In gesprek met de leerling Adré Konings
- De leraar als begeleider
Elke leerling heeft recht op begeleiding, die hem helpt optimale resultaten te halen en uit te groeien tot een zelfstandige, zelfverantwoordelijke persoon.Begeleiden betekend niet verantwoordelijkheid overnemen, maar in staat stellen zelf verantwoordelijkheid te dragen. Dat is de opdracht aan het onderwijs.De begeleiding op de leerling moet gericht zijn op de gehele en ondeelbare persoon.Niet enkel op zijn studie.De begeleiding kent globaal drie, wel te onderscheiden maar niet te scheiden,
aandachtsvelden:
- studie
- keuzen
- sociaal- emotioneel functioneren
1.1 Geïntegreerde begeleiding De vakleraar en mentor staan aan de basis van het eigenlijke begeleidingswerk. Zij zien de leerling het vaakst. Volgens het drielijnenmodel treden de gespecialiseerde begeleiders alleen op als adviseurs en super visoren van de dagelijkse begeleiders, als coördinatoren van hun deelterrein in de school en ten slotte als verwijsadres voor leerlingen die door de klassenmentor of de vakleraar onvoldoende geholpen kunnen worden. Zo werk geïntegreerde begeleiding.Het geven van begeleiding vraagt van mentor en leraar de daarbij aansluitende kennis, vaardigheid en houding. De begeleiding speelt zicht voornamelijk af in de vorm van gesprekken. Zonder vaardigheid in het voeren van gesprekken krijgt de begeleiding geen kansen.
1.2 Begeleiding vraagt om een relatie Een relatie tussen begeleider en begeleide is van groot belang voor het resultaat.
Ten minste vier factoren beïnvloeden de relatie:
- de persoon van de begeleider 1 / 2
- de persoon van de begeleide
- voorafgaande ervaringen
- de situatie
1.3 De houding van de begeleider
Een begeleidende houding heeft drie karaktersitieke kernmerken:
- echt zijn
- zich inleven
- respecteren
De begeleider die echt is, laat zich zien zoals hij werkelijk is. Hij speelt geen spel, zegt geen dingen die hij niet meent. Hij weet zijn eigen gevoelens en belevingen waar te nemen en ermee om te gaan. IN de praktijk is dat niet altijd gemakkelijk.Vooral als je onaangename boodschappen moet overbrengen. Je betrapt jezelf erop: ik spreek een leerling opbeurend toe, terwijl ik eigenlijk twijfel aan diens capaciteiten.Je inleven in de belevingswereld van de leerling betekent diens verdriet, teleurstelling, vreugde kunnen aanvoelen alsof het je eigen wereld en je eigen gevoelens waren. Je identificeert je niet met de leerling! Wie zich identificeert met de leerling is niet in staat hem te begeleiden. Inleving blijkt als de leerling zicht door de reactie van de mentor volledig begrepen en aanvaard weet. Je geeft bijvoorbeeld de gevoelens van de leerling zo weer dat hij zich erin herkent en zich laat helpen zijn gevoelens en ervaringen te ordenen, om er beter mee om te kunnen gaan.Respecteren is waarde hechten aan de persoon van de leerling, hem aanvaarden zoals hij is en voor hem openstaan, ook als het gaat om negatieve gevoelens of over opvattingen waar je het niet mee eens bent. Door woord en gedrag schep je dan een klimaat waarin de leerling zich vrij voelt om te zeggen wat hij wil of weigert, verafschuwt of begeert, zonder bang te hoeven zijn dat je zijn persoon hierom be- of veroordeelt. Die vrijheid, samen met de ordening die je hem helpt aanbrengen, ondersteunt hem om eigen waarden en normen, eigen gevoelens en gedachten beter te doorgronden en te verwoorden.
- / 2