, naamloze vennootschap. Beleggers kunnen een aandeel nemen in de onderneming,
§1.3 Non-profit en not-for-profit: ideëel doel
Non-profitorganisatie = een organisatie die zonder winstoogmerk ideële doelen nastreeft.Hier ontbreekt de directe ruil tussen bedrijf en klant. De klant betaalt niet voor de gebruikte diensten, of alleen een kleine bijdrage, een zogenaamde retributie, die alle kosten dekt.Niet-gouvernementele organisaties = vooral belangen- en pressiegroepen zoals Greenpeace of Amnesty International.Not-for-profitorganisatie = organisaties die een ideëel doel proberen te realiseren aan de hand van bedrijfseconomische principes.§1.4 Rechtsvormen van een ideële organisatie Commerciële organisaties streven naar winst -> advocatenkantoor, privékliniek.Ideële organisaties proberen een maatschappelijk doel te realiseren.Stichting = een rechtspersoon waarin een bestuur een vermogen of andere middelen aanwendt voor een ideëel doel.Vereniging = een samenwerkingsverband van leden die een gemeenschappelijk ideëel doel nastreven.Een bijzondere vorm van een vereniging is coöperatie, en samenwerkingsverband met economisch doel. Als die coöperatie winst maakt wordt die uitgekeerd aan de leden.§1.5 Professionalisering van dienstverlenende organisaties
2 3 / 4
Oorspronkelijk hadden stichtingen en verenigingen een eenvoudige structuur, maar in de loop van een aantal eeuwen werd deze steeds complexer. Meer mensen raakten bij het werk betrokken en hun werk vereiste meer kennis. Dit is een proces van geleidelijke professionalisering.Professionalisering = de ontwikkeling van vrijwillige inspanning om een ideëel doel te bereiken naar betaald werk van schoolde hulpverleners binnen een instelling.§1.6 Organisatieleer en organisatiekunde Organisatieleer = de tak van wetenschap die iets zegt over de feitelijke structuren van organisaties en de processen binnen organisaties.Organisatiekunde = de leer die zich richt op de vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen organiseren of goed te kunnen werken in een organisatie.Verbanden ▪Om de doelen van de organisatie te bereiken zijn er –behalve medewerkers- ook
andere hulpmiddelen nodig: geld, tijd, werkruimte en apparatuur.
▪Bij massaproducten is de communicatie van de fabrikant met de klant beperkt tot marktonderzoek en reclame.▪Dienstverlening streeft verandering na bij de klant.
Hoofdstuk 2: De instelling als sociaal systeem
§2.1 De kenmerken van een systeem Systeem = een geheel van samenhangende delen dat zichzelf in wisselwerking met de omgeving in stand houdt.Het functioneert in een omgeving, de buitenwereld.De onderdelen van een systeem zijn zo samengesteld dat ze de interne processen kunnen regelen waardoor het systeem kan voortbestaan.Sociaal systeem = een samenwerkingsverband dat effecten op de omgeving nastreeft en daarvoor gebruikmaakt van invloeden uit die omgeving.Alle medewerkers van de instelling met hun hulpmiddelen vormen de binnenwereld van het systeem.De organisatie als sociaal systeem streeft doelen na die gelegen zijn in die buitenwereld, door het werk van de medewerkers binnen het sociale systeem.§2.2 De keten van input, transformatie, output en feedback De wisselwerking tussen een actief mechanisme en zijn omgeving wordt bestudeerd in de systeemleer.3 Een organisatie kan alleen bestaan als er mensen zijn die een gemeenschappelijk doel willen realiseren.▪Het streven naar winst kan zowel leiden tot een ruim aanbod bij lage prijzen als tot het negeren van de belangen van de klant.▪Dienstverlening vereist een directe, min of meer hechte relatie tussen klant en beroepskracht.
- / 4