Inleiding privaatrecht Hoofdstuk 1 inleiding van bronnen en verbintenissen
Privaatrecht: Alle rechtsregels die de verhouding tussen
burgers/rechtspersonen onderling regelen. Binnen het privaatrecht kun je onderscheid maken tussen
- Vermogensrecht , goederenrecht en verbintenissenrecht.
- Personenrecht, regelt de status en bescherming van personen en
verhoudingen binnen familie, huwelijk en ouderschap.
Natuurlijk persoon: mens van vlees en bloed. -> rechtssubject.
Rechtspersonen : dragers van rechten en plichten die geen natuurlijke
persoon zijn, maar binnen de wet wel als rechtssubject gezien worden.
-> Rechtssubject: drager van rechten en plichten. Zij kunnen o.a.
overeenkomsten aangaan, bezittingen en/of schulden hebben.
Rechtsobjecten: goederen/voorwerpen waarover rechten en
verplichtingen kunnen bestaan. Zijn dus zelf nooit drager van rechten en plichten.
Objectief recht (‘het’ recht): Het geldende recht (op een bepaald tijdstip
geldend).
Subjectief recht (‘een’ recht): De regels die aan een (rechts)persoon
toekomen.
In Nederland zijn de volgende rechtsbronnen formeel erkend:
- De wet (en parlementaire geschiedenis)
- De gewoonte 1 / 4
- De rechtsspraak
- Europese en internationale regelgeving
Een verbintenis: vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of
meer personen, op grond waarvan de één recht heeft op de prestatie waartoe de ander verplicht is die te verrichten.-> Dit is een obligatoire overeenkomst , die schept namelijk mogelijk
meerdere verbintenissen. (art. 6:213 BW)
HR Quint/Te Poel Quint bouwt in opdracht van te Poel twee winkelpanden, nadat de bouw voltooid was weigerde te Poel te betalen. Bovendien stond de grond waarop gebouwd werd op naam van de broer van te Poel.Kan een verbintenis ook ontstaan, indien haar ontstaan niet rechtstreeks uit de wet kan worden afgeleid?De Hoge Raad oordeelt dat indien een geval niet bepaaldelijk door de wet
geregeld is, een verbintenis kan ontstaan: dit dient in het stelsel van de
wet te passen en aan te sluiten bij de gevallen die wel in de wet zijn geregeld.In dit geval had Quint zijn onderzoeksplicht naar behoren moeten uitvoeren, waardoor er geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.Hoofdstuk 2 De totstandkoming van overeenkomsten
Contractsvrijheid: partijen staat vrij een overeenkomst te sluiten met
wie zij wensen met welke inhoud zij dit wensen en op welk moment zij dat wensen. Autonomie van het individu staat dus centraal.Maar er zijn beperkingen, in beginsel zijn mensen vrij om af te spreken wat
zij willen, tenzij het door de wet begrensd wordt -> art. 3:40 BW en art.
6:248 lid 2 BW.
Welke werking de contractsvrijheid heeft in de partij -> HR Baris/Riezenkamp .
In art. 6:217 BW staat dat een overeenkomst tot stand komt tot een
rechtsgeldig aanbod en rechtsgeldige aanvaarding. Deze instituten hebben een beoogd rechtsgevolg en zijn rechtshandelingen. 2 / 4
Wanneer is een aanbod rechtsgeldig?
- Het aanbod dient de essentiële elementen van de inhoud van de
overeenkomst te bevatten zodat een eenvoudig ‘ja’ van de wederpartij voldoende is om de overeenkomst tot stand te doen komen.
- art. 6:227 BW laat zien dat de essentiële elementen van een
overeenkomst ten minste de hoeveelheid en soort bevatten, omdat anders het bepaalbaarheidsvereiste ontbreekt.
- Een aanbod kan openbaar zijn en rechtsgeldig: gericht tot een of
meerdere bepaalde personen zoals advertenties. Dan moet ook aan bovengenoemde eisen zijn voldaan.
- De vraag of er sprake is van een aanbod wordt beheerst door de
wilsvertrouwensleer (HR Hofland/Hennis ). Dit houdt in dat de vraag of er sprake is van een aanbod mede afhangt van de vraag of partijen dit in redelijkheid mochten afleiden uit elkaars verklaringen en gedragingen.Soorten aanbod (art. 6:219 BW): 1)Herroepelijk aanbod
Kan herroepen worden, maar niet als:
- Het aanbod al aanvaard is.
- Een mededeling inhoudende de aanvaarding al verzonden is.
2)Onherroepelijk aanbod Kan niet worden herroepen.
Er is sprake van een onherroepelijk aanbod als:
- Er een termijn voor aanvaarding aan het aanbod vast zit.
- De onherroepelijkheid op een andere wijze uit het aanbod volgt.
3)Vrijblijvend aanbod Terugkomen op een aanbod kan door
-Herroeping (art. 6:219 BW)
Na aankomst van het aanbod, voor aanvaarding van het aanbod.(het aanbod was geldig)
-Intrekking (art. 3:37 lid 5 BW)
Voor de aankomst van het aanbod -> aanbod heeft nooit bestaan.(het aanbod was niet geldig) 3 / 4
Ook kan een aanbod vervallen:
a)Tijdsverloop (art. 6:221 lid 1 BW)
Een mondeling aanbod wordt niet onmiddellijk aanvaard, of een schriftelijk aanbod wordt niet binnen redelijke termijn aanvaard.
b)Verwerping (art. 6:221 lid 2 BW)
Een aanbod wordt geweigerd.
c)Herroeping (art. 6:219 BW)
De aanbieder wil het aanbod terugdraaien.Rechtsgeldige aanvaarding Eisen -De aanvaarding moet overeenstemmen met in de inhoud ( art.
6:225 BW).
-Het aanbod moet nog geldig zijn (art. 6:221 BW).
Uitzonderingen geldigheid (art. 6:223 BW)
-Door acceptatie van de ontvanger, voor te late aanvaarding (lid 1).-Onduidelijkheid voor degene die aanvaardt (lid 2).Voor het aangaan van een overeenkomst is dus een rechtsgeldig aanbod en rechtsgeldige aanvaarding vereist. Dit zijn rechtshandelingen omdat dit beide een rechtsgevolg beogen.
In art. 3:33 BW staat dat een rechtshandeling tot stand komt wanneer de
handelende persoon een op een rechtsgevolg gerichte wil. Daarnaast moet de handelende persoon de wil hebben geopenbaard door middel van
een verklaring, art. 3:37 BW bepaald dat de verklaring in iedere vorm
kan geschieden.Wanneer de wil niet overeenstemt met de verklaring -> wilsontbreken.
- Oneigenlijke dwaling
verspreking, verschrijving of misverstand over de inhoud van de overeenkomst.
- (Tijdelijke) geestelijke stoornis (art. 3:34 BW) (HR Eelman/Hin)
verstrooidheid, opwinding, dronkenschap etc.Indien er sprake is van een wilsontbreken komt er geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand. Echter, kan dit gerepareerd worden door het
gerechtvaardigd vertrouwen art. 3:35 BW. Dit artikel beschermt de
wederpartij wanneer zij te goeder trouw gerechtvaardigd op de wil van de ander konden vertrouwen. (Hof Otto) Hoe nadeliger een bepaalde verklaring was voor de partij die zich op wilsontbreken beroept en hoe voordeliger deze verklaring voor de
- / 4