- / 4
Ik heb de reader er ook bij gedaan, daar staan ook heel veel zaken in die op het tentamen komen. Volgens de docent beginnen de tentamenvragen uit Eppink vanaf hoofdstuk 2. Je hebt dus alles bij elkaar. Alles in GEEL en ROOD komt volgens docent op het tentamen.
Inhoud:
- Bouwstenen van Management & Organisatie
Hoofdstuk 2 Werking van de 3 financiële overzichten Hoofdstuk 3 Omgeving van organisaties Hoofdstuk 4 Strategieformulering
Hoofdstuk 5 Spreidingsstrategie: waar concurreren?
Hoofdstuk 6 Positioneringsstrategie: hoe concurreren?
Hoofdstuk 8 Mensen: leidinggeven en ontwikkelen
Hoofdstuk 12 Methoden: besturen van bedrijfsprocessen
Hoofdstuk 14 Arbeidsverdeling Hoofdstuk 15 Relaties en bevoegdheden Hoofdstuk 16 Coördinatie Hoofdstuk 17 -Van strategie via operaties naar organisatiestructuur
- Reader Management & Organisatie
Artikel 1 Missie & Visie Artikel 2 Wat is een organisatiestructuur?Artikel 3 Wat is een processtructuur?Artikel 4 Wat is de samenhang tussen proces- en organisatiestructuur?Artikel 5 The McKinsey 7S Framework Artikel 8 De 7 eigenschappen van effectief leiderschap Artikel 9 Welke cultuurtypes zijn er?Artikel 10 Mintzberg en organisatiestructuren Artikel 11 Een lerende organisatie 2 / 4
- Capita selecta hoofdstuk 1 en 2
Hoofdstuk 2 : Management, Organisatie en Besluitvorming
Er zijn 3 managementlagen te onderscheiden:
- Topmanagement -> strategisch
- Middenmanagement -> tactisch
- Lagermanagement -> operationeel
management -> 3 – 5 jaar -> visie, missie en mission statement
management -> 1 – 3 jaar -> beleid
management -> 1 dag – 1 jaar -> afdelingsplan, rooster, productieplanning, RGB
Lagermanagement wordt ook wel eerstelijnsmanagement genoemd, omdat het zo dicht bij de werkvloer staat.
Topmanagement bepaalt “waar wil ik met de organisatie naar toe”, “waar wil ik over 5 jaar staan”.Het topmanagement kijkt naar de huidige positie in de markt en hoe snel de ontwikkelingen daarin gaan. Als de ontwikkelingen snel gaan, moet je hier dus op tijd inspelen.
Vaak heeft een organisatie een bepaalde visie (waar wil ik met de organisatie naar toe), daarop baseert de organisatie vervolgens zijn missie. Er zijn echter ook organisaties die eerst een missie opstellen en daarop de visie baseren. Wat is onze statement en waarmee willen we bekend worden?
Middenmanagement wordt er in tijden van crisis het eerste uitgewipt. De taken gaan dan naar het lagermanagement. Als er een managementlaag uitgehaald wordt, spreken we van verplatting van de organisatie. Als er managementlagen toegevoegd worden, spreken we van versteiling van de organisatie.
Het begrip management kent 3 betekenissen; -een bepaalde groep functionarissen in een organisatie, top- ,midden,- uitvoerend of eerstelijnsmanagement; zij sturen in een organisatie het handelen van andere mensen; -de activiteiten van managers, goed resultaat = excellent management, slecht resultaat = mismanagement; -die van een vakgebied, verwijst naar alle kennis en kunde die in de loop van tijd is ontstaan en vastgelegd is in boeken, wetenschappelijke tijdschriften en vakbladen (Fayol, 1908 en Taylor, 1913).
Management: het aansturen van mensen en middelen om een bepaald voorgesteld doel resultaatgericht te bereiken. 3 / 4
Er kan op 2 manieren gestuurd worden:
-van boven naar beneden: top down organisatie (snelle beslissingen)
-van beneden naar boven: bottum up management (langzame beslissingen) => van belang om draagvlak te creëren
Rollen van managers Fayol onderscheidt rollen die op het vlak liggen van plannen en vooruitzien, organiseren, opdrachten geven en contoleren.Constituerende taken: plannen en vooruitzien en organiseren; vooruit kijken en het bieden van een kader waarin gewerkt wordt (management op hoger niveau) / voorwaardenscheppend bezig zijn => zorgen dat mensen hun werk naar behoren kunnen doen.Dirigerende taken: opdrachten geven en controleren; het aansturen van mensen en het volgen van primaire en secundaire processen / zorgen dat de juiste persoon op de juiste plek zit; synergie creëren.Controlerende taken: de hoogste in ranking blijft verantwoordelijk voor de controlerende taak, deze taak kan nooit gedelegeerd worden Een manager vervult vrijwel altijd een mix van deze taken.
Mintzberg (1973) onderscheidt vier groepen van activiteiten of rollen:
-interpersoonlijke rollen : de manager treedt als boegbeeld van de organisatie naar buiten, als leider die zijn/haar mensen motiveert en aanstuurt als onderdeel van een netwerk.Vertrouwen speelt hierbij een belangrijke rol, zonder vertrouwen tussen mensen onderling ontstaan er conflicten en miscommunicatie; -informatieve rollen : de manager houdt in de gaten wat er binnen en buiten de organisatie gebeurd en communiceert dit intern en informeert de buitenwereld over de organisatie. Het doorgeven werkt niet alleen van boven naar beneden, maar ook van beneden naar boven, met name deze laatste is van belang => wat leeft er op de werkvloer / hoe kijkt men tegen de directie aan; -besluitvormende rollen : de manager is een ondernemer, hij lost problemen op, wijst middelen toe en onderhandelt intern en extern (besluiten nemen is essentieel op welk niveau dan ook); -protocolaire rollen : de rol die je geacht wordt te spelen volgens functie met de bijbehorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (de manier waarop deze ingevuld wordt is erg persoonlijk).
- / 4